Oostenrijkse `patriot en terrorist' voor de rechter

Vanaf december 1993 tot zijn arrestatie in 1997 hield Franz Fuchs Oostenrijk in zijn greep met een reeks aanslagen, meestal met bombrieven. Morgen staat hij voor de rechter.

In Graz (Stiermarken) begint morgen het proces tegen Franz Fuchs (49), een werkloze technicus, die ervan wordt verdacht in naam van de Bajuwarische Befreiungsarmee (BBA) drie bomaanslagen te hebben gepleegd en 25 bombrieven te hebben verstuurd, waarbij vier doden en talrijke gewonden vielen.

Fuchs werd in oktober 1997 tijdens een verkeerscontrole aangehouden. Hij stapte uit de auto met een bom onder de arm die vrijwel onmiddellijk ontplofte en zijn handen afrukte. Fuchs probeerde te vluchten maar werd door de eveneens gewonde agenten overweldigd. Tijdens de eerste verhoren gaf hij vele details van de bomconstructies prijs die alleen de dader kon weten. Zo werd snel duidelijk dat Fuchs de bom in Oberwart (Burgenland), die in februari 1995 vier Roma het leven kostte, gemaakt moest hebben. Fuchs bekende ook, maar beweert dat er alleen maar doden vielen omdat de bom te vroeg afging.

Hoewel het de Oostenrijkse politie tot nu toe niet is gelukt andere leden van de BBA te vinden, houdt Fuchs vol maar een ondergeschikt lid van deze organisatie te zijn.

,,Ik ben een Oostenrijkse patriot en terrorist'', verklaarde Fuchs in interviews. Hij ziet de Oostenrijkers van Germaanse afkomst bedreigd door de Slavische volkeren die sinds de val van het communisme het land binnenstromen. ,,In de politiek en de economie zie je bijna geen Duitse namen meer. Dat komt door duidelijke discriminering bij de benoemingen. Bijna al onze ministers hebben Slavische namen'', aldus Fuchs tijdens een verhoor.

De bombrieven stuurde hij aan mensen die volgens hem de toestroom van buitenlanders stimuleerden of probeerden buitenlanders te helpen. Het bekendste slachtoffer is de vroegere burgermeester van Wenen, Helmut Zilk, die bij de aanslag een paar vingers van zijn linkerhand kwijtraakte. Fuchs beschouwt ex-kanselier Franz Vranitzky als zijn grootste vijand omdat deze ,,de grenzen heeft opengegooid''.

,,Als ik directeur van een dierentuin was geweest had ik krokodillen naar de kanselarij gestuurd'', vertelde Fuchs aan de politie. Omdat hij naar eigen zeggen een eerder Slavisch dan Germaans uiterlijk heeft, verfde hij zijn haren vroeger rood. Daarmee wilde hij zijn ,,Keltische afkomst'' onderstrepen.

Fuchs weigert zijn handprothesen te dragen omdat hij ze zelf moet betalen. ,,Nu moet de staat voor mij zorgen'', luidt zijn opvatting. Hij verklaarde herhaaldelijk tijdens het hele proces te zullen zwijgen. De strategie van zijn verdediger is er op gericht twijfel te zaaien over de theorie van de aanklager die ervan uitgaat dat Fuchs het enige BBA-lid is.

De verdediging gaat er van uit dat Fuchs wel de waarheid heeft gesproken. Ze wijzen op onderzoeken van linguïstische deskundigen van het Duitse Bundeskriminalamt en een Weense wetenschapper. Lange brieven van de BBA, waarin de verantwoordelijkheid voor aanslagen werd opgeëist, zijn door specialisten onderzocht en zij kwamen onafhankelijk van elkaar tot de conclusie dat er van ten minste drie daders uitgegaan moet worden. Een probleem in de bewijsvoering is verder dat er tot nu toe geen sporen van de werkplaats zijn gevonden, waar Fuchs de bommen heeft gebouwd.