Terpstra regisseert een kille `Meeuw'

De verhoogde speelvloer van Tsjechovs De Meeuw (1896) in de regie van Koos Terpstra is van ijzer, evenals de hekwerken tegen achterwand en zijwanden. Ze glinsteren koud. Pas achter die kooi zijn in een weids perspectief wolken geschilderd, aan de onderzijde afgeboord door rietpluimen. Van het voorgeschreven landgoed is geen sprake: de personages zijn als gevangenen, opgesloten in hun gefnuikte illusies, kapotte dromen, fel volgehouden en toch nooit vervulde liefdes. Zoals Koos Terpstra Tsjechov regisseert is kwijnende melancholie en languissant nietsdoen ver te zoeken. De voorstelling heeft een akelige kilte.

Oorspronkelijk is De Meeuw een stuk over generaties: tegenover de oudere actrice Arkadina, gespeeld door Pleuni Touw, staat de jonge, zoekende toneelspeelster Nina, vertolkt door Nina Deuss. Als hun spiegelbeeld verschijnen de oudere schrijver Trigorin (Redbad Klynstra) en de jonge, bevlogen schrijver Kostja (Frank Lammers). Dat Kostja de zoon is van de oudere actrice, dat Nina verliefd is op de oudere schrijver en dat Kostja weer vergeefs van Nina houdt, dat bovendien de oudere schrijver een verhouding heeft met de oudere actrice ± dit alles, en nog veel meer, zorgt voor een drama met leeftijdsverschil en de pijnlijke gevolgen daarvan als inzet.

Koos Terpstra ziet het anders, hij maakt enkele personages opmerkelijk gelijk in leeftijd. Trigorin, Kostja en Nina zijn ongeveer even oud. In elke De Meeuw die ik zag, was Trigorin een gevierd schrijver op leeftijd, stijlvol gekleed met hoed en das. Redbad Klynstra speelt hem als een back-street boy met kortgeschoren kop, wijde broek met grote zakken; als acteur wekt hij niet de indruk dat hij weet wat hij doet. Hij is meer van deze tijd dan Kostja met zijn romantisch-verwilderde verschijning. Arkadina zoekt dus bij Trigorin niet het onwrikbare karakter met dédain voor de wereld, maar de onstuimige jeugd.

Dit zegt alles over de rivaliteit tussen Kostja en Trigorin, die is niet artistiek maar erotisch. Beide jonge jongens betwisten elkaar Arkadina, die niet, zoals in de geschreven tekst, vijfenveertig moet zijn, maar nadrukkelijk de leeftijd van achtenvijftig meekrijgt. Pleuni Touw, evenals bijna iedereen in het wit of beige gekleed, draagt een leesbril, wat iets van haar grande dame-allure wegneemt. Ze is een zachtaardige verschijning met een zorgzame, redderende klank in haar stem. Meestal heeft ze tot haar zoon Kostja een dubbelzinnige verhouding: liefdevol enerzijds en tegelijk wegduwend. Dat uit zich in de scène waarin zij Kostja's hoofd, na een eerste zelfmoordpoging, van nieuw verband voorziet. Bij Touw geen tederheid; in een enkele beweging slingert ze het oude, bebloede verband van zijn hoofd.

Nu het gevecht tussen generaties is weggevallen, verdwijnt echter ten onrechte het drama. Terpstra heeft al eerder toegelicht dat competitie tussen jong en oud hem niet interesseert, een gedachte die hij hiermee theatraal bevestigt. Hij ziet De Meeuw als een strijd tussen karakters, allen explosief geladen. Trigorin haat feitelijk zijn schrijverschap; Kostja smijt vrachten aan romans over de grond. Oude, nuffige liefdesverhalen. Nina zegt: ,,Onmogelijke liefdes komen alleen in boeken voor'', en ze kijkt vol afgrijzen naar dat dode papier aan haar voeten. De meeuw, inmiddels neergeschoten, zit nadien opgezet en wel van buiten de kooi in te kijken. Nog steeds vertegenwoordigt hij de vrijheid, al is hij dood.

Peer Mascini als Sorin, Arkadina's broer, kwam nog het dichtst bij een klassiek Tsjechov-personage. Aanstekelijk zeurend, altijd ontevreden. Hij stijgt in aanwezigheid en tekstbehandeling ver uit boven de vertolkers van Kostja en Trigorin; deze acteurs zijn verongelijkte kinderen, luidruchtig rammelend aan de kettingen van hun bestaan in slordige dictie, maar intens of doorleefd was het geen seconde. Vooral Trigorin is een verkeerde keuze. Een schrijver? Allesbehalve. Bovendien richt hij Nina te gronde, maar dat geloof je van zo'n speler niet die een rol kapot maakt door, schijnbaar, voortdurend aan andere zaken te denken.

De kern van De Meeuw heeft Terpstra weggeregisseerd. Wat moest Nina, die zichzelf `de meeuw' noemt, anders doen dan boven haar kunnen spelen om de emotionaleit terug te vinden? Er gebeurde niets tussen haar en Kostja, niets tussen haar en Trigorin. Het was of de acteurs op meters afstand van elkaar stonden, een afwezig ensemble dat té stuurs-naargeestig was. Masja (Veerle van Overloop), altijd in het zwart gekleed vanwege `de rouw om haar leven' toonde als een zeldzaamheid dat kenmerkende van Tsjechov: niet in het leven kunnen staan, uit onmacht. Dat toonde ze in stem, gebaren, een oogopslag. Zij weet hoe noodzakelijk rust en aandacht voor de tekst zijn.

Voorstelling: De Meeuw van Anton Tsjechov door Noord Nederlands Toneel. Vertaling: Charles B. Timmer; decor: Jean Marie Feviez; kostuums: Els op `t Land; muziek: Wim Selles; regie: Koos Terpstra; spelers: Pleuni Touw, Peer Mascini, Nina Deuss, Frank Lammers e.a. Gezien 31/1 Stadsschouwburg, Groningen. Tournee t/m 29/5. Res.: 0900-9203.