Witte illegalen: `Wij gaan door'

De 132 witte illegalen die in december in hongerstaking gingen in de Haagse Agneskerk om alsnog een verblijfsvergunning af te dwingen, kregen gisteren antwoord van staatssecretaris Cohen (Justitie). Dertien hongerstakers mogen blijven. De advocate: ,,We gaan door tot het Europees hof in Straatsburg.''

De Turkse Koerd G.Sertkaya kan het niet begrijpen. Hij kwam acht jaar geleden naar Nederland, en werkte hier als betonvlechter. Nu moet hij weg. Uit een zak van zijn jasje pakt hij een groene kaart van het Haagse ziekenhuis Westeinde. ,,Kijk hier'', zegt hij. ,,Op 2maart heb ik een afspraak met de dokter. Dan moet ik geopereerd worden aan mijn darmen.'' Vanaf 1 maart mag Sertkaya hier niet meer zijn. ,,Ik ga niet weg, ik wacht rustig af.''

De Turk M. Bekdur zegt bijna dertien jaar in Nederland te hebben gewerkt. Hij kreeg van staatssecretaris Cohen (Justitie) geen verblijfsvergunning, maar de rechter moet zich nog over zijn zaak buigen. De uitspraak van de rechter wordt over enkele dagen, op 11 februari, verwacht. ,,Ik dacht: we krijgen allemaal een verblijfsvergunning. Maar ik moet weer wachten. Mag ik niet blijven, dan ga ik misschien weer in hongerstaking. Dit is wel mijn tweede land.''

De Turkse Koerd A. Çelik, de voormalige `stakingsleider' van de illegalen, kreeg wel een verblijfsvergunning. Dat is vreemd. Want Çelik, die zegt achttien jaar in Nederland te wonen, werkte weliswaar jarenlang in de kassen met tomaten, paprika's en sla, maar voldoet niet aan de criteria om een vergunning te krijgen. Een illegaal moet kunnen aantonen zes aaneengesloten jaren `wit' te hebben gewerkt en dus premies en belastingen te hebben afgedragen, gedurende 200 dagen per jaar.

Toch mag Çelik blijven. Waarom weet hij niet. Zowel de af- als de toegewezenen kregen een standaardbrief van staatssecretaris Cohen.

Tijdens de persconferentie van het actiecomité moet Çelik zachtjes huilen. ,,O, wat was ik blij. Maar nu niet meer. Ik had gehoopt dat iedereen mocht blijven. Mijn vrienden moeten weg. Dat is niet rechtvaardig. We gaan door met actievoeren, maar ik zal niet meer de leider zijn. Dat kan niet meer. Ik moet voorzichtig zijn.''

Gisteren kregen de 132 voormalige hongerstakers uit de Haagse Agneskerk van de staatssecretaris antwoord op hun aanvraag om een verblijfsvergunning. Mochten ze wel of niet blijven?

De uitslag was teleurstellend voor de illegalen: dertien mogen blijven, vijfenvijftig krijgen een maand om te vertrekken en 64 kunnen hun beroep bij de rechter in Nederland afwachten, maar krijgen van de bewindsman in ieder geval geen verblijfsvergunning.

De illegalen en het solidariteitscomité, gisteravond verzameld in het Haagse perscentrum Nieuwspoort, begrijpen er niets van. Op 30 november gingen ze in hongerstaking. Na achttien dagen zonder eten overhandigden ze hun dossiers aan staatssecretaris Cohen die beloofde de dossiers persoonlijk nog eens te bekijken en op 1 februari een besluit te nemen.

Nu blijkt het overgrote deel te moeten vertrekken. Waarom, zo vroegen ze zich gisteravond af.

Een paar uur eerder, om twee uur 's middags, had staatssecretaris Cohen zijn besluit bekendgemaakt. De 132 brieven van Justitie waren toen al bezorgd op de woonadressen van de witte illegalen.

Gekleed in een stemmig donker pak met een donkere stropdas en met een strak gezicht was de bewindsman, omstuwd door cameramannen en fotografen, het perscentrum binnengekomen. De dossiers van de voormalige hongerstakers, zo zei hij, waren hem tegengevallen. ,,Een substantieel aantal mensen voldoet bij benadering niet aan de criteria.'' Die voorwaarden waren opgesteld om illegalen die wit hadden gewerkt, aan een verblijfsvergunning te helpen. De schijn van legaliteit was immers gewekt, zo heette het.

De 132 illegalen voldeden volgens eigen zeggen net niet aan de criteria; ze misten bijvoorbeeld de papieren van de bedrijfsvereniging over een of twee arbeidsjaren en hadden daardoor een `gat' of kwamen enkele dagen tekort om de 200 dagen `vol' te maken. Door middel van de hongerstaking eind vorig jaar probeerden ze alsnog een verblijfsvergunning af te dwingen.

Had het solidariteitscomité hun zaken te mooi voorgespiegeld, had de pers de verhalen te veel opgeklopt?

Staatssecretaris Cohen zei het gisteren niet te weten. Maar hij was wel geschrokken van de dossiers. Sommige hongerstakers konden in geen enkel jaar aantonen tweehonderd dagen te hebben gewerkt, verklaarde de bewindsman, en anderen hadden `gaten' van een of meer jaren in de periode van zes jaar. Zeven mensen hadden nog nooit een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend, zeven anderen hadden onjuiste gegevens verstrekt en 42 hongerstakers waren in de afgelopen jaren een of meer keren naar hun geboorteland uitgezet. Daar was de `schijn van legaliteit' dus helemaal niet gewekt.

Het solidariteitscomité veegde de kritiek 's avonds van tafel. ,,Ik weet niet waar de staatssecretaris het vandaan haalt'', zei advocate G. Later. ,,Alle mensen hebben zes jaar gewerkt, een van hen heeft zelfs eenendertig jaar gewerkt. Waar hebben we het over!'' Het antwoord van de staatssecretaris, die gebruik maakte van zijn discretionaire bevoegdheid om 13 van de 132 ex-hongerstakers alsnog een verblijfsvergunning te geven, vond ze onvoldoende.

Volgens de advocate waren er nog ,,zat'' juridische mogelijkheden, desnoods ging ze door tot het Europees hof in Straatsburg. Mogelijk of niet; de afgewezen hongerstakers veerden bij het horen van een nieuwe kans alweer hoopvol op.

Onder hen de Egyptenaar A. Moussa. Hij kreeg gisteren te horen niet in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Hij zal met zijn vrouw en kinderen binnen een maand het land moeten verlaten. Maar Moussa geeft zich nog niet gewonnen. ,,De hongerstaking was geen grapje. We moesten dat doen zodat ze naar ons luisterden. De eerste helft is verloren, maar de wedstrijd is nog niet klaar.''