CDA wil coherente visie op Paars industriebeleid

Het Paarse kabinet moet met een coherente visie komen op het industriebeleid in Nederland. Op dit moment vindt geen enkele coördinatie plaats bij het privatiseren van nutssectoren als vervoer, drinkwater, afval of televisiekabels.

Dat stelt de Tweede Kamer-fractie van het CDA naar aanleiding van een artikel in deze krant waarin adviseurs uit diverse nutssectoren stellen dat Nederland op deze terreinen onder de voet wordt gelopen door buitenlandse bedrijven. Kamerlid Leer heeft minister Jorritsma (Economische Zaken) vanochtend verzocht op korte termijn met een nota te komen over de stand van zaken in de Nederlandse nutssector.

,,Het kabinet heeft volstrekt geen visie over de positie van de Nederlandse industrie. In het regeerakkoord komt het woord niet eens voor, behalve dan in combinatie met bio. We zijn zo langzaamaan bezig met een uitverkoop, Nederlandse bedrijven worden meer en meer buitenspel gezet,'' aldus Leers in een toelichting.

Het CDA reageert hiermee ook op berichten dat minister Pronk (Milieu) zich zorgen maakt over de op handen zijnde privatisering van de waterleidingsector. In een brief aan de Waterleiding Friesland (WLF) die op het punt staat te worden overgenomen door energiebedrijf Nuon uit Arnhem stelt de bewindsman dat de aandelen van het waterleidingbedrijf in overheidshanden moet blijven. Terecht, zo meent het CDA. Ook mede-oppositiepartij Groen Links heeft kritiek. Volgens kamerlid Vendrik vaart het kabinet blind op de introductie van marktwerking, ,,zonder zich te storen aan de maatschappelijke ontwikkelingen die het gevolg zijn. Eigendom is het leidend beginsel in de nutssector geworden. Dat betekent dat het daar nu vooral draait om de boel verpatsen, opdelen of fuseren.''

De regeringspartijen D66 en PvdA delen de zorgen van de oppositie niet. Kamerlid Bos (PvdA) zegt dat negatieve effecten van privatiseringen opgelost moeten worden door het zorgvuldig vaststellen van concessievoorwaarden.

,,Dat heeft niet te maken met de vraag of de eigenaar Nederlands is of niet.'' De Nederlandse industriepolitiek vindt hij evenmin in het geding: ,,Ik lig meer wakker van de aandacht voor het bedrijfsleven in Nederland, dan voor het Nederlandse bedrijfsleven,'' aldus Bos die wijst op de innovatieve kracht van een bedrijf als Siemens in Nederland, terwijl dat een Duits bedrijf is.

Vice-fractievoorzitter Bakker (D66) richt zich ook vooral op de concessievoorwaarden om ,,essentiële belangen'' veilig te stellen. Wel vindt hij de uitverkoop van nutsbedrijven aan buitenlandse partijen ,,een signaal naar het Nederlande bedrijfsleven. Kennelijk is men niet altijd even alert in het grijpen van kansen.''