Schröder moet zijn ware gezicht tonen

Duitsland heeft de afgelopen drie maanden een grote mentaliteitsverandering ondergaan. Maar de plannen van de regering-Schröder om het land economisch en sociaal te moderniseren zijn tot nog toe luchtspiegelingen gebleken, meent Michèle de Waard. De kanselier moet doortastender te werk gaan. Anders blijft het bij brandblussen.

La dolce vita, het vrolijke wanordelijke leven, speelt zich allang niet meer alleen in Italië af. Sinds de sociaal-democraten en de Groenen in Bonn regeren, is de politiek in het kleine stadje aan de Rijn een tombola van verrassingen geworden. De regering-Schröder lijkt nog het meest op een anarchistisch orkest waarvan de musici hun instrumenten verkeerd hanteren en de dirigent zijn stok pas halverwege de symfonie tevoorschijn haalt.

De eerste 100 dagen van kanselier Gerhard Schröder, die vandaag verstrijken, doen denken aan Fellini's film Prova d'Orchestra. Natuurlijk, zo burlesk als Fellini's orkest, wiens musici halsreikend uitkijken naar de koffiepauze en tussendoor oude wasmachines slopen, is het team van Schröder niet. Maar tijdens zijn wittebroodsweken werden al te vaak valse tonen aangeslagen.

De 100 dagen van Schröder waren gekenmerkt door chaos. Enkele voorbeelden.

De richtingenstrijd in de SPD leidde ertoe dat de partijloze ondernemer Jost Stollmann het veld moest ruimen. Fractieleider Rudolf Scharping werd verbannen naar het lastige ministerie van Defensie. Op schaamteloze wijze wierp partijleider Oskar Lafontaine, de nieuwe minister van Financiën, zich als schaduwkanselier op. Lafontaines openlijke aanval op de geldpolitiek van de Bundesbank en zijn magere belastingplannen maakten een storm van protesten los. Tenslotte leidden de eigenzinnige strapatsen van milieuminister Jürgen Trittin, die korte metten wilde maken met de atoomenergie, ertoe dat niet slechts de Duitse industrie, maar ook de Franse en Britse partners werden gebruskeerd.

,,Regieren macht Spass'', merkte Schröder ± de man van de Neue Mitte ± onlangs losjes op tijdens zijn eerste grote persconferentie in Berlijn. De kanselier neemt het allemaal niet zo zwaar. Het stoort hem niet als hij tijdens de rit aan de noodrem moet trekken. Dan kan hij tenminste laten zien wie de baas is, vindt hij.

,,Is het niet gek? Je kunt hier slechts iets bereiken, als iedereen op elkaar knalt'', vertrouwde hij vorige week enkele journalisten toe, nadat hij Trittin voor de zoveelste keer had teruggefloten. Intussen is de kanselier niet te flauw zijn fouten toe te geven. Als een besluit onzorgvuldig is genomen, moet je `stop' kunnen zeggen, nog eens nadenken en opnieuw beslissen.

Het klinkt mooi, maar Schröders woorden kunnen niet verhullen, dat zijn kabinet een uitermate zwakke start heeft gemaakt. Al is de kanselier de lieveling van de Duitsers, de media vegen de vloer aan met zijn rood-groene regeringsploeg. Opvallend is dat bij uitstek de bladen, die de regering-Kohl al ruim vóór de verkiezingen doelbewust wegschreven en Schröder bij voorbaat op het schild hieven, na ruim drie maanden een hard oordeel vellen.

,,Wollige praatjes, oppervlakkige plannenmakerij en haastwerk: dat past noch bij het zelfbeeld noch bij de verantwoordelijkheid van Duitsland'', constateert Die Zeit. ,,Alles is bij het oude gebleven'', vindt Stern. Zelfs politiek redacteur Tissy Bruns van Der Tagesspiegel, die Schröder en Co. naar de overwinning schreef, is het opgevallen dat de SPD van alle partijen het minst bereid is middelen te gebruiken die ,,in andere landen vruchten hebben afgeworpen'': het terugdringen van de staat, vermindering van arbeidskosten, versoepeling van het arbeidsrecht.

Nu is op de politiek van Schröder inderdaad een en ander af te dingen. Maar de komst van rood-groen heeft het mentale klimaat in de republiek ontegenzeggelijk veranderd ± in menig opzicht is dat een verfrissing. Het begon met een stijlbreuk. Zo zwoer Schröder tijdens zijn benoeming tot kanselier de eed niet plechtig met de hand omhoog op god, maar op het Grundgesetz ± tot ontsteltenis van de christen-democraten. De traditionele `vlag op het kantoor' heeft het bij Schröder en Lafontaine moeten afleggen tegen familiefoto en schilderij.

Joschka Fischer, de ongekroonde koning van de Groenen en nu minister van Buitenlandse Zaken, verving het portret van Bismarck door dat van Willy Brandt. De vroegere revolutionair uit Frankfurt vond het storend, dat de Blut-und-Eisen-kanselier hem voortdurend in de gaten hield.

Maar de mentale omslag gaat verder dan uiterlijkheden. Zo krijgen homoseksuele paren dezelfde rechten als gehuwden en worden omstreden kazernenamen, die herinneren aan prominente nazi-generaals, gewijzigd. Tot grote irritatie van China werd de dissident Wei Jingsheng hartelijk op Schröders bondskanselarij ontvangen. Toen direct na de machtswisseling de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Verdun moest worden gevierd, bleef de kanselier weg, zeer tegen de zin van Parijs. Schröder wilde niet in de voetsporen van Kohl stappen en met herinneren beginnen.

Hij wil vooruit kijken en een zelfbewuster Duitsland zijn plaats geven in de `nieuwe' Berlijnse republiek. Een Duitsland dat de kracht van vijftig jaar democratie in Bonn combineert met de moed en Zivilcourage van de burgerrechtenbeweging uit de vroegere DDR.

Ook bij het delicate thema van de Holocaust richt Schröder zijn blik vooruit, en wel op de jeugd. De kanselier hecht er aan dat het omstreden Holocaust-monument in Berlijn, waarover al tien jaar wordt gedebatteerd, wordt uitgebreid met een educatief museum dat ook voor jongeren aantrekkelijk is. Van een Schlussstrich kan evenwel geen sprake zijn, zei Schröder vorige week bij de Auschwitz-herdenking. De gruwelen van de nazi's mogen nooit worden vergeten.

Intussen waagde Joschka Fischer het ± nog maar net in functie ± om de grote Amerikaanse broer voor het hoofd te stoten door de veiligheidsstrategie van de

NAVO ter discussie te stellen.

Dit mogen slechts kleine accentverschillen lijken, maar volgens de politicoloog Werner Weidenfeld uit München gaat achter de schijnbare routine van de machtswisseling een markante historische cesuur schuil. Duidelijker kon een wisseling naar de generatie met Schröder, Lafontaine en Fischer niet zijn. Zij zijn de Achtundsechziger die uit het studentenverzet voortkomen en niet met Bismarck, maar met intellectuelen als Habermas, Adorno en Marcuse zijn opgegroeid.

Weidenfeld meent dat het tijdperk-Adenauer met zijn eigen politieke instincten, zoals de vriendschap met Amerika, de antenne voor de joodse cultuur, de bijzondere relatie met Frankrijk en de `Westbindung' die het Duitse volk tegen zichzelf moet beschermen, definitief is afgesloten. De oude rechts-links schema's gaan niet meer op. Hij voorziet een labiele politieke toekomst die minder wordt gedreven door partijen alswel door de globalisering, de digitalisering en de bio-wetenschappelijke revolutie.

Zonder afbreuk te doen aan de door Weidenfeld geconstateerde historische cesuur, is de continuïteit bij de regering-Schröder intussen groter dan verondersteld. Er heeft zich geen politieke aardverschuiving voorgedaan.

Uiteraard drukt rood-groen de republiek een zichtbaar ander stempel op, met stoutmoedige plannen om de atoomenergie te beëindigen en de bloedband af te schaffen als maatstaf voor het staatsburgerschap.

Maar uitgerekend Fischer, die zijn landgenoten jaren geleden schokte toen hij op witte gympen tot minister in Hessen werd benoemd, heeft zich ontpopt als de voornaamste garantie voor continuïteit in de Duitse buitenlandse politiek. Met zijn charmante lach, zijn elegante kleding en zijn Europese zendingsdrang ± waarmee hij Kohl evenaart ± heeft de groene politicus zelfs de meest conservatieve diplomaten voor zich ingenomen.

Pacifistische aberraties vallen bij hem niet te bespeuren. Sterker, het rood-groene Duitsland heeft z'n militairen al op scherp staan voor een mogelijk ingrijpen in de Kosovo-crisis. Daarmee heeft Fischer de boog gespannen van rebel en groene Realo tot Realpolitiker. Dat is een hele prestatie voor een vroegere taxichauffeur die daarmee zijn generatie een belangrijke dienst bewijst.

Met vallen en opstaan is Schröder uit de schaduw van Lafontaine getreden. Hoewel het duo op elkaar blijft aangewezen, heeft de kanselier zijn positie versterkt met een eigen keukenkabinet van specialisten, die liberaler en realister denken dan de neo-Keynesianen op Lafontaines departement. Hoewel Rode Oskar na hevige kritiek in binnen- en vooral buitenland, een toontje lager zingt, heeft hij zijn economische denkbeelden geenszins aan de wilgen gehangen.

Vorige week pleitte Lafontaine nog voor een nieuwe verlaging van de rentevoet, als wondermiddel tegen een dreigende recessie. Ook heeft hij ± in stilte ± de eerste stap gezet om het gerespecteerde gezelschap van Vijf Wijzen dat de regering van economische adviezen voorziet, te vervangen door vraageconomen.

Toch moet bij het opmaken van de balans worden geconstateerd, dat van het plan om Duitsland economisch en sociaal te moderniseren nog weinig te bespeuren valt. Graag etaleert Schröder zich tenslotte als vernieuwer. Nog op het partijcongres in maart vorig jaar in Leipzig pleitte hij met flair voor een wereld waarin de staat geen herverdeler is, maar moed moet tonen om nieuwe oplossingen te bedenken voor het sociale stelsel. De belofte blijkt ver te zoeken. Het tegendeel is waar.

Op tal van gebieden, zoals bij de belastingen, is de terugtocht in de collectieve mist begonnen. Hoe ook geoordeeld wordt over Kohls hervormingen, de bijbetaling voor medicijnen, de versoepeling van het ontslagrecht en de vermindering van de ziekte-uitkering zijn allemaal weer door de nieuwe regering ongedaan gemaakt. Van de belastingplannen profiteren vooral modale gezinnen. Het bedrijfsleven moet de rekening betalen en de indirecte belastingen stijgen. Waar blijft de injectie voor extra economische groei en werkgelegenheid?

Door alle douceurtjes in de eerste 100 dagen uit te delen, heeft Schröder zich bij de Duitsers populair gemaakt; 75 procent is heel tevreden over het werk van de kanselier, zo blijkt uit de jongste Emnid-enquête. Daarmee valt het resultaat voor de rood-groene regering in de opiniepeilingen beter uit dan het in werkelijkheid is.

In Amerika, waar de traditie van 100 dagen vandaan komt, wordt de start van een nieuwe regering gebruikt om daadkracht te tonen. Zo kondigde president Franklin Delano Roosevelt bij zijn ambtsovername in 1933 de `New Deal' af en zette hij in zijn `first hunderd days' een economisch en sociaal hervormingsprogramma op de rails.

Wanneer komt `Schröder de vernieuwer' met zijn programma op de proppen? Of ontbreekt het concept? Zelf wil hij afgerekend worden op snelle daling van de werkloosheid. Tot nu toe is evenwel te weinig gebeurd wat op een herinrichting van het sociale stelsel wijst, op structurele bezuinigingen of het aantrekkelijker maken van Standort Deutschland, zodat nieuwe investeerders nieuwe banen scheppen. Schröders ronde-tafel-gesprekken met werkgevers en werknemers voor een `Alliantie voor Werk' zijn nog maar net begonnen, of dit Bündnis wordt al bedreigd door onnodig harde looneisen van de sociaal-democratische achterban die broedt op een algehele staking eind februari.

Tot nog toe speelt de kanselier de grote verzoener. Pas wanneer zijn ministers teveel fouten maken, komt hij in actie. Intussen staat zijn eigen reputatie als voorzitter van de Europese Unie op het spel. Duitsland heeft de ambitie om de EU snel klaar te stomen voor de volgende eeuw. De financiën moeten worden gesaneerd, de landbouw hervormd, Europa moet `democratischer' worden en de Oosteuropese landen mogen niet in de kou blijven staan. Eind maart, in Berlijn, moet dit allemaal in orde zijn.

Wil de kanselier zijn eigen troetelkind ± de `Alliantie voor Werk' ± niet in gevaar brengen, zal hij doortastender te werk moeten gaan. Schröder zou `niet alles anders, maar veel beter' doen, beloofde hij bij zijn aantreden. Zijn kabinet van verbale blindgangers als Trittin en Lafontaine, maakt het hem daarbij erg moeilijk. Schröder holt van de ene brand na de andere. Terwijl hij eigenlijk zou moeten bewijzen dat hij niet slechts de gepolijste televisie-kanselier is voor de goede, maar ook voor de slechte tijden.

Michèle de Waard is correspondent voor NRC Handelsblad in Berlijn.