Sterven aan kanker

De relatieve sterfte aan kanker daalt de laatste jaren met een procent per jaar. Het absolute aantal Nederlanders dat aan kanker sterft neemt echter toe en zal de komende jaren nog verder stijgen, doordat kanker een ouderdomsziekte is en de mensen die behoren tot de naoorlogse geboortegolf oud worden.

Dit zei de voorzitter van de Nederlandse Kankerbestrijding mr. J.J.C. Alberdingk Thijm gisteren bij het begin van de viering van het 50-jarig bestaan van zijn organisatie. De Kankerbestrijding begon in 1949 als het Koninging Wilhelminafonds, met een budget van 2 miljoen gulden. Dat was het nationaal geschenk van de bevolking aan de net afgetreden prinses Wilhelmina. Tegenwoordig besteedt de Kankerbestrijding jaarlijks meer dan 100 miljoen aan onderzoek, voorlichting en patiëntbegeleiding.

Volgens de KWF-voorzitter daalt de sterfte aan kanker sinds 1990 met ongeveer 1 procent per jaar. Hij baseert zich daarbij op een rapport dat over enkele weken verschijnt. De al bekende cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie en het CBS laten die afname wel bij mannen maar niet bij vrouwen zien. Onder vrouwen daalde de sterfte tussen 1990 en 1995 van 162,4 per 100.000 Nederlanders naar 158,7. Bij mannen was de daling duidelijker, van 296,5 naar 281,8. In absolute aantallen steeg de sterfte onder mannen van 19.867 in 1990 naar 20.435 in 1995 en bij vrouwen van 15.306 naar 16.054.

De afname van de relatieve sterfte is toe te schrijven aan een daling van de sterfte aan long-, maag-, alvleesklier- en blaaskanker. De sterfte aan melanoom, prostaat- en slokdarmkanker steeg.