Bedrijfsongeval

Mijne heren,

In antwoord op uw schrijven, waarin u om meer uitleg vraagt aangaande het ongeval dat mij is overkomen, het volgende. Zoals u weet is mijn beroep metselaar. Op de dag van het ongeval was ik aan het werk in een gebouw op de vijfde verdieping. Bij het beëindigen lagen er nog 250 kilo stenen die terug naar beneden moesten. Ik kon ze langs de trap naar beneden dragen, maar ik besloot de katrol te gebruiken met daaraan een ton.

Ik vulde de ton met stenen. Daarna ging ik naar beneden waar ik voorzichtig het touw losmaakte. Op het ongevallenformulier kunt u lezen dat ik 67 kilo weeg. Tot mijn verbazing schoot ik ineens omhoog. Onnodig te zeggen dat ik zeer snel omhoog ging. In de buurt van de derde verdieping kwam ik de ton tegen; dit verklaart de hoofdwond en het gebroken sleutelbeen. Ik schoot nog verder door tot de ton tegen de grond sloeg. Door de slag viel de bodem uit de ton en zonder stenen weegt deze maar 25 kilo. Ik daarentegen 67 kilo, en zo begon ik aan een snelle afdaling. Op de derde verdieping kwam ik de ton weer tegen en dat verklaart de verwondingen aan het onderlichaam.

De ontmoeting met de ton heeft wel mijn val gebroken en toen ik op de hoop stenen terechtkwam, brak ik slechts twee wervels. Maar toen ik op de stenen lag, liet ik van pijn het touw los. De lege ton weegt meer dan het touw en deze kwam dus weer naar beneden en viel op mijn benen, en zo brak ik die ook.

Ik hoop hiermede genoeg informatie te hebben verstrekt over de wijze waarop het ongeval zich heeft voorgedaan.