Gijzeling eindigt in algemene tevredenheid

Na een gevangenschap van 18 dagen werden gisteren zes Nederlandse en Britse gijzelaars door hun Jemenitische ontvoerders vrijgelaten. Ze werden goed behandeld.

Eigenlijk waren ze tweede keus. Achttien dagen hebben Hans Koolstra, zijn vrouw en twee kinderen, en het oudere Britse echtpaar Rosser gevangen gezeten in een bergdorp in het noorden van Jemen. En dat alleen maar omdat hun ontvoerders hun oorspronkelijke doelwit, de Amerikaanse ambassadeur, hadden gemist. ,,Het was puur toeval.''

Gisterochtend kreeg de Nederlandse ambassade bericht van het hospitaal in Sana'a waar Hans en Berta Koolstra werken en de Rossers vrijwilligerswerk doen: allen waren vrijgelaten en bevonden zich in het huis in Sana'a van Sjeik Naji al-Shaif, hoofd van de stam der ontvoerders en parlementslid voor de partij van president Ali Abdullah Saleh. De sjeik had van de vrijlating een spektakel gemaakt, zo leek het, speciaal voor de filmploeg van het ministerie van Defensie. Beelden die de Jemenitische televisie gisteravond uitzond, toonden tientallen met machinegeweren bewapende mannen, een ernstige sjeik, twee tevreden ambassadeurs en de families, die lieten weten dat ze goed behandeld waren en het goed maakten. Zo eindigde wat de Jemenieten sinds december, toen vier toeristen bij een gijzeling door moslim-extremisten de dood vonden, een `ouderwetse' ontvoering noemen, in algemene tevredenheid.

De Nederlanders en Britten waren 18 januari in een kleine stoet van drie terreinwagens van Sadah naar Sana'a teruggereden. Na twee uur rijden waren ze gestopt om te drinken, waar vier mannen op hen toe waren gekomen. ,,Aardige mannen. Of ze mee mochten rijden.'' Vier vriendelijke gewapende mannen, dat kwam goed van pas; het noorden van Jemen is het gebied van de Bakils en de Hashids, twee van de belangrijkste stammen van het land. Een gebied dat buitenlanders ontraden wordt.

Eddie Rosser zat al achter het stuur toen de mannen zeiden dat zíj wilden rijden. Nee, nee, zeiden de Koolstra`s. Tot een van hen zijn machinepistool op Rosser zette. ,,Toen begrepen we dat dit niet zomaar aardige mannen waren'', aldus Koolstra. Zeven of acht uur zaten ze vervolgens in de auto. Het eerste uur geblindoekt, daarna waren ze op Bakil-grondgebied en voelden de ontvoerders zich veilig. Op zes uur gaans van de naaste asfaltweg werden de families ondergebracht in Barat, de streek rond het dorpje Suq al-'Inan.

Het was de derde keer dat ze daar ooit blanken zagen, zegt Koolstra. ,,En de tweede was ook een gijzelaar geweest.'' In het huis van de kennelijke leider, Faisal, en bewaakt door diens privéleger, hebben de families de afgelopen weken doorgebracht. De ontvoerders boden meteen aan vrouwen en kinderen vrij te laten. Maar dat vonden de gijzelaars nog riskanter dan dat ze bleven.

Ze werden goed behandeld. Voor de Koolstra's, die hun spullen in een van de terreinwagens hadden moeten achterlaten, werden kleren gekocht. De kinderen Rense en Gerrit kregen een bal.

De gijzelaars hadden al snel door dat dit `gewone' ontvoerders waren. ,,Ze spraken geen terroristische taal.'' Ook al vertelde Faisal dat ze eerst de Amerikaanse ambassadeur op het oog hadden gehad met hun actie.

Af en toe hadden ze, per fax, contact met de buitenwereld. En hun ontvoerders hielden hen op de hoogte, al was dat niet altijd even betrouwbaar ± acht keer hadden de gijzelaars te horen gekregen dat ze mochten gaan. Ze wisten dat ze waren gegijzeld om een door de overheid gevangen stamlid vrij te krijgen. ,,Maar ik heb geen idee of dat gelukt is'', zegt Koolstra.

Op de vraag of ze nu Jemen willen verlaten, antwoorden Koolstra en Rosser eensgezind: néé. ,,Ik woon hier vier jaar'', zegt Koolstra. ,,Dit is mijn huis.''