Rebellen bedreigen oliehaven in Angola

De Angolese rebellenbeweging UNITA heeft gisteren een nieuwe militaire overwinning gemeld in het uiterste noorden van het land. In de provincie Zaire, die grenst aan Congo, zouden UNITA-eenheden het stadje Tomboco hebben veroverd op het regeringsleger. De inname van Tomboco, dat 150 kilometer ten oosten van de strategische oliehaven Soyo ligt, is nog niet door onafhankelijke bronnen bevestigd.

De secretaris-generaal van UNITA, Paulo Lukamba Gato, die de jongste verovering wereldkundig maakte vanuit Bailundo, het rebellenhoofdkwartier in het centrale bergland, zei ook dat regeringstroepen zijn begonnen zich terug te trekken uit Lufico, een plaatsje op 130 kilometer van Soyo. Lufico ligt tegenover Matadi, de Congolese havenstad die als uitvalsbasis dient voor de Angolese regeringstroepen die president Kabila van Congo bijstaan tegen door Rwanda en Oeganda gesteunde rebellen.

Vorige week veroverden UNITA-eenheden M'banza Congo, de hoofdstad van de Angolese provincie Zaire, en sindsdien zijn ze verder opgerukt naar het westen, in de richting van Soyo, een havenstad op 30 kilometer van de Congolese grens. In de omgeving van Soyo bevinden zich de enige on-shore olievelden van Angola, die worden geëxploiteerd door de Belgisch-Franse maatschappij Total-Fina en die 20.000 vaten ruwe olie per dag produceren. Drie kilometer van Soyo ligt Kwanda Base, een kamp waar arbeiders van Total, Texaco, BP-Amoco, Exxon en Fina bivakkeren als zij geen dienst doen op de booreilanden voor de kust. Gevraagd of UNITA voornemens is Soyo in te nemen, zei Gato: ,,We zijn van plan hen (de daar gelegerde regeringstroepen) een bezoek te brengen.'' Westerse diplomaten in Luanda toonden zich gisteren somber over de mogelijkheden van het regeringsleger om de UNITA-opmars voor Soyo tot staan te brengen. (AP, Reuters)