Financiële `architectuur' verdeelt Davos

Ook op het World Econo- mic Forum in Davos was de nieuwe `financiële architec- tuur' weer gespreksthema. Hoe het `flitskapitaal' te temmen, dat landen kan maken en breken? De VS en Europa zijn het niet eens.

De bondskanselier van Duitsland, Gerhard Schröder, en de bekendste speculant ter wereld, George Soros, zijn het roerend met elkaar eens. De ongebreidelde internationale kapitaalstromen moeten worden beteugeld, want ze hebben een vernietigende uitwerking op kwetsbare economieën. ,,Speculatieve kapitaalbewegingen zijn in staat om nationale en internationale markten en zelfs hele economieën te ruïneren'', zei Schröder gisteravond in een toespraak voor het World Economic Forum in Davos.

Soros deed in het Zwitserse wintersportdorp een oproep aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) snel een deel van de (in ruil voor hervormingen) toegezegde 41,5 miljard dollar financiële hulp voor Brazilië vrij te geven. Brazilië is het jongste slachtoffer van de internationale financiële turbulenties. ,,Brazilië stond vrijdag op het punt van bankpaniek,'' zei Soros.

Schröder: ,,Als zelfs George Soros ± en hij kan het weten want hij heeft zelf miljarden verdiend met dergelijke speculaties ± aandringt op de invoering van strakke regels, dan is het de hoogste tijd voor ons om serieus te gaan onderhandelen over de internationale financiële architectuur.''

In de discussie over de `architectuur' lopen de standpunten sterk uiteen:oproepen voor strakke regulering van de financiële markten en beperkte aanpassingen van het huidige systeem door grotere `transparantie'. De VS willen het laatste. Vice-president Albert Gore: ,,De wereldwijde kapitaalmarkt zelf moet beter functioneren ± niet door nieuwe mondiale bureaucratieën op te zetten en ook niet door voortzetting van de laissez-faire-benadering die zoveel van de huidige probleem heeft veroorzaakt ± maar door betere informatie, grotere openheid en meer grensoverschrijdende samenwerking.''

Over één ding is iedereen het wél eens, financiële crises zullen er altijd zijn. Misschien minder en hopelijk minder venijnig. Maar paniekuitbarstingen zijn onvermijdelijk door de aard van financiële markten en de psychologie van de menselijke natuur risico's te onderschatten zolang alles goed gaat. En gaat het mis, dan is het in de moderne elektronische financiële wereld meteen ook goed mis.

Joseph Stiglitz, een van de origineelste economen van deze tijd en chef-econoom van de Wereldbank, kiest voor een andere invalshoek. Als auto's steeds op dezelfde plaats uit de bocht van de weg vliegen, dan is er iets aan de hand. Dan is er iets mis met de auto of met de weg. Temeer omdat de bestuurders (de economische beleidsmakers) steeds beter zijn opgeleid en beter weten wat ze moeten doen. Er moet, volgens Stiglitz dit weekeinde in Davos, daarom dringend iets veranderen aan de bouw van de auto of de aanleg van de weg.

De afgelopen 25 jaar hebben 80 à 100 landen te maken gehad met een ernstige financiële en/of bancaire crisis. Van Zweden tot Argentinië, van Italië tot Mexico waren de wisselkoersen van munten onhoudbaar of beleefde het bankwezen een ineenstorting. Sinds de zomer van 1997 is er geen houden meer aan: Thailand, Zuid-Korea, Indonesië, Rusland en als voorlopig laatste Brazilië. Zuid-Afrika en Turkije staan op de `hitlijst'.

De financiële crises in de `nieuwe markten' kunnen vanuit twee invalshoeken bekeken worden: gebrek aan behoorlijk macro-economisch beleid en de inherente instabiliteit van het internationale financiële systeem. Beide spelen een rol. ,,Slecht beleid maakt het waarschijnlijker dat crises plaats vinden, maar goed beleid is geen garantie dat je immuun bent'', zegt Stiglitz van de Wereldbank. Tweede man Stanley Fischer van zusterorganisatie IMF legt een ander accent. Landen met een behoorlijk economisch beleid hebben wel degelijk een betere kans een crisis zonder ernstige kleerscheuren te overleven. Stiglitz localiseert de dieper liggende oorzaken in de te vroege liberalisatie van kapitaalmarkten en de bijbehorende risico's van het kortlopende kapitaalverkeer. ,,Markten falen soms'', zegt hij. Onderzoek van de Wereldbank heeft volgens hem uitgewezen dat in vrijwel alle landen die in financiële moeilijkheden zijn geraakt, in de voorafgaande jaren het kapitaalverkeer was geliberaliseerd zonder tegelijkertijd te zorgen voor de noodzakelijke regulering en toezicht op de financiële instellingen.

Daarnaast hebben alle landen die getroffen worden door een financiële crisis te maken met een overwaardering van hun wisselkoers en de onhoudbaarheid van hun wisselkoersstelsel. Volgens Heiner Flassbeck, de Duitse staatssecretaris van Financiën, kiezen landen voor een anker voor hun wisselkoers om af te komen van hoge inflatie en het vertrouwen in de munt te vergroten. Via de koppeling van hun munt aan bijvoorbeeld de dollar importeren landen prijsstabiliteit. Vervolgens raken deze munten vrijwel altijd overgewaardeerd en moet het wisselkoersstelsel aangepast worden. Die stap wordt niet tijdig gezet zie het recente geval Brazilië. ,,Waarom handelen regeringen niet rationeel? Ze hebben succes in het terugdringen van het inflatieprobleem, maar vervolgens importeren ze een betalingsbalansprobleem.'' De ontwikkelingslanden die met een muntkoppeling de overgang maken van hoge naar lage inflatie, moeten geholpen worden door van ze te eisen dat ze hun overgewaardeerde munt ,,in één laatste stap'' nog een keer devalueren, meent hij. Maar financiële instellingen zullen natuurlijk terughoudend zijn om geld te lenen aan een land waarvan bijvoorbaat vaststaat dat het zijn munt zal devalueren. En: wat is de belofte waard dat een devaluatie ,,nog één keer'' zal plaatsvinden?

Een van de lastigste problemen in het management van het geliberaliseerde internationale kapitaalverkeer is dan ook te verzekeren dat financiers zich niet terugtrekken als een crisis dreigt. Tegenover de hoge beloningen voor de risico's die ze nemen, staat immers ook de kans op grote verliezen. De kredietverlening aan crisislanden kan niet uitsluitend komen van de internationale instellingen, maar de private sector moet betrokken blijven. Het dilemma daarbij is, zoals Fischer zegt, ,,dat wat de beheersing van een crisis gemakkelijker maakt, het voorkomen ervan juist bemoeilijkt''.

Al deze bouwstenen van de `architectuur van het internationale stelsel' worden komend half jaar intensief besproken, in februari op een bijeenkomst van de Groep van Zeven machtigste industrielanden in Bonn, op de voorjaarsvergadering van IMF en Werelbank en de G7-top in juni Keulen.