Bijval Verbruggen na aanval op Amerikaanse hypocrisie

Alsof hij zojuist tot de nieuwe voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité was gekozen, zo werd Hein Verbruggen door de internationale pers verwelkomd toen hij gisteren de conferentiezaal verliet. Snorrende camera's en oogverblindende lichten richtten zich op het Nederlandse IOC-lid en voorzitter van de internationale wielrenunie, terwijl hij nog even op gepaste afstand bijpraatte met de voorzitter van de wereldvoetbalfederatie Sepp Blatter. Het was weer even een glorieus moment in het leven van deze succesvolle bestuurder.

Want wat had Verbruggen gedaan? Hij had ten overstaan van de hele gemeenschap die zich dezer dagen tijdens het werelddopingcongres in Lausanne bevindt, de Amerikaanse afvaardiging de mantel uitgeveegd. Die hypocrisie van de Amerikanen ten aanzien van het antidopingbeleid en misplaatste arrogantie de wereld te vertellen hoe het nu wel moest. Stonden de Amerikaanse profsporten niet bol van doping? Ze zouden eerst eens hun eigen huis moeten schoonmaken, voordat ze zich hier durfden te vertonen om kritiek op het IOC in het algemeen en zijn plannen ten aanzien van dopingbestrijding in het bijzonder te spuien.

De Amerikanen haastten zich onmiddellijk na het verwijt van Verbruggen om te verklaren dat het hier toch niet de plaats was om elkaar met de vinger na te wijzen. Wat de basketbal-, ijshockey-, honkbal- en football-liga's doen stond toch eigenlijk ver van de Amerikaanse sportorganisaties. Dat zijn immers zakelijke ondernemingen in een amusementsindustrie. Het klonk als gesputter in vergelijking met het vuurwerk dat Verbruggen afstak. Applaus was daarom zijn deel en vooral aandacht van de wereldpers voor zijn visie op dopingbestrijding – want daar ging het om.

Zoals altijd wanneer Verbruggen, een man afkomstig uit marketingwereld die de wielersport al 25 jaar uit liefhebberij dient en de weg wijst, zijn gelijk wil halen, was zijn betoog vol vuur. Hij had zich doodgeërgerd aan de slappe, politiek correcte rethoriek van de regeringsvertegenwoordigers op de eerste dag. Er moest leven komen. Echte discussie. Discussie over het kortzichtige voorstel van de politici en sportmensen om zwaarder te straffen, minimaal twee haar bij de eerste overtreding en een zo zwaar mogelijk geldboete. Vuur wilde Verbruggen.

Wat wisten die anderen wat de sportwereld te wachten staat wanneer de genetische manipulaties, cellenimplantaties en organentransplantaties worden gepraktiseerd? Hadden ze wel bedacht hoeveel schadeclaims de sportgemeenschap te wachten staat wanneer gestrafte profsporters naar de rechter stappen en verklaren dat zij recht op arbeid (met doping) hebben? Hij zette als een gepassioneerd pokerspeler hoog in: de hele sportwereld mag creatine slikken omdat het niet gevaarlijk is voor de gezondheid, maar ze verleggen daarmee wel hun fysieke grenzen. Is dat geen doping? Hij wilde discussie, geen gezever en goedbedoelde praatjes over ethiek.

Het drong echter niet allemaal door tot de betrokkenen op de dag van de juridische sessies. De atletencommissie, die een dag eerder al door ex-schaatser Johann Olav Koss had laten weten dat ze vóór twee jaar schorsing bij een eerste overtreding en vier jaar bij een tweede, inclusief minimaal 100.000 dollar boete, was, liet zich niet van de wijs brengen door Verbruggen. Roland Baar, oud-wereldkampioen roeien, zei: ,,Als profsporten als wielrennen en voetballen niet mee willen doen met een uniform doping beleid, dan is er daarvoor geen plaats op de Olympische Spelen. Wie zich niet aan olympische regels houdt, mag niet meedoen. Is voetbal dan zo belangrijk voor de Olympische Spelen?''

De verklaring van deze roeier was in tegenspraak met de verklaring van de voorzitter van de roeifederatie, die zich achter Verbruggen opstelde. ,,Een jurist'', wist Verbruggen. ,,Die weet waar hij over praat.'' Baar verklaarde dat de atletencommissie het eens is met de invoering van een olympisch paspoort, waarin alle controles en testen worden vermeld en de atleet zich akkoord verklaart met de ethiek van de Olympische Spelen.

Verbruggen deed ook een beroep op de aanwezige sportorganisaties en verschillende overheden een olympisch agentschap, waarin alle dopingzaken worden geregeld, onder beheer van het IOC te plaatsen. Maar het Nederlandse IOC-lid wist weinigen daarvan te overtuigen. De Britse minister van sport, Tony Banks, had een dag eerder al het standpunt van alle vijftien Europese landen verwoord door het IOC op te roepen het agentschap een onafhankelijke status te geven. Gisteren voegde hij daar nog aan toe dat de farmaceutische en sportartikelenindustrie geen zitting mochten hebben in het orgaan – en zeker geen sponsors. ,,Ik zeg dit als een vriend'', verklaarde Banks. ,,Vrienden zeggen elkaar de waarheid.''

Verbruggen meende dat het IOC al beschikt over alle middelen en mensen uit alle geledingen van de maatschappij. De kans dat het agentschap, waarvan de kosten voor de opzet 25 miljoen dollar bedragen, er binnen afzienbare tijd komt is door het weerwerk van de overheden verkeken. Toch pleitten verschillende vertegenwoordigers ervoor binnen een half jaar de zaak rond te hebben, onder wiens beheer dan ook. Sydney 2000 moet een schoon toernooi worden. Dick Pound, IOC-bestuurslid, vindt dat het agentschap voor de helft beheerd kan worden door de overheden, dan zouden ze ook de helft moeten betalen.