Uitgaan

De 70-plusgeneratie had in de jaren vijftig met merkwaardige verplichtingen te maken. Zo vertelde een mij bekende oudere dame eens hoe zij in die tijd vaak handenwringend bij het wiegje van haar schreeuwende baby de minuten stond af te tellen. Het consultatiebureau had haar opgedragen om de vier uur te voeden en onder geen beding mochten baby's er eerder uitgehaald worden. Het merkwaardige vond ik niet zozeer de rigoureuze voorschriften, alswel dat zij zich daar inderdaad aan hield, hoewel ze er zelf onder leed. Je zou toch zeggen: ik ben hier in mijn eigen huis met mijn eigen kind, wat maakt het uit een half uurtje eerder of later voeden. Maar nee, zij hield zich angstvallig aan de regels en met haar een hele generatie van jonge moeders.

Ik vleide mezelf met de gedachte dat de cultuur er sindsdien een stuk vooruit op is gegaan. Een van de verworvenheden van de jaren zestig is toch wel dat ouders zich niet meer door autoriteiten laten dwingen tot gedrag dat ingaat tegen hun eigen gezonde verstand.

Maar daar klopt natuurlijk niets van. Ouders zitten nog steeds even vast aan heersende opvattingen en zijn misschien nog wel minder dan in die vermaledijde jaren vijftig in staat om hun eigen ideeën in de opvoeding te laten prevaleren boven externe standaarden. Neem nu bijvoorbeeld het uitgaan van tieners. Dat begint met veertien jaar. En niet naar een jeugdsoos of clubhuis of naar een feestje van de sportvereniging, maar pats de horeca in. Cafés, disco's en `loodsen' met `raves'. Omdat deze gelegenheden geen of extreem late sluitingstijden erop nahouden, begint de gezelligheid pas om middernacht en zet zich voort tot ... ja, dat weet je maar nooit.

Honderdduizenden tieners van 14, 15, 16 jaar hangen elke vrijdag en zaterdagnacht in de horeca rond. Blijkbaar wordt het normaal gevonden dat thuiswonende jongeren zich gedragen alsof ze zelfstandig op kamers wonen. Maar vijftienjarigen betalen geen hypotheek of huur, zij koken niet en doen evenmin de was. Als het meezit ruimen ze hun kamer op en zetten ze de vuilniszakken buiten ± op verzoek dan wel, uit zichzelf zouden ze er niet op komen. Waarom zou je hun de vrijheden toekennen die altijd als bijproduct hebben gefungeerd van een toegenomen verantwoordelijkheid? Hoe verknipt moet je als moeder zijn om 's avonds je zoon z'n aardrijkskundeproefwerk te overhoren en 's ochtends hem en z'n vriendinnetje te verrassen met een kopje thee op bed?

De horeca en het gezinsleven verhouden zich slecht met elkaar. In het café gaat het om drank, versieren en lol hebben, functies die diametraal staan tegenover de routine en loyaliteit, die het gezinsleven (zouden moeten) kenmerken. Als een man altijd maar in het café zit en zijn vrouw laat gissen naar wanneer hij zich weer eens thuis vertoont, dan heeft hij misschien een boel plezier, maar met zijn gezinsleven is iets fundamenteels mis.

Cafés en disco's zijn in de eerste plaats bedoeld voor de ongebondenen. Je kunt als stel of echtpaar best in een café gaan zitten, maar al snel dringt de vraag zich op: waarom zouden we hier in de keiharde muziek drie gulden betalen per glas bier, terwijl thuis de ijskast volligt met goedkope flesjes, je daar muziek van eigen keus kunt opzetten en een even goed gesprek kunt voeren? Om vrienden of bekenden te ontmoeten misschien? De kans is groot dat je net iemand tegenkomt naar wie je helemaal niet uitkijkt. Dan kun je maar beter iets afspreken met vrienden en onder druk van omstandigheden (lawaai, prijs van consumpties, geen zitplaatsen) kom je dan toch weer in de een of andere huiskamer terecht.

,,Hoe laat komen jullie weer thuis'', vragen de kinderen, als we eens een keer uitgaan naar een feestje of een restaurant, met misschien zelfs wel aansluitend cafébezoek. ,,Oh, een uur of twaalf'', zeg ik dan. Ze vragen het altijd, ook al is het voor hen niet relevant, want ze slapen dan al lang en breed. En we houden ons er min of meer aan, niet alleen omdat de oppastarieven na middernacht omhoog schieten, maar ook omdat het weinig zin heeft om het heel veel later te maken. Ja, ik zou ook best af en toe tot het bittere einde ergens willen blijven rondhangen, veel te veel drinken en met zonsopgang slingerend naar huis fietsen, zoals dat vroeger genoeg voorkwam. Maar ik doe het niet, want er moet de dag daarna te veel gebeuren. Kinderen hebben niets aan een moeder die tot twee uur haar roes uitslaapt.

En zelfs met voorbijgaan aan het plichtsgevoel, is er toch nog die vraag van de kinderen: ,,Hoe laat zijn jullie weer thuis?'' Ze willen ergens op kunnen rekenen, dat als ze om twee uur wakker worden en wat water gaan drinken, ze de jassen van hun ouders zien hangen, zodat ze gerustgesteld weer gaan slapen. Dat is heel begrijpelijk. Ouders willen weten hoe laat kinderen weer thuiskomen en andersom, net zoals echtgenoten elkaar ook vertellen wanneer ze weer thuiskomen.

Het is op z'n minst vreemd dat er binnen deze elementaire omgangsregels in gezinnen ineens een uitzondering wordt gemaakt voor de onattente tiener die zegt: ,,Ik ga uit, ik zie wel wanneer ik weer terugkom, blijf vooral niet op.'' Toegeven aan dit egocentrisme ondermijnt het principe van bekommernis om elkaars welzijn, waar een gezin op drijft. Ouders proberen tevergeefs de slaap te vatten, terwijl ze wachten tot het hun tienerkind behaagt de sleutel in het slot van de voordeur te steken. Hoe is het mogelijk dat dezelfde mensen die vroeger het juk van blaffende autoriteiten van zich afschudden om op de koers van hun eigen gezonde verstand te varen, nu zo over zich heen laten lopen door een stelletje Halbstarken?

Er valt geen enkel voordeel te onderkennen aan schoolgaande tieners die zich bij wijze van anticiperende socialisatie storten in de geneugten van het nachtelijk uitgaansleven. Alleen maar nadelen. Nog nooit heeft iemand gezegd: ik wou dat ik al op mijn 15de was ontmaagd / stomdronken geworden / knetterstoned geweest in plaats van op mijn 18de, dan had mijn leven er heel wat beter uitgezien.

Ouders stamelen wat over `je kind los moeten kunnen laten' en `vertrouwen', maar intussen hebben ze de pest in. Vooral over hun eigen lafheid en onmacht. De angst voor deskundigen is vervangen door de angst voor ruzie met je eigen kind. Geen verandering waar de kinderen mee gebaat zijn.