Allround-schaatsen moet koningsnummer blijven

Het wereldkampioenschap allround-schaatsen, dit weekeinde in het Noorse Hamar, zit in de verdrukking. Het evenement wordt steeds marginaler. Dit is het gevolg van de commercie, die de losse afstanden sinds enkele jaren heilig heeft verklaard, meent Marnix Koolhaas.

Het moeten verhitte discussies geweest zijn, die zaterdagmiddag de 23ste juli 1892 in het Scheveningse Kurhaus. Op initiatief van sportpionier Pim Mulier waren schaatsvertegenwoordigers uit Nederland, Engeland, Duitsland, Zweden en Hongarije bijeen om een internationale schaatsunie op te richten. De wildgroei aan records, kampioenschappen en afstanden moest een halt worden toegeroepen. Zaterdagmiddag moest de beslissing vallen: over welke afstanden zou het officiële wereldkampioenschap verreden moeten worden?

In de wandelgangen werd al duidelijk dat het een strijd tussen mijlen en meters zou worden. De mijl kwam uit Engeland, waar de moderne wedstrijdsport was uitgevonden, en had dus status. Op het vasteland werden in de schaatssport mijlen en meters door elkaar gebruikt. De door de Amsterdamsche IJsclub georganiseerde officieuze wereldkampioenschappen waren in mijlen verreden. Graaf van Limburg Stirum, namens de Nederlandsche Schaatsenrijders Bond voorzitter van de vergadering, stelde vier afstanden voor: 400, 1600, 4800 en 8000 meter. Herr Doktor Bohn van de Deutscher und Österreichischer Eislauf-Verband had het verborgen compromis meteen door: ,,U heeft gewoon de Engelse afstanden in meters omgerekend'', snauwde hij de voorzitter toe. ,,Daar trap ik niet in!'' En Bohn had gelijk. Wie een beetje handig kon rekenen zag dat de voorgestelde afstanden vrijwel de metrische equivalenten waren van een kwart mijl, een mijl, drie mijl en vijf mijl.

George Cunningham, die het Britse voorstel aan Van Limburg Stirum had ingefluisterd, protesteerde heftig tegen Bohns verdachtmakingen. ,,Dit plan is voor iedereen gelijk: het zijn nieuwe afstanden, dus komen ook alle oude records te vervallen'', repliceerde de Engelsman. Bohn negeerde de oppositie en stelde voor om het kampioenschap voortaan over 500, 1500, 5000 en 10.000 meter te laten verrijden. Op zaterdag 23 juli 1892 besloot de oprichtingsvergadering van de Internationale Schaatsunie in Scheveningen met drie tegen twee stemmen daarmee akkoord te gaan.

Honderdzeven jaar later staat dit weekeinde in het Noorse Hamar voor de 96ste keer het wereldkampioenschap schaatsen op het programma. De heren rijden nog steeds hetzelfde programma als in 1893 in Amsterdam bij het eerste wereldkampioenschap. De tijden zijn alleen op de chronometers veranderd. Waar Jaap Eden in Amsterdam de 500 meter nog in 51,2 kon winnen, zal Rintje Rintsma zeker een 36-er nodig hebben als basis voor een titel. De traditie van het internationale allround-schaatsen is uniek, zoveel mag duidelijk zijn. De schaatssport behoorde tot de allereerste sporten die zich internationaal organiseerden, en in geen enkele andere tak van snelheidssport heeft men het allround-idee van het schaatsen willen kopiëren.

Achteraf kan gezegd worden dat de schaatsbobo's in 1892 niet het commercieel meest aantrekkelijke scenario voor de schaatssport gekozen hebben. Een allround-kampioenschap vergt nogal wat rekenwerk. Vroeger was het simpeler. Je werd kampioen als je minstens drie van de vier afstanden won. In de tijd van Jaap Eden was dat geen probleem. Eden won alles wat er te winnen viel. Maar toen er kampioenschappen onbeslist eindigden omdat niemand drie afstanden wist te winnen, werd (in verschillende varianten) het huidige systeem met puntentotalen ingevoerd. Dat systeem heeft er niet toe bijgedragen dat het allround-schaatsen de wereld veroverd heeft. Bovendien kreeg het allround-schaatsen al snel concurrentie van de Olympische Winterspelen, waar de aparte afstanden wél heilig verklaard werden. Voor veel landen (Amerika!) was dat het sein om het vizier eens per vier jaar op de Olympus te richten, en de allround-toernooien als bijzaak te beschouwen. In de praktijk bleef de populariteit van de allround-toernooien daarom beperkt tot Nederland, Noorwegen, Zweden, Finland, Duitsland en Rusland.

De concurrentie van andere, commerciëlere wintersporten zorgde er vanaf de jaren tachtig voor, dat het allround-schaatsen ook in de traditionele landen in de verdrukking kwam. Eigenlijk bleven alleen Nederland en Noorwegen als laatste landen met een echte allround-cultuur over. Ook de Internationale Schaats Unie werd zich van dit `ongemak' steeds meer bewust. Als je met kunstrijden veel geld kon verdienen, moest dat ook met hardrijden kunnen lukken, dachten de bobo's op het hoofdkwartier in Davos. Er kwam een World Cup voor losse afstanden, en vanaf 1996 zelfs een jaarlijkse wereldtitelstrijd per afstand. Tegelijk werd de aanval op de allround-kampioenschappen ingezet. Eerst werden de heren- en damestoernooien samengevoegd en over drie dagen uitgesmeerd.

Dit jaar is het wereldkampioenschap voor het eerst weer tot twee dagen teruggebracht, maar nu is het mes in het aantal deelnemers gezet. Nog maar 24 mannen en vrouwen mogen komen. Met de marginalisering van het allround-schaatsen is de Internationale Schaats Unie een uniek stukje sportcultuur om zeep aan het helpen. Bovendien leveren de als commercieel aantrekkelijk gepresenteerde alternatieven geen enkele meerwaarde op. Afstandskampioenschappen hebben geen nieuw schaatspubliek aangeboord. Evenmin staan televisiemaatschappijen in de rij om de uitzendrechten te verkrijgen.

De natuurlijke beperkingen van het hardrijden, zowel klimatologisch als qua regelgeving, zullen er nooit een grote, commercieel aantrekkelijke sport van maken. Dan hadden de schaatsbobo's in 1892 moeten besluiten om de rijders op alle afstanden tegelijk de baan op te sturen, zoals in het shorttrack gebruikelijk is. Dat levert spektakel op, maar doet afbreuk aan de sportieve waarde. Langebaanschaatsen is niet voor de commercie ontworpen, maar voor een eerlijke krachtmeting tussen sporters. Het allround-element maakt dat sportieve aspect nog unieker. Het is de grote charme in de traditie van de schaatssport. Wie dat erkent heeft oog voor voor cultuur en historie, en staart zich niet blind op geld dat in de schaatssport toch niet is te verdienen.

Koester de kampioen die dankzij het allround-aspect méér kampioen is dan in welke andere tak van sport dan ook. Tegelijk koester je daarmee de supporter die méér supporter is dan welke andere supporter ook. Ik geef toe, het is een select gezelschap, en je moet er wél in zijn opgevoed. Je móet vroeger met Brio-boekjes en krantenpagina's op schoot hebben gezeten om rondentijden en klassementen bij te houden. Maar dan geniet je ook meer dan welke supporter dan ook.

De enige sportdiscipline die je met het allround-schaatsen kunt vergelijken is de tienkamp in de atletiek. De tienkamp heeft een nog veel ingewikkelder puntensysteem, duurt minstens zo lang als een schaatskampioenschap en is commercieel nauwelijks interessant. Toch wordt de tienkamp het koningsnummer van de atletiek genoemd, en zal geen mens er aan denken om de tienkamp ondergeschikt te maken aan de individuele nummers. Laat daarom ook het allround-schaatsen in ere.

Het unieke sportieve monument dat 107 jaar geleden in Scheveningen dankzij Herr Doktor Bohn en de stem van Nederland tot stand kwam, mag niet verder ontheiligd worden. Commerciële belangen moeten ondergeschikt blijven aan de rijke traditie van het koningsnummer van de schaatssport.

Marnix Koolhaas is historicus, eindredacteur van het VPRO-radioprogramma OVT en publicist op het gebied van schaatsgeschiedenis.