Partijkader zaait onrust op platteland China

Peking is bezorgd over de groeiende onrust op het platteland. Boeren dreigen in opstand te komen tegen mismanagement en corruptie, maar het lokale partijkader weet van niets.

Xiaogang ziet er vervallen uit voor een dorp dat regelmatig de persoonlijke aandacht geniet van 's lands hoogste politieke leiders. Afgelopen najaar nog was niemand minder dan president Jiang Zemin er op bezoek, en op hoogtijdagen, vertellen de dorpelingen, kun je honderden kaderleden van partij de enige straat van het dorp op en neer zien wandelen. Maar als ze zijn verdwenen, en het stof is gaan liggen dat hun geblindeerde Audi's doen opwaaien, blijft van Xiaogang, in het centrum van de arme landbouwprovincie Anhui, niets anders over dan het stille, achtergestelde dorp dat het altijd is geweest.

Toch is Xiaogang een plaats waar revolutie is gemaakt. In 1978 besloten 18 boeren, van wie de meesten hier nog wonen, tegen het beleid van de communistische partij in, hun commune in het geheim op te delen. Het was een contrarevolutionaire beslissing, maar volgens Yan Hongchang, de nu 48-jarige initiatiefnemer van het plan, de enige oplossing om een einde te maken aan de rampzalige armoede en hongersnood die het communesysteem met zich had meegebracht. ,,Geen van ons had nog de energie het land op te gaan. Wat we ook deden, er bleef nooit genoeg voedsel over voor iedereen.''

Het plaatselijk partijkader protesteerde, maar al gauw kreeg Xiaogang de goedkeuring van Wan Li, de toenmalige partijsecretaris van de provincie Anhui. Binnen een paar jaar raakte het experiment van Yan en de andere boeren in heel China bekend, en verdwenen overal in het land de gehate communes. Het was de belangrijkste stap in de richting van het moderne marktgeoriënteerde China.

Maar bij die historische verandering in 1978 is het in Xiaogang min of meer gebleven. De boeren wonen in betere huizen, verbouwen nog altijd hun eigen lappen grond en ze lijden zeker geen honger meer, maar van de stormachtige ontwikkelingen die zich na het opheffen van de communes elders in China hebben voorgedaan, is hier geen sprake. Ondanks de belangstelling van hoge leiders, blijft daadwerkelijke hulp in de vorm van investeringen uit. ,,Xiaogang ligt aan de andere kant van de wereld'', zegt Yan. Niemand is echt in dit boerendorp, in een afgelegen uithoek van Anhui, geïnteresseerd. Even bellen met president Jiang, met wie Yan hartelijk handen schuddend op de foto staat, en vragen om hulp, is er niet bij. ,,Kon dat maar!'', schatert Yan.

Het Chinese leiderschap, met Jiang voorop, heeft de laatste tijd herhaaldelijk zijn zorgen uitgesproken over de trage ontwikkeling van het platteland. Vice-minister van Landbouw Lu Ming stelde vorige week vast dat het boereninkomen (gemiddeld ongeveer 495 gulden per jaar) ver achter blijft bij dat in de stad. Volgens de regering is dat een gevaarlijke situatie. Zo gevaarlijk zelfs dat, in de woorden van Jiang, de economische groei en het voortbestaan van de Volksrepubliek in het geding zijn. Indien de koopkracht op het platteland, met 900 miljoen potentiële klanten, niet aantrekt, zijn er immers onvoldoende afzetmogelijkheden voor de industriële producten die in de stad worden gemaakt. Daardoor zal de toch al inefficiënte staatsindustrie, die al met grote overschotten kampt, nog verder in de problemen raken. Het aantal werklozen zal verder groeien en de stabiliteit van het land komt in gevaar, aldus Jiang.

Maar het gaat om veel meer dan het inkomen van de boeren alleen. In de afgelopen twee decennia is het niet zo onrustig geweest op het platteland als de afgelopen tijd het geval is. Er verschijnen herhaaldelijk berichten over bomaanslagen, en over protestacties van boeren die de straat op gaan uit onvrede over corruptie van partijfunctionarissen, willekeurige belastingen, het staatsmonopolie voor de handel in granen, het afpakken van grond, oneerlijke verkiezingen op dorpsniveau en vele andere grieven meer.

In Xiaogang is de situatie niet anders. In het dorp bestaat grote ergernis over de graanpolitiek van premier Zhu Rongji. Na zijn aantreden vorig jaar, heeft premier Zhu de in- en verkoop van graan volledig geherstructureerd. De reden: corruptie. Het door Zhu geïnstalleerde Nationaal Bureau voor Boekhouding stelde eind vorig jaar vast dat 25 van de 65 miljard dollar aan leningen die de afgelopen zes jaar aan de staatsgraanbureaus zijn verstrekt, zijn `verdwenen'. Het ging om geld dat de 2.800 lokale graanbureaus hadden behoren te gebruiken voor de aankoop van graan. Om de boeren te helpen, heette het. Maar een flink deel van dat budget bleek te zijn verdwenen in de zakken van de ambtenaren.

De boeren ondervonden daar geen directe hinder van. Zij verkochten hun graan liever op de vrije markt. De prijs lag daar hoger en bovendien kwamen de tussenhandelaars, anders dan de officiële graanbureaus, bij de boeren langs om het graan op te halen. Aan dat `vrije' systeem heeft Zhu vorig jaar abrupt een einde gemaakt. Alle handel in graan, behalve die door de staatsbureaus, is aan banden gelegd en de graanbureaus zijn volledig verantwoordelijk geworden voor de verliezen die zij maken. Waar de economie elders in China steeds meer vrij spel heeft gekregen, is de graanmarkt opnieuw in de ijzeren greep van de staat gekomen.

Voor de boeren, die opeens zijn beroofd van de voordelen van de vrije graanmarkt, is dat een grote tegenslag. De prijs die de staatsbureaus betalen voor het graan, en die volgens de overheid vier tot zes cent boven de oude marktprijs zou behoren te liggen, biedt hun te weinig extra inkomen. ,,Vroeger verdienden we meer. Dat is zeker. Graan is het enige dat wij verbouwen'', zegt Yan. Maar zelfs de ooit zo uitgesproken boeren van Xiaogang keuren het nieuwe graanbeleid schoorvoetend goed. Het argument: ,,Het volk heeft wel een mening, maar de enige mening die er toe doet, is die van de leiders.''

Wang Congquan, plaatsvervangend hoofd van het district Fengyang waar Xiaogang onderdeel van is, blijkt zijn les te hebben geleerd. ,,De centrale overheid wil de boeren beschermen'', zegt hij. Het nut van de graanpolitiek en de traditionele obsessie van Peking voor graan als basisproduct ziet hij daarom volledig in. ,,De boeren kunnen rekenen op een vast inkomen.'' Maar weet hij niet dat overal in China, inclusief in zijn eigen district, de boeren klagen over de beperkingen? En weet hij niet dat de graanbureaus op grote schaal met hun inkomsten aan de haal zijn gegaan? ,,Nee'', zegt Wang, daar weet hij niets van.

Eerlijke antwoorden zijn moeilijk te krijgen. Dat is geen verrassing. Evenals overal elders in China, staat de lokale overheid onder de constante verdenking van verduistering en machtsmisbruik. Daarover is weinig openbaar in Fengyang. ,,Maar iedereen weet het'', bevestigt een ambtenaar uit de stad. Corruptie is volksvijand nummer één. Slechts enkelen hebben recht op de inzage in de boekhouding van het district, en ambtenaren kunnen doen met hun budgetten wat ze willen. Ondanks de officiële verlenging van de pachtrechten van de boeren met 30 jaar ± alle grond is van de staat ± kopen corrupte ambtenaren boeren uit, en verhuren zij, tegen de regels in, grond aan bedrijven. Ze negeren staatverordeningen en heffen allerhande belastingen, vele keren meer dan de vijf procent die maximaal is toegestaan. En als alle illegale transacties zijn verricht, sjoemelen ze op grote schaal met de boekhouding.

Maar plaatsvervangend districtshoofd Wang vertrouwt op de steun van de bevolking. Zelden heeft hij onder de boeren in Fengyang ontevreden geluiden gehoord. Want als die er zouden zijn geweest, dan was hij zeker op de hoogte gesteld door de klachtenafdeling van het district, zegt Wang. Navraag doen bij Li Wenquan, het hoofd van de brieven- en klachtenafdeling waarover ieder district in China beschikt, blijkt weinig zin te hebben. Li, die inzage heeft in alle post en persoonlijke rapportages van het ontevreden deel van de 640.000 inwoners uit het district, zwijgt als het graf. Niets laat hij los over de inhoud van de brieven en klachten die hij dagelijks onder ogen krijgt ± om privacy redenen, zegt hij.