Squashcoach Hoogendoorn vecht tegen windmolens

Dezelfde gezichten, dezelfde winnaars. De NK squash boden weinig hoop op een betere toekomst. Tot ongenoegen van Babette Hoogendoorn, bondscoach van de vrouwen.

Als Babette Hoogendoorn (33) rondkijkt bij de Nederlands kampioenschappen squash in Amsterdam doet de bondscoach van de vrouwen senioren en junioren dat met een bezorgde blik. Niet omdat de huidige topspeelsters falen, integendeel. Het gaat Hoogendoorn meer om de toppers van de toekomst. ,,Die heb ik nog niet gezien. En voorlopig komen ze er ook niet.''

Hoogendoorn is sinds een jaar de functie van bondstrainster, en in die periode kwam de voormalig kampioene tot de conclusie dat het schaarse jeugdige talent nog lang niet klaar is voor `het grote werk'. ,,Neem het WK in Stuttgart van november vorig jaar. Van de vier speelsters die ik selecteerde waren er die ouder dan dertig. Slechts Vanessa Atkinson kan nog jaren mee, zij is pas 23. Dan komt er een hele tijd niets, en daarna pas een selecte groep getalenteerde meiden van 16, 17 jaar. Een smalle basis voor de toekomst, denk ik dan.''

Bijkomend probleem is het verschil in kwaliteit. Waar de Nederlandse seniores van Europees topniveau zijn, mogen de juniores nog niet eens tot de Europese middenmoot worden gerekend, vindt Hoogendoorn. ,,Als ik tegen een van die meisjes speel, win ik met groot gemak., Dat moet eigenlijk niet kunnen.''

Hoogendoorn neemt dan ook geen speelster mee naar pakweg een EK voor junioren. ,,Zelfs de nationale nummer een bij de meisjes is niet goed genoeg. Zo'n kind gaat af op een groot toernooi.'' Toch ziet Hoogendoorn nog genoeg mogelijkheden om talentvolle squashters te coachen en te begeleiden. ,,Kwaliteit kan je kweken. Door veel en hard te trainen bijvoorbeeld. Nu train ik twee keer in de week talentvolle meisjes, eigenlijk zou ik ze tien keer in de week onderhanden moeten nemen.''

De financiën voor zo'n constructie ontbreken echter, weet ook Hoogendoorn. ,,De squashbond is niet rijk. Bovendien vraag ik me af welke speelsters zich willen afbeulen om de top te bereiken.'' Het mentale aspect van topsport bedrijven verdient nog de meeste aandacht, is de mening van de zesvoudig Nederlands kampioene. ,,Vorige week begeleidde ik een meisje dat altijd nerveus werd als ze voorstond. Die blokkeerde dan steevast en verloor daardoor nogal eens. Ik heb haar enkele rituelen geleerd: voor het serveren wat aan je shirt plukken, letten op je ademhaling, dat soort dingen. Op die manier houd je je concentratie vast en heb je geen tijd om zenuwachtig te worden.'' Snerend: ,,Het zou aardig zijn als clubcoaches deze technieken gebruikten tijdens trainingen.''

Volgens Hoogendoorn is de kwaliteit van de Nederlandse clubtrainers niet bijster hoog. ,,Er zijn maar weinig goede coaches in dit land, in principe kan iedere recreant squashtraining geven. De speelsters van vertegenwoordigende teams trainen hoofdzakelijk bij hun club, maar hun coach kan ze niets meer leren. Veel trainers begrijpen ook niet wat topsport inhoudt.'' Als Hoogendoorn dan namens de bond vergaderingen voor jeugdcoaches organiseert, is de respons nihil. ,,Die gasten zitten op een eilandje waar ze niet vanaf komen. Hebben ze de mogelijkheid om hun licht op te steken bij de bond, komen ze niet opdagen. Treurig.''

Toen Hoogendoorn tot bondscoach werd benoemd, ontving de vrouwenploeg haar niet met open armen. Als international was Hoogendoorn vaak een storende factor, ze brouilleerde regelmatig met teamgenoten. ,,Ik wilde de top bereiken, was erg op mezelf gefixeerd. Ik interesseerde me nooit voor mijn ploeggenoten. Als ik zelf maar presteerde, dan vond ik het wel best. Coaches waren bang voor mij en trokken me vaak voor. Dat wekte wrevel op bij de rest.''

In haar functie van bondcoach traint Hoogendoorn enkele oud-ploeggenoten. Ze diende bij haar aantreden dan ook eerst het vertrouwen van die speelsters te winnen. ,,Ik stelde me open voor hen, cijferde me vaak weg. Ik kan het nu prima vinden met iemand als Nicole Beumer, waarmee ik vroeger vaak botste. Ik merk nu dat een trainster andere belangen heeft dan een speelster.''

Hoogendoorn noemt het een voordeel dat zij als vrouw andere vrouwen coacht. ,,Dat zou in elke sporttak zo moeten. Sportende vrouwen zijn onzeker, willen een emotionele band met een coach. Een mannelijke trainer kan dat vaak niet realiseren, een vrouwelijke coach wel. Ik weet hoe vrouwen denken, ik weet wat het is om ongesteld te zijn.''

Met veel praat- en trainingssessies wil Hoogendoorn toewerken naar het EK in eigen land, over twee jaar. Dan moeten al wat resultaten van haar aanpak zichtbaar zijn. ,,Op dat toernooi wil ik al wat jeugd inpassen bij de vrouwenploeg. Dat moet ook wel, want anders blijft alleen Vanessa Atkinson nog over. Van Europees topniveau zal de komende jaren in elk geval niet zijn. ,,Een plaats bij de beste acht is een realistisch streven. Ik ben ook geen wonderdokter.''