Lekker hard

De A2: voort, voort, voort. Op woensdag rijd ik 50 kilometer in zuidelijke richting heen en 50 kilometer terug. Nee, ik ben niet echt een scheurijzer, maar houd wel van opschieten. Op dit stuk vierbaanssnelweg geldt een maximumsnelheid van 120 km/u. Als er plaats is, rijd ik precies zo hard of iets meer, lekker opschieten. Bij 125 km/u ligt mijn evenwicht tussen verstand en gevoel.

Er zijn vele redenen om langzaam te rijden. (1) Bij hoge snelheid slijt je auto sneller, (2) het is duur want het benzineverbruik is hoger, (3) hoe hoger de snelheid des te groter de gevaren, (4) het is slecht voor het milieu wegens het hogere benzineverbruik en de herrie, (5) er is het risico van boetes, (6) het belangrijkste argument: hard rijden is niet ethisch. Daar staat tegenover (1) je bent sneller waar je wilt zijn, logisch en (2) je rijdt anderen voorbij, lekker.

Ik rijd op de linker rijstrook. Er is veel vrachtverkeer. Ik schuif geleidelijk dichter bij de vrachtwagen op de rechter strook voor me. Dan zie ik in mijn spiegel een bak van Duitse makelij naderen. De lichten stralen. Hij komt onsympathiek dichtbij, car body language voor `Opzij!' Wat zal ik doen? Als ik uitwijk en achter de vrachtauto kruip, loop ik het risico te moeten remmen. Wijk ik niet uit, dan moet de hardrijder remmen. Het is goed hoor. Hij wacht maar even.

Even later: op de rechter strook nader ik een voorligger. Mijn buitenspiegel signaleert op de linkerbaan een auto die ons komt inhalen. Wanneer? Wie is eerder bij mijn voorligger: ik of die racer op de linkerbaan? Vooruit, ik laat wel wat gas los. Nou, schiet op joh. Kijk, m'n teller is gezakt van 125 naar 115 kilometer per uur. Klojo.

Hoe hoort het eigenlijk? Nee, ik wil me niet aan de regels houden, maar ik wil weten wanneer ik me schuldig moet voelen. Tweemaal haalde ik m'n rijbewijs, maar beide keren in verre vreemde landen. Eenmaal zakte ik omdat ik niet wist hoe met de hand richting aan te geven. Om in deze voormalige Engelse kolonie (het stuur zit rechts) linksaf te slaan, diende men de rechterarm naar buiten te laten bungelen en daarmee een linksom roerende beweging te maken. En ik wees over het dak naar links. Stom natuurlijk.

Onder Eindhoven maakt de A2 gebruik van een stukje A67. Het is er druk rond de avondspits. Ter hoogte van wegrestaurant Van der Valk zorg ik op de linker rijstrook te zijn. Een kilometer verder is de afslag naar het noorden. Daar moeten de meesten naar toe. Ik sjees met een vaartje van 100 voorbij rissen afslaanders die kruipend in de rechterbaan op hun beurt wachten. Ik ben namelijk slim. De afslag naar de A2 is eerst één maar even verder twéé rijstroken breed. Daar kan ik er altijd nog tussen. Hoe ver zal ik nog links blijven hangen? Nog even gas en dan hup naar rechts naar de uitvoegbanen. Zo, wel vijftig concurrenten gepasseerd. Nee, ik zit niemand in de weg. Het is niet gevaarlijk wat ik doe. Ik let goed op. Ik zorg juist voor een vlotte doorstroming van het verkeer. Lekker opschieten.