Leonding

In de Tsjechische restauratiewagon ruikt het naar soep en warme appeltaart, en ondertussen rijden we door de sneeuw. We rijden langs witte rivieren, langs een wereld van roestig ijzer, wegwerkers met rode neuzen, vuurtjes in de berm, dorpen waar de blauwe rook slaperig uit de schoorstenen komt, en overal valt sneeuw. Hogerop begint het te jagen, de wind fluit, in de verte toetert de locomotief, buiten is alleen maar een witte muur. Bij een station een geelverlicht raam, daarachter een vrouw die op een aanrecht een kind staat te wassen. Dan zijn we in Linz.

Ik wil een klein bezoek afleggen in Leonding, een voorstadje van Linz. De Amerikaanse historicus John Lukacs had het graf in 1989 nog gezien. Als ik het stampvolle kerkhof zie kan ik het me bijna niet voorstellen: vrijwel geen steen is ouder dan een jaar of tien, en deze is uit 1907. Na drie kwartier zoeken, ik ben bijna helemaal rondgeweest, schrik ik: dus toch. Met ijskoude vingers noteer ik: Alois Hitler, kk Zollamts Oberoffizial i.p. und Hausbesitzer, gest. 3 Jänner 1903 im 65. Lebensjahr. Denen Gattin Frau Klara Hitler, gest. 21 Dez. 1907 i. 47 Lebj. want veel ruimte was er nooit voor haar. Achter het kerkhof staat nog steeds het lage, gele huis waar hun kleine jongen Karl-Mayboeken verslond, Boerenoorlogje speelde en op de ratten van het kerkhof joeg.

Alois en Klara hebben geen levende nazaten meer, maar toch is hun grafsteen omringd door dennengroen en viooltjes. Er staan drie nieuwe kaarsen. Over het kruis hangt een verse krans. Er zijn hier nog altijd onbekende, zorgende handen aan het werk.