Twee beeldvisies op de Sinfonia van Berio

Twee films over Luciano Berio's Sinfonia gingen in het Filmfestival Rotterdam in première. Vanavond zendt de NPS de versie van Jaap Drupsteen uit.

Luciano Berio had helaas net in Italië op nog onduidelijke wijze zijn voet gebroken en dus ontbrak de componist toen vrijdagavond tijdens het Filmfestival Rotterdam twee tv-films in wereldpremière gingen over zijn beroemde Sinfonia (1968). Gisteren zond de AVRO de film Reis naar Cythera uit, een documentaire van Frank Scheffer over het derde deel van de Sinfonia. Vanavond komt de NPS met een uitvoering van de complete Sinfonia in de vormgeving van Jaap Drupsteen. Zijn werkstuk is een voortzetting van een eerder uitgezonden opzienbarende serie muziekprogramma's, waarin Drupsteen met grafische beeldtechnieken de vorm en structuur van de muziek reflecteert.

Het was bijzonder jammer dat Berio (73) er niet was. Want niet alleen werd de screening voorafgegaan door een fraaie uitvoering van Berio's Sequenza nr 3 door de mezzosopraan Lucia Meeuwsen, Berio had tijdens de nabespreking met de makers interessante dingen kunnen zeggen over twee zo verschillende films over zijn werk. Henk van der Meulen van de NPS zei eens tegen Berio dat Sinfonia een van de belangrijkste stukken was van na de Tweede Wereldoorlog. Waarop Berio zei: ,,Waarom alleen van na de Tweede Wereldoorlog?'' Willem Vos, opdrachtgever voor Scheffers film, ziet in de Sinfonia een terugblik op het componeren in deze eeuw.

Scheffer maakte een documentaire van een uur over het befaamde derde deel. Daarin gebruikt Berio citaten van vijftien componisten van Bach en Brahms via Mahler tot Boulez en Stockhausen. Ze worden bovendien gecombineerd met teksten van Samuel Beckett en James Joyce. Die zang- en spreekteksten worden uitgevoerd door de Swingle Singers, die ook in New York bij de wereldpremière aanwezig waren, maar inmiddels in hun zoveelste samenstelling optreden. Louis Andriessen vertelt dat hij, destijds leerling van Berio, hem wees op de Swingle Singers, vaak verguisd vanwege hun gezongen versies van instrumentale Bachmuziek.

De uitvoering van dat derde deel, in mei 1997 door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van de componist, wordt in Scheffers film begeleid door allerlei associatieve beelden en telkens onderbroken door commentaren, van Luciano Berio, Riccardo Chailly en Louis Andriessen.

Berio legt zijn bedoelingen uit: het — als tijdens een avontuurlijke zeereis naar het mythische Griekse eiland Cythera — leggen van verbindingen met de muziekgeschiedenis èn met de maatschappelijke realiteit. Zo klinken er leuzen die opstandige studenten in 1968 kalkten op de Sorbonne-universiteit in Parijs. Het tweede deel is een ode aan Martin Luther King.

Het bijzondere van de film van Scheffer is dat Berio's muzikale citaten hem telkens aanleiding geven om te citeren uit zijn eigen oeuvre aan muziekfilms, zoals over Strawinsky, Boulez en het Amsterdamse Mahler Feest. Zo zien we ineens nog beelden van hier geheel onverwachte dirigenten als Riccardo Muti en Bernard Haitink. En wanneer Berio de Fünf Orchesterstücke opus 16 van Schönberg citeert, zien we Riccardo Chailly voor het Concertgebouworkest, dat deze muziek vorige maand speelde tussen twee stukken van Brahms.

De door Jaap Drupsteen vormgegeven complete vijfdelige versie van Sinfonia is gebaseerd op een recenter gemaakte opname door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Peter Eötvös. Deze dirigent komt tot een strakkere, helderder en exactere uitvoering van de Sinfonia dan de zwierig-losse versie die de componist zelf bij het Concertgebouworkest leidde.

Die scherp geëxpliciteerde structuur van het werk wordt door Drupsteen op soortgelijke wijze in beeld gebracht. Dat gebeurt op een manier die een radicale breuk betekent met de conventionele manier om een orkest in beeld te brengen tijdens één opnamesessie. Drupsteen maakt talloze beeldopnamen, die hij verknipt en weer samenvoegt tot een bewegende collage in tal van doorzichtige lagen, precies kloppend met de muzikale structuur van het werk.

Zo heeft Drupsteen opnamen van elk zingend Swingle Singershoofd — hij monteert ze op een rij onderaan het beeld en laat ze dan als balonnetjes naar boven zweven, om ze dan weer naar beneden te trekken. Drupsteen illustreert niet, maar voegt ze wel samen tot een esthetisch bevredigend geheel, in Drupsteens eigen woorden `visueel gecomponeerd op de muziek'. In één passage komt hij tot een bijzonder decoratief effect, als hij de trompettisten combineert tot een draaiend gouden wiel.

Bij de discussie bleek opnieuw hoe haaks de films van Scheffer en Drupsteen op elkaar staan. Scheffer maakte een op intellectueel niveau complexe film met allerlei gedachten, beelden en muzieken, die niet altijd worden geïdentificeerd en geduid. Zo klinkt er bij beelden van water een passage uit Bergs opera Wozzeck, over het water dat roept — maar hoeveel kijkers zullen dat herkennen? En ook de beelden van vissen worden niet met zoveel woorden in verband gebracht met de inhoud van Mahlers lied Des Antonius von Padua Fischpredigt over de nutteloosheid van het preken voor vissen. De muziek daarvan werd door Mahler geciteerd in het Scherzo van zijn Tweede symfonie, dat Berio weer gebruikte als grondslag voor het derde deel van de Sinfonia.

Bij Drupsteen zijn de videotechnieken en het beeldresultaat bijzonder complex, maar zijn bedoeling is juist om daarmee het luisteren naar de muziek te vereenvoudigen. Volgens Willem Vos is er voor de visueel fascinerende aanpak van Drupsteen (,,een duivelskunstenaar'') een groter publiek te vinden dan voor de film van Scheffer, die vooral een beroep doet op de hersens van de tv-kijker. Drupsteen zelf ging nog een cynisch stapje verder: ,,Er zijn mensen die bij mijn programma's de muziek afzetten en alleen nog maar kijken.''

Sinfonia: 1/2 NPS Ned.3 23.20 uur.