Nederland is iets te liberaal

Nutsbedrijven behoren niet meer tot de taken van de overheid, zo luidde de consensus. Nederlandse telecommunicatie en busvervoer komen nu in hoog tempo in buitenlandse handen. Energie en drinkwater volgen. De zo vurig nagestreefde liberalisering van Nederland heeft enkele zeer ongewenste effecten.

Ooit had Henk de Goede een visioen. De directeur van Casema droomde van een groot Nederlands kabeltelevisiebedrijf dat de concurrentie met andere vormen van telecommunicatie en de buitenlandse bedreiging aankon. Met termen als De Zeven Provinciën riep De Goede zoete herinneringen op aan de Nederlandse Gouden Eeuw, toen het land in internationaal perspectief nog iets voorstelde.

Nu is De Goede niet veel meer dan een zetbaas van de heren van France Telecom, het bedrijf dat de KPN-dochter eind 1997 overnam. En na de overname twee weken geleden van collega Telekabel door het Amerikaanse UPC zijn de belangrijkste Nederlandse kabelbedrijven nu in buitenlandse handen.

Afvalverwerking, energie en drinkwater zullen snel volgen, zo lijkt het. Waar traditioneel commerciële sectoren als uitgeven, supermarkten en bankieren Nederlandse bedrijven hebben opgeleverd die internationaal een vuist kunnen maken, dreigt het `nieuwe bedrijfsleven' onder de voet te worden gelopen zodra de grenzen opengaan.

Energiedistributiebedrijf Nuon uit Arnhem verkocht Telekabel weliswaar aan UPC om met het geld de eigen `corebusiness' te kunnen klaarstomen voor de geliberaliseerde Europese energiemarkt. Maar of dat genoeg is om op de been te blijven als kapitaalkrachtige buitenlandse partijen de thuismarkt betreden is de grote vraag. Vorige week dinsdag zei Brabants gedeputeerde L. Verheijen, commissaris van energiebedrijf Pnem/Mega dat net is gefuseerd met collega Edon, dat de volgende stap ,,een fusie'' met een buitenlands bedrijf is. De nieuwe combinatie wordt door de eigen commissaris in het internationale geweld te klein geacht. Om niet te spreken over de aanpalende stroomproductiesector, waar eind vorig jaar een fusie tussen de grote Nederlandse partijen mislukte. Recent onderzoek leert dat 10 buitenlandse bedrijven dit jaar nog de stap naar de Nederlandse energiemarkt zullen zetten.

Ook in andere, niet gelieerde, voormalige nutssectoren is sprake van sterk toenemende buitenlandse invloed. De commerciële omroep kwam vorig jaar volledig onder buitenlandse controle, een ontwikkeling waarover Veronica-voorzitter Joop van der Reijden zich in deze krant publiekelijk beklaagde. En om concurrentie in het busvervoer te stimuleren, moet de Nederlandse monopolist VSN van de politiek de helft van zijn binnenlandse activiteiten verkopen. Nederlandse ondernemers of kapitaal blijken niet voorhanden. De noordelijke busbedrijven werden Brits, zuidelijke autobussen staan nog in de verkoop. Deze week werd duidelijk dat er geen Nederlandse interesse is. Het Franse CGEA, ook eigenaar van treinen van Lovers, is de torenhoge favoriet. En als de nieuwe Hogesnelheidslijn (HSL) wordt aanbesteed, zo verwachten kenners, zal de kanshebbende belangstelling uit dezelfde hoek komen.

Oud-voorzitter Bas Eenhoorn van de vereniging van kabelbedrijven Vecai klinkt een beetje verbitterd. ,,Ik heb twee jaar geleden al eens gewaarschuwd, maar kreeg daar toen veel kritiek op. Ooit waren de Nederlandse kabelbedrijven de grootste en waren er kansen om zelf te expanderen. Nu is het over en sluiten. Wat we hebben weggegeven, krijgen we nooit meer terug.'' De Nederlandse invloed op telecommunicatie is volgens Eenhoorn, thans adviseur bij Moret, Ernst & Young, en toekomstig voorzitter van de VVD, volledig aan het verdwijnen: ,,Het buitenland slokt Nederland op. Kijk naar alle nieuwe buitenlandse aanbieders van mobiele telefonie, kijk naar aanbieders van satellietcommunicatie.''

Voormalig Telekabel-directeur, nu onafhankelijk adviseur Jurjen Bron denkt dat zelfs een echt Nederlands telecombedrijf als KPN Telecom het niet gaat bolwerken, een mening die onder zijn collega's breed wordt gedeeld: ,,KPN staat in z'n uppie omdat de buitenlandse allianties zijn mislukt. De markt speculeert al langer op een overname. Dat ligt ook voor de hand als je ziet dat in Amerika verschillende Internetbedrijven, die soms nog geen cent hebben verdiend, al een hogere beurswaarde hebben dan het kerngezonde KPN.''

Waar blijven al die Nederlandse ondernemers en hun kapitaalverschaffers? Terwijl toch voortdurend wordt beweerd dat Nederlandse fondsbeheerders van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen. Volgens telecomadviseur Peter Jelgersma zijn de risico's in de ogen van Nederlanders te groot: ,,In de kabelsector wordt al twintig jaar gepraat over alle nieuwe diensten die mogelijk zijn. Maar er gebeurde nooit wat. Dan denkt men gauw dat het wel nooit zal gebeuren en durft dus niet te investeren.''

Een bankier van een grote bank die de nutssector goed kent, en die anoniem wil blijven, is veel cynischer: ,,Het is heel simpel. Als ik iemand moet adviseren om te investeren is vraag 1: wie leidt het bedrijf? Wat is de kwaliteit van het management? De nutsbedrijven zijn niet klaargemaakt voor een competitieve omgeving. Er is sprake van slecht management en een mix van bedrijfsmatigheid en politieke beïnvloeding. In de energiesector zitten de energiebaronnen op hun kastelen en doen niets anders dan met elkaar vechten. In al die sectoren van stroom tot vervoer zit een beperkt groepje personen aan het roer met een semi-politieke achtergrond. In feite doen ze niet anders dan proberen dingen tegen te houden. Het gevolg is een walk-over. Het is triest maar onvermijdelijk.''

En het gevaar van de walk-over op de thuismarkt gaat gepaard met dreigende mislukking van de expansiestrategie van nutsbedrijven over de grens. Ondernemingen als KPN en vervoerder VSN verkopen gedwongen belangen in eigen land om het kapitaal vervolgens in buitenlandse overnames te steken. Daarmee verruilen ze een tamelijk veilige thuisbasis voor risicovolle avonturen, met name in Oost-Europa. ,,Het kapitaal verdampt daar vaak'', zegt Bron. ,,Er is door dergelijke bedrijven nog nooit een cent in het buitenland verdiend.''

Het is de vraag of het management van de bedrijven wel altijd weet waar het mee bezig is. In plaats van bezinning op de eigen strategie als blijkt dat concurrent Deutsche Telekom 2 miljard gulden moet afboeken op haar internationale investeringen spreekt KPN-directeur Pieters van koudwatervrees bij de Duitsers: ,,Sindsdien komen we ze niet veel meer tegen in de markt. Dat is voor ons gunstig'', zo citeerde het Financieele Dagblad eind december.

Maar afgezien van een gefrustreerd Oranjegevoel, is het wel zo triest dat buitenlanders in de Nederlandse nutsbedrijven de macht grijpen? Allerminst, vindt Jelgersma: ,,Het is juist een hele goeie ontwikkeling. Tot dusver is er in die sectoren vrijwel niets gebeurd. Die buitenlanders gaan tenminste voortvarend aan de slag en weten waar ze het over hebben. In Amsterdam timmeren ze met kabelbedrijf A2000 aan de weg sinds daar een grote Amerikaanse Baby Bell bij is betrokken.''

Eenhoorn vindt ook dat de verkoop aan buitenlanders voor de Nederlandse consument gunstig kan uitpakken omdat er allerlei nieuwe producten op de markt komen, maar hij ziet ook een andere kant: ,,Voor ondernemend Nederland is het een gemiste kans. Er valt een hele markt weg.''

En dan is er nog het algemeen belang dat op langere termijn mogelijk wordt getroffen door de opkomst van vreemd kapitaal: de macht in de Nederlandse nutssectoren wordt dadelijk uitgeoefend vanuit Parijs en Londen, ver van de plaatselijke of landelijke overheden. De eerste gevolgen van die ontwikkeling zijn al zichtbaar. De ruzie in Amsterdam toen A2000 de nieuwszender CNN van de kabel gooide, ligt nog vers in het geheugen.

En in de provicies Friesland, Groningen en Drenthe beginnen de bestuurders volgens adviseur Salem Samhoud nu te klagen dat ze verstoken zijn van elementaire informatie over hun eigen streekvervoer, sinds dat in handen is gekomen van het Britse Arriva. ,,Het is voor de beleidsmakers een black box geworden'', zegt Samhoud: ,,Arriva beroept zich op het feit dat het bedrijf beursgenoteerd is en geen koersgevoelige informatie mag vrijgeven.'' De adviseur is bezorgd over de ontwikkeling: ,,Toen Arriva in beeld kwam, profileerde het bedrijf zich als klant- en medewerkersgericht om het contract binnen te halen. Nu zeggen ze in het openbaar dat ze laten zien hoe je bij aanbestedingen voor het bedrijf het maximale uit overheidscontracten kunt halen, met andere woorden hoe ze de overheid het beste kunnen uitmelken.''

Een ander gevaar van de buitenlandse inbreng in de Nederlandse nutssector schuilt in de verplaatsing van het innoverende vermogen van de sectoren over de grens. Het ligt voor de hand dat de ontwikkeling van nieuwe producten niet meer in Nederland, maar dicht bij de hoofdkantoren in het buitenland zal plaatsvinden. ,,Dat betekent verlies van hoogwaardige werkgelegenheid'', aldus Eenhoorn.

Samhoud is zelfs ronduit negatief en ziet niet enkel de kennis maar ook de producten zelf verdwijnen. ,,Nederland kent nu nog het meest innoverende openbaar vervoer van Europa. Over een jaar of acht is iedereen verbaasd dat hier alleen nog maar oude bussen rijden.'' Vanzelfsprekend zullen ook in het Nederlandse management rake klappen vallen. Eenhoorn: ,,Henk de Goede handhaaft zich uitstekend als directeur van Casema, maar er komt een moment dat daar een Fransman wordt neergezet.''

Volgens betrokkenen is de Haagse politiek zich nauwelijks bewust geweest van de consequenties van de mede op Europees initiatief ingezette liberalisering. ,,De politiek heeft altijd gedacht dat er een groot Nederlands kabelbedrijf zou ontstaan. Idem voor energie en water'', zegt Eenhoorn. Samhoud erkent dat liberalisering en mondialisering trends zijn die moeilijk zijn tegen te houden, ,,maar in de politiek zet dat gedachtegoed zich vast in allerlei paradigma's en dogma's. Bij dit soort consequenties heeft men nooit stilgestaan. Concurrentie is heilig, over de effecten denkt men niet na.''

De eerder genoemde bankier vindt Den Haag zelfs ronduit naïef: ,,Wij gooien onze markten open op het moment dat dat nog helemaal niet hoeft. Dat is hartstikke stom. Ik moet in de Verenigde Staten wel eens uitleggen dat er in Nederland op de telecommarkt geen enkele beperking voor buitenlands eigendom is, dat er een extreem-liberaal regime heerst. Die begrijpen daar helemaal niets van. Zo gooi je gewoon je onderhandelingspositie weg.''

Het is een zorg die wordt gedeeld door oppositiepartij CDA in de Tweede Kamer, bij monde van woordvoerder Economische Zaken Leers: ,,Op alle fronten loopt Nederland in de pas met de Europese eisen. We stellen ons helemaal open, terwijl Nederlandse bedrijven in het buitenland weinig kansen hebben omdat de markten daar nog wel worden afgeschermd. De minister heeft gezegd dat we ons hierover geen zorgen hoeven te maken, maar als deze trend doorzet moeten we concluderen dat we een stomme fout hebben begaan door te snel in de blauwe ogen van Europa te geloven.''

Leers ziet wel iets in de suggestie om eigendomseisen te stellen bij verdere liberalisering: ,,We moeten een aantal vingers in de pap houden. Pas als de andere landen dat doen, kunnen wij ook de laatste vingers uit die pap halen.''