Wat had de president aan?

Niet wàt er gebeurt is nog interessant maar dàt het gebeurt. Nog voor de ronde van het impeachment in de Senaat is afgelopen, heeft Starr laten uitlekken dat hij vervolging van Clinton overweegt, wegens meineed, misschien nog voor de president zijn ambtstermijn heeft afgemaakt. De Amerikaanse kiezers hebben er genoeg van, ze verlangen naar het ogenblik waarop de helden van het schandaal met hun hofhouding voorgoed de biezen pakken. En wat voor de Amerikanen nog een kwelling of een zeurend ongemak is, kan de Europeanen niets meer schelen. Terwijl het toneelstuk zichzelf prolongeerde is het steeds slechter geworden. De zaal is bijna leeg maar de spelers slagen er niet in het toneel te verlaten, want Starr heeft het juridisch perpetuum mobile uitgevonden en de Clintonhaters vormen zijn menselijke machine. Valt er over deze dramatisch uitgeputte en politiek vruchteloze voorstellng nog iets nieuws te zeggen?

Een paar weken meer dan een jaar geleden bereikten de eerste berichten over het schandaal de media. De bron was het Drudge Report, een nieuwsbulletin op Internet. Vanaf dat ogenblik groeit uit de apartjes van de president met de stagiaire behalve al het andere ook mediageschiedenis. Politieke, juridische en morele conflicten worden in extenso gerapporteerd, vanzelfsprekend, maar aan de vasthoudendheid van Starr hebben we een paar extra's te danken. Dat brengt de media die in dergelijke gevallen prijs stellen op soberheid, in een dilemma. Het rapport van de speciale aanklager bevat proza dat je, als je niets van de voorgeschiedenis zou weten, zou toeschrijven aan een gefrusteerde pornograaf. De ongeschreven opvattingen van privacy verdwijnen. Ik geef een bescheiden voorbeeld: `Aanklager: Wie nam tot die orale seks het initiatief? Lewinsky: Dat deed ik. Aanklager: Droeg de president een broek? Lewinsky: Ja dat deed hij. Aanklager: Wie ritste zijn broek los? Lewinsky: Ik geloof dat ik ermee begonnen ben, zijn broek los te knopen,' enzovoort (Zie Geert Mak en René van Stipriaan Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis). De zitting eindigt met de vraag van Lewinsky: `Kan ik mij niet onder tafel verstoppen?' La vérité en marche.

De sobere media lossen hun dilemma op door te verwijzen naar de minder sobere. Het resultaat is dat alle media zoveel mogelijk publiceren van wat Starr uit de delinquenten heeft weten te persen, waarbij per slot van rekening alle media elkaar dekken met de algemene rechtvaardiging: als medium A het doet,is de rest van het alfabet verplicht, niet achter te blijven. Hetzelfde geldt voor de geruchten die op het schandaal betrekking hebben. Het zou de moeite waard zijn, een catalogus te maken van alles wat onder gewone omstandigheden door kritische media als ongecontroleerd nieuws of kwaadaardige roddel ongepubliceerd was gelaten. Door welke omstandigheden dan ook, maar een schandaal van dit formaat kweekt een sfeer, vergelijkbaar met die tijdens een mobilisatie, bij oorlogsdreiging. De meest kritische geesten zijn bereid, zoniet alles te geloven, dan toch het ongeloofwaardige verder te vertellen. De grenzen van het fit to print vervagen.

Zoals bekend heeft de `waarheidsvinding' van de speciale aanklager dan een groot averechts gevolg: de Republikeinen verliezen zoveel bij de verkiezingen dat hun aanvoerder het veld ruimt. Maar het perpetuum mobile is krachtiger: het impeachment wordt doorgezet. Nu zijn we zo ver dat drie getuigen, inmiddels veteranen, weer worden gehoord. Starr, misschien langzamerhand vermoedend dat het impeachment niet tot het begeerde doel zal leiden, bereidt dan een nieuw proces tegen zijn duivel voor (als we de lekkages mogen geloven). Bij voortgezet beleid van alle betrokkenen zal het de president niet deren. Hij is als regeringsleider populairder dan ooit. Het lot van Starr valt, met enige goede wil, als de klassieke kant van dit geheel te beschouwen. De speciale aanklager wordt tot de tragische held die ten prooi raakt aan zelfvernietiging; hij komt terecht in het raderwerk van zijn eigen perpetuum mobile en wordt vermalen. Zo ver is het nog niet.

In Newsweek van 8 februari wordt een voorlopige balans opgemaakt: `Hoe het Clinton-schandaal de Amerikaanse politiek en maatschappij veranderd heeft.' Eén conclusie is dat niet de maatstaven waarmee het nieuws wordt beooordeeld in verval zijn, maar dat ouderwetse journalistieke maatstaven überhaupt niet meer veel terzake doen als moet worden besloten of een verhaal in de krant of op het scherm zal komen. Hieruit volgt dat de `serieuze' media, tot dan toe betrouwbaar door het gebod van check en recheck, hun functie als politiek geweten verliezen, en in plaats daarvan gaan werken als katalysators bij de bevordering van de algemene opwinding, hype, hysterie. Louter door kletspraat of halve kletspraat te verspreiden, verlenen ze daaraan hun imprimatur.

Nieuws over niet-nieuws, half-nieuws, opgeblazen nieuws wordt ook nieuws. Meldt een supermarktkrant dat de president een onecht kind van 14 jaar bij een ongehuwde moeder heeft, dan is het wereldnieuws van het genre `waar rook is is vuur' tot het DNA anders bewijst. Welke de oorzaken dan ook mogen zijn ± concurrentiestrijd, journalistieke eerzucht, politieke hartstocht ± het resultaat is een gelijkschakeling van de media waarbij de snelste, de opwindendste, de onbetrouwbaarste de toon zetten. Naar analogie van de wet van Gresham: nieuws van slechte kwaliteit verdringt nieuws van betere kwaliteit. Eén gevolg van het schandaal is dat een serieuze vorm van journalistiek zich in het gedrang heeft laten brengen.

Serieus geheten media ruilen hun kritiek, reserve, controle voor medeplichtigheid aan het kabaal van de dag. Wat moeten ze anders doen? Hun publiek wil het, proeft het en keert zich dan van de kletspraat af. Het is niet volkomen nieuw, het is ook niet `Amerikaans'. Het wordt in dit schandaal op groot formaat gedemonstreerd.