De laatste pirouette bij Rudi Carrell

Vandaag precies 35 jaar geleden werd Sjoukje Dijkstra olympisch kampioene kunstrijden. Het was het eerste Nederlandse goud in de geschiedenis van de Winterspelen. ,,Ik schaatste die avond voor de koningin.''

De olympische gouden medaille van Innsbruck '64 is hét pronkstuk in de volle prijzenkast aan de muur van haar huiskamer in Hilversum. Sjoukje Dijkstra denkt er niet aan om de prijs in een bankkluis te bewaren. ,,Dat vind ik onzin'', stelt de voormalige kunstrijdster. ,,Voor een ander heeft die medaille toch geen waarde? Ook vind ik het raar dat mensen zeggen dat ze hun plak ergens in een la hebben liggen. Waar heb je dan zo hard voor gewerkt?''

Vliegen door de lucht, dat vond ze het allermooiste. Daarom probeerde Dijkstra altijd zo krachtig mogelijk af te zetten. Momenteel kan de oud-kampioene niet eens normaal lopen. Ze liep na een ongelukje met het paard van haar dochter een zware knieblessure op en beweegt zich al maanden voort met behulp van een kruk. ,,Ik schaats nooit meer'', vertelt de 57-jarige Dijkstra. ,,Ik heb in 1972 in een tv-show van Rudi Carrell nog een pirouette gedraaid, dat was de laatste keer. Gewoon rondjes rijden op de schaats vind ik niks.''

Ze zou haar carrière zo weer overdoen, zegt ze. Jarenlang trainde ze keihard, zo'n zes uur per dag. ,,Maar dat was zo om'', zegt ze laconiek. Haar trainer, de Zwitser Arnold Gerschwiler, was een strenge man. ,,Hij moest wel want hij had in Richmond in Engeland wel dertig meisjes onder zijn hoede. Hij kwam overal achter. We moesten altijd met een retourticket naar hem toekomen. Rotte appels moesten meteen weg. Een van de meisjes kon ook inderdaad vertrekken. Hij had haar twee keer na half negen op straat zien lopen en dat mocht niet. De volgende dag zat ze in het vliegtuig.''

Onder de hoede van Gerschwiler boekte Dijkstra grote successen, zes keer was ze de beste van Europa, drie keer van de wereld en dan natuurlijk die olympische titel 1964. Vier jaar daarvoor was Dijkstra in Squaw Valley al tweede geworden, achter de Amerikaanse Carol Heiss. ,,Ik was blij voor haar. Ze had net haar moeder verloren. En de tweede plaats vond ik ook mooi.'' Nadat Heiss was gestopt, gold Dijkstra in Innsbruck als de favoriete voor het olympisch goud. ,,Maar die vier jaar tussen Squaw Valley en Innsbruck waren 't moeilijkst. Je moet in vorm blijven en zorgen dat je niet geblesseerd raakt.''

Ze won in 1964 met grote overmacht het goud. De avond van de vrije kür was onvergetelijk voor Dijkstra. Koningin Juliana, prins Bernhard en hun dochters Beatrix en Margriet zaten in Innsbruck op de tribune. ,,Ik had de koningin een jaar eerder al ontmoet bij de opening van de Jaap Eden-baan. Het was bitterkoud, maar toch bleef ze tweeënhalf uur zitten. Ze zei me toen dat ze ook naar de Olympisch Spelen zou komen kijken. Ik heb die avond voor haar en haar familie geschaatst. Na de kür heb ik ook een buiging in hun richting gemaakt. Mijn trainer had me vooraf al aangewezen waar ze zaten. `Dan hoef je straks onder je kür niet te zoeken', zei hij.'' Later dat jaar werd Dijkstra koninklijk onderscheiden. ,,Dat was onder rare omstandigheden. Mijn vader was toen net overleden en juist hij had altijd gehoopt dat ik ridder zou worden.''

Met haar liefde voor sport én het koningshuis is er geen grotere voorstander van het IOC-lidmaatschap van kroonprins Willem-Alexander te vinden dan Dijkstra. ,,Een betere representant kan je niet hebben'', meent Dijkstra. ,,Hij doet het niet, zoals de meeste van die bestuurders, voor de reisjes of voor het geld. En hij is echt in sport geïnteresseerd.''

De negatieve berichtgeving over haar generatiegenoot Anton Geesink hebben haar geschokt. ,,Ik kan me niet voorstellen dat hij iets verkeerds heeft gedaan'', zegt Dijkstra over de judoka, die in hetzelfde jaar olympisch goud won. ,,Ik neem mijn petje voor Anton af. Als je weet waar hij vandaan komt en je nu ziet hoe hij zich heeft opgewerkt. Ik ken hem als een eerlijke sportman. Laat ik het zo zeggen: ik zou heel teleurgesteld zijn als hij dat niet was.'' Na hun olympische successen knipten ze samen in het land linten door. ,,Anton heeft me toen vaak verteld wat voor een hekel hij heeft aan bestuursleden.''

Zelf heeft Dijkstra ook geen al te prettige ervaringen met officials. ,,Ik weet nog'', put ze uit haar herinnering, ,,dat we naar het EK in Boedapest gingen. De vertegenwoordiger van de schaatsbond wilde een excursie met mijn trainer en mij organiseren. Maar ik had daar geen tijd voor, ik moest trainen. Wanneer zien jullie de stad dan, vroeg die man zich vertwijfeld af. Hij snapte blijkbaar niet dat we daar voor de sport waren en voor niets anders.''

Dijkstra was een tijd adviseur van de KNSB, maar in die rol voelde ze zich niet thuis. ,,Dan zat ik met vier, vijf mensen om de tafel en hun mening was wet. Ze duldden geen tegenspraak. Terwijl ik het allemaal toch zelf heb meegemaakt in de top. Maar als er iets niet in hun plan paste, dan kon je het bekijken. En dan zit je daar dus gewoon voor niets. Ik ben toch al niet zo'n goede prater.'' Ze is nu weer voorzichtig gepolst om iets voor het Nederlandse kunstrijden te doen. ,,Maar ik weet het niet, hoor. Ik wil niet weer mijn neus stoten'', zegt Dijkstra.

Haar opvolgster heeft zich in de 35 jaar na Innsbruck niet aangediend ± alleen Dianne de Leeuw was in de jaren zeventig nog redelijk succesvol, maar zij was een Amerikaanse met een Nederlands paspoort. ,,Jammer dat het niets meer is, het is zo'n mooie sport'', stelt Dijkstra. ,,Ik trainde vroeger veel harder dan die meisjes van nu.''

Even leek het er op dat jongste dochter, Katja, in de voetsporen van haar moeder kon treden. Ze kwam in de kernploeg, maar is door een rugblessure inmiddels gestopt. ,,Soms zou ik wel weer willen beginnen'', zegt de 20-jarige Katja. ,,Ze maakte net zulke krachtige sprongen als ik'', vertelt moeder Sjoukje. De dochter concentreert zich tegenwoordig op een andere passie, haar paard. Samen hebben ze een circusact. Ze gaat daarmee haar vader achterna, die jarenlang een komisch nummer met ezels had.

Sjoukje Dijkstra ontmoette Karl Kossmaier bij Holiday on Ice, waar ze acht jaar als professional op het ijs werkte. ,,Dat was in het begin moeilijk'', vertelt ze. ,,Ik was gewend vroeg naar bed te gaan, maar nu hadden we 's avonds een show. Het was ook heel anders dan wedstrijden. Die gaven me altijd een prikkelend gevoel. Dat mis ik nu nog wel eens.''