Overheid moet samenleving beschermen

Door het vergelijken van de Gorkumse tragedie met onder anderen de Dwaze Moeders in het uiterst dubieuze Argentijnse regime, zet redacteur Janssen de geloofwaardigheid van zijn artikel (NRC Handelsblad, 26 januari) op het spel.

Dat temeer omdat hij verzuimt te melden dat gedurende de marsen in België de burgers spandoeken droegen waarop ondubbelzinnige aanklachten tegen hun overheid stonden te lezen.

De mars in Gorinchem maakte op de mensen die de stoet hebben gadegeslagen de indruk van grote droefheid, onthutsing en rouw. Een beschuldiging richting daders, overheid of eigen samenleving bleef ± althans hoorbaar en zichtbaar ± achterwege.

De burgemeester van Gorinchem, die niet bekend staat om zijn genuanceerde uitspraken, heeft gezegd: ,,Het tast de democratie aan wanneer bij de burgers het gevoel van machteloosheid ontstaat over de manier waarop de maatschappij hen tegen uitwassen beschermt.'' Een juiste uitspraak die berust op de fundamentele taak van de overheid ± dus de politiek en haar uitvoerende instrument ± die zijn gehouden de samenleving te beschermen tegen dit soort uitwassen.

Wat doet nu de heer Janssen? Hij gaat deze opvatting `hinein interpretieren' op grond van zijn politieke voorkeur en schrijft: ,,Natuurlijk moet de politiek zich niet afzijdig houden, maar de veranderingen moeten beginnen met bewegingen van de burgers.'' Om vervolgens de andersdenkende lezers stevig de oren te wassen. Op dat `hinein interpretieren' zelf valt genoeg af te dingen, maar de stelling dat fundamentele zaken als de onderhavige pas door de overheid als uitwassen kunnen worden gedefinieerd nadat de burgerij in beweging is gekomen, is ronduit absurd.

De overheid behoort dit soort ontwikkelingen tijdig te onderkennen en adequate maatregelen te nemen. Dit alleen al om te voorkomen dat de samenleving het recht in eigen hand gaat nemen.