Voorlichters

`Voorlichters zijn oplichters' — het is het cliché waar parlementaire verslaggevers graag naar grijpen als hun onderzoek weer eens wordt gedwarsboomd door een batterij goedbetaalde PR-medewerkers en media-adviseurs. Dat multinationals als Baan, Philips en Shell bij wijze van nevenproduct graag onzin verkopen, ach, logisch, all in the game. Ondernemingen zijn er om winst te maken en eerlijkheid vertaalt zich op de balans zelden in extra miljoenen.

Maar voorlichters van politici en partijen maken deel uit van het bedrijf dat democratie heet. Zij worden geacht de transparantie te bevorderen, opdat de kloof tussen de overheid en de burgers overbrugd wordt.

Doorgaans is het moeilijk de beschuldiging hard te maken dat Haagse en Brusselse woordvoerders onbetrouwbaar zijn. Ik herinner me de CDA-voorlichter die maandenlang om de hete brij van Ruud Lubbers' dubieuze zakentransacties heen draaide. En zijn VVD-collega, ontkennend dat de korstondige staatssecretaris Charles Schwietert zijn curriculum vitae had opgesierd met een fake titel. En een PvdA-klerk, verbolgen omdat hij werd verzocht op de proppen te komen met gegevens over de twijfelachtige handel en wandel van Kamerlid Harry van den Bergh. En een GroenLinks-bureaucraat, getraind in het afwimpelen van vragen over de faux pas van volksvertegenwoordiger Tara Varma. Afgelopen zaterdag konden we in Het Parool nog lezen dat Jaap van der Ploeg, scheidend woordvoerder van kabinet en koningshuis, de enige van 15 miljoen Nederlanders is geweest die niet wist dat prins Willem-Alexander een verhouding had met Emily: rond mevrouw Bremers ,,heeft zich niets voorgedaan dat het vermelden waard was''.

De lijst is eindeloos. Van links tot rechts: onwaarachtigheid, gehuichel, bedriegerij. Bewijs daarvoor verzamelen is echter lastig. Maar gelukkig hebben we anno 1999 een Europese Commissie.

Eind vorige week bleek uit het staartje van een buitenlandbericht dat de voorlichters van de Europese Commissie een intern memo over de omgang met reporters hebben opgesteld, dat met zoveel woorden hamert op de noodzaak van leugen en bedrog. De uitgelekte gedragscode van de oplichters, pardon, voorlichters luidt dat men wat betreft openheid `niet roomser dan de paus' hoeft te zijn. Als het even kan, moeten journalisten die de Europese Commissie goed zijn gezind worden `gebruikt' om verdeeldheid te zaaien bij de in Brussel geaccrediteerde pers. Last but not least bevat het interne memo de vaststelling dat `een dosis cynisme' en `soms hypocrisie' nodig zijn bij het verstrekken van informatie.

Ter verdediging van de Brusselse voorlichters valt één argument aan te voeren. Een cliché is een gemeenplaats die ontstaat na een opeenstapeling van ervaringsfeiten. Door het aloude cliché over voorlichters te bevestigen, dienen de lakeien van Jacques Santer en zijn EU-commissie toch de waarheid.