VAN INSPRAAK NAAR INTERACTIE

In de dagen van het oude staatsrecht was er een regering die regeerde en een parlement dat controleerde. Georganiseerd vertrouwen tegenover georganiseerd wantrouwen, zo heette dat. En het verzuilde volk zag dat het goed was.

Toen werd het land overspoeld door een golf van democratisering. Trefwoord: inspraak. Met als eenzame bekroning een Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) over kernenergie, eerste helft jaren tachtig. Maar helaas, Tsjernobyl explodeerde (voorjaar 1986), en daarmee het zo moeizaam opgebouwde `draagvlak' voor kernenergie, en daarmee ook een beetje het `inspraakcircus' als nationaal verzetje. De politiek-maatschappelijke mode schreef no nonsense voor. Inspraak, klinkt als: Poolse landdag, moesjewara, veel praten, niks bereiken.

Maar zie, in de winter van 1999 zijn er twee ministers die tegelijk en met nadruk vragen om maatschappelijke participatie. Een nieuwe voorhoede? Nee, een achterhoede zelfs. Eerst een beleidsnotitie schrijven en dan pas meningen vragen ± dat is heus een beetje ouderwets. Binnen het openbaar bestuur heeft zich een nieuwe trend aangediend: interactieve beleidsontwikkeling.

Gemeenten en provincies hebben al heel wat ervaring opgedaan met deze nieuwe manieren van beleid maken. Allerlei groepen van direct betrokkenen en deskundigen worden in een vroeg stadium ingeschakeld om mee te praten en mee te denken. Boeren en milieuactivisten werken samen bij het opstellen van nieuwe streekplannen. Buurtbewoners mogen hun directe leefomgeving opnieuw inrichten. Gedeputeerde en wethouders spelen daarbij de rol van regisseur.

Waar mensen nieuwe werken scheppen, ontstaat een nieuwe taal. Zo ook in de wereld van het interactieve beleid. De overheid heet er niet langer `de enige probleemeigenaar' te zijn. Deelnemende burgers en organisaties zijn `co-makers' van beleid. Men treft elkaar in `gestuurde trajecten'. Minister Pronk praat al een aardig mondje mee.