Sarren en treiteren in de dorpsfanfare

Deze toneelvoorstelling is puur Prova di Orechestra van Fellini, waarschijnlijk zonder dat de makers zich daarvan bewust zijn: het Bossche gezelschap De Wetten van Kepler speelt Concordia, een stuk dat handelt over een dorpsfanfare. Net als in de film vormt de muziek of het instrument de aanleiding tot persoonlijke bekentenissen. De zeven leden van Concordia komen bijeen om te repeteren voor het Hafa-Concours voor fanfaregezelschappen in St. Hubert. Het debâcle van een jaar eerder moet gerevancheerd worden, en dat betekent: hard repeteren, mooie ritmische muziek maken en vooral een strakke discipline aan de dag leggen.

Hoe eenvoudig deze zaken ook klinken, het is bijna een onmogelijke opgave. De muzikanten sarren en treiteren elkaar, ze kunnen zich niet losmaken van elkaars invloed en vooral niet elkaars erotiserende macht. De twee vrouwen hebben een onverbiddellijk sexy uitstraling.

Concordia gaat over de tragiek van de beslotenheid, zoals een huwelijk dat kan zijn. In de drukketel van elkaar elke dag te moeten zien, samen met elkaar voorwaarts te gaan, ontstaan ongewild pijnlijke conflicten. Wat de een aan liefde of aandacht verwacht, wil de ander niet geven. Er valt zelfs een dode, de Marokkaanse muzikant Mohammed. Aan het slot twijfelen de leden: moeten ze nu naar Marokko om voor hem een afscheidslied te spelen of toch naar het concours? Ze besluiten naar St. Hubert te gaan. Voor het eerst spelen ze samen een melancholiek getoonzet stuk, maar dat zijn toch niet de harmonieuze slotakkoorden. Een van de vrouwen loopt naar een juke-box en keihard swingt een van de hartbrekendste Elvis Presley-songs door de ruimte: `We can't go on together with suspicious minds.' Ja, we kunnen samen niet verder als we elkaar wantrouwen.

De Wetten van Kepler, onlangs nog te zien in een sterke Antigone, maakt voorstellingen die de toeschouwer heel nabij komen. De acteurs beschikken over een open, transparant spel en een directe zeggingskracht.

Regisseur Wim Berings heeft de spelers zelf de teksten laten schrijven, waarna de voorstelling tot stand is gekomen. Ze heten Kevin, Toon, Ad, Bionda en Wiel. Zegt Wiel iets tegen Ad, dan reageert Toon. Dat leidt tot trefzeker gespeelde verwarring, want niemand weet wie hij of zij nu precies is in het geheel van het muziekgezelschap. Is Bionda wel Bionda, of is zij de vrouw op wie de mannen hun dromen projecteren? Dan zou ze dus elke meisjesnaam kunnen hebben.

Pas aan het eind, wanneer ze zich identiek en in het zwart gekleed hebben voor het fanfareconcours, vormen ze een hecht gezelschap. Geen doorschijnende rode jurkjes voor de dames of slechtzittende pakken voor de heren, maar muzikanten. Ondergeschikt aan slechts een doel: muziek maken. Dat lukt, wonderwel. De harmonie lijkt te zijn tot Elvis het laatste woord neemt: `We can't go on together with suspicious minds.' De dreiging opnieuw uit elkaar te vallen is niet weggenomen, de repetities zullen zijn als duels.

Voorstelling: Concordia. Een portret van een kleine dorpsfanfare. Regie: Wim Berings; kostuums: Ilse Vermeulen; muziek: Wiebe Gotink; spelers: Dominique Hoste, Herman van de Wijdeven, Caroline Rochlitz. e.a. Gezien 28/1 Theater Bis, Den Bosch. Tournee t/m 27/3. Inl.: 073-614.19.34.