NAVO-troepen moeten vrede in Kosovo garanderen

Als de EU aanstaande zaterdag een akkoord tussen Servië en de Kosovaren tot stand weet te brengen, dan is de rust in Kosovo allesbehalve gegarandeerd. Alleen een zware NAVO-troepenmacht op de grond kan nieuw geweld tussen de partijen uitsluiten, vindt Dick Zandee.

In oktober vorig jaar leek een keerpunt bereikt in de Kosovo-crisis, toen de Amerikaanse onderhandelaar Holbrooke president Miloševic dwong tot een staakt-het-vuren door te dreigen met NAVO-luchtaanvallen. Een vredesregeling zou volgen, zoals het Dayton-akkoord in 1995 de oorlog in Bosnië had beëindigd. Dat was althans de hoop. In de praktijk liep het echter snel mis. Onder het toeziend oog van de OVSE-waarnemers zetten de Servische troepen en het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) de strijd weer voort. De pendeldiplomatie van de Amerikaanse ambassadeur in Macedonië, Christopher Hill, en zijn EU-collega Petritsch faalde evenzeer. Na drie maanden en zeven ontwerpakkoorden bereikten de bemiddelaars half januari een dood punt.

Na de Servische slachtpartij in Racak en de commotie rondom eventuele uitwijzing van het hoofd van de OVSE-missie, Walker, hebben Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de leiding genomen om alsnog een akkoord tot stand te brengen: aanstaande zaterdag worden de partijen verwacht in Rambouillet voor beslissende onderhandelingen die binnen twee weken tot resultaat moeten leiden. De NAVO heeft inmiddels gedreigd desnoods geweld te gebruiken als een akkoord uitblijft.

De regie van het overleg ligt dus nu in Europese handen. In Rambouillet zullen de Britse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, Robin Cook en Hubert Védrine, optreden als voorzitters. De andere leden van de Contactgroep, inclusief de Amerikanen, staan hen bij. Het lijkt een revanche voor Dayton, waar de Europese landen op de tweede rang zaten.

Rambouillet kan een doorbraak betekenen voor een Europese rol bij crisisbeheersing, ook al betreft het een Europa van de grote EU-lidstaten. De risico's hierbij zijn echter niet gering.

Aangenomen dat Serviërs en Albanezen komen opdraven, is het de grote vraag of Rambouillet kans van slagen heeft.

Het grootste probleem is de verdeeldheid aan Albanese zijde. De aanhang van president Rugova, boegbeeld van het geweldloze verzet, is geslonken tot de kaders van zijn LDK-partij en bevindt zich vooral in de hoofdstad Priština, die tot nog toe buiten de strijd is gebleven. Het UÇK krijgt massale steun van de plattelandsbevolking, die wél het slachtoffer van de gevechten is. De verdeeldheid tussen Rugova en het UÇK laat zich ook vertalen in termen van wil en onwil om via onderhandelingen tot een oplossing te komen. Het is onwaarschijnlijk dat het UÇK aan het vredesoverleg deelneemt, temeer omdat Miloševic niet met `terroristen' wil praten. Zelfs wanneer de politieke woordvoerder van het Kosovo Bevrijdingsleger, Adam Demaçi, in Frankrijk verschijnt, is verdere medewerking onzeker. Het UÇK kan elk moment het lont in het kruitvat steken en een akkoord opblazen.

De kern van het Kosovo-vraagstuk betreft de toekomstige status van het gebied. Na de Balkanoorlogen van begin deze eeuw wezen de grote mogendheden Kosovo toe aan Servië. Sindsdien zijn de Albanezen gefrustreerd. Een kleine eeuw van onderdrukking en wederzijdse haat moet nu binnen twee weken worden weggewerkt.

Onder internationale druk is Belgrado wellicht bereid Kosovo autonomie te verlenen, net zoals in de periode 1974-1989. Maar de status van republiek is uit den boze, want dat bezorgt Kosovo het recht op afscheiding van de Joegoslavische Federatie. Vice-premier Vuk Draskovic bevestigde afgelopen vrijdag dat Kosovo deel van Servië moet blijven.

Voor de Albanezen, inclusief de aanhangers van Rugova, is onafhankelijkheid juist het doel. De kloof tussen beide standpunten is onoverbrugbaar. Hill en Petritsch werkten dan ook aan een interim-regeling die in Rambouillet centraal zal staan: herstel van de autonomie en na drie jaar heropening van de onafhankelijkheidsbesprekingen. Rugova is bereid in te stemmen met een tijdelijke regeling, maar hij zal garanties eisen voor de verdere toekomst. Na drie jaar moet de Albanese bevolking, die inmiddels meer dan 90 procent van de inwoners van Kosovo uitmaakt, over haar eigen lot kunnen beschikken. Een compromis tussen beide standpunten is een diplomatiek mirakel. Het is tevens een andere tijdbom die tikt onder een vredesregeling.

De buitenwereld zelf zal stevig moeten investeren in de uitvoering van een akkoord. Dat betekent dat er een zware troepenmacht op de grond moet komen, onder leiding van de NAVO, teneinde zeker te stellen dat nieuw geweld tussen de partijen is uitgesloten. Londen, Parijs en Bonn zijn bereid aan zo'n troepenmacht deel te nemen. Cruciaal is dat ook de Verenigde Staten en Rusland participeren, niet louter vanwege militaire overwegingen maar tevens met het oog op brede politieke steun. Nederland kan uiteraard niet achterblijven en dient eveneens deel te nemen.

Voorlopig zijn we nog niet zover. Rambouillet is een enorme uitdaging voor de fragiele internationale coalitie in de Contactgroep, die het weliswaar eens is over het strakke onderhandelingsschema maar veel minder over de inzet van NAVO-geweld als succes uitblijft. Tevens vormt het overleg de laatste kans.

De Albanezen moeten nu kiezen: een regeling met hooguit op termijn uitzicht op zelfbeschikking of escalatie van de oorlog en nog meer humanitaire catastrofes. Miloševic moet op zijn beurt buigen voor verdere internationale bemoeienis met Servië. Zelf heeft hij overigens eerder de Servische zaak opgeofferd aan zijn eigen machtsbehoud. Spannende dagen liggen in het verschiet.

Drs. D. Zandee is verbonden aan het Instituut Clingendael.