Moeder Kasparov glimt van trots na zege in Wijk aan Zee

Kort voor de beslissende partij tegen Peter Svidler in de voorlaatste ronde van het Hoogovenstoernooi belde Garry Kasparov gewoontegetrouw met zijn moeder. Hij vroeg haar of hij het allerbeste op het bord moest brengen dat hij in huis had. Zij herinnerde hem eraan dat hij in de onderlinge score tegen Svidler een punt achter stond en zei: ,,Zorg dat je volgende maand bij het begin van het toernooi in Linares bij niemand meer in de min staat.''

Toen wist Kasparov wat hem te doen stond en besloot hij een nieuw concept te spelen waar hij vier jaar geleden aan begon te werken. Een dag later vertelde de toernooiwinnaar dat hij die avond uiterst tevreden was geweest. En, voegde hij er glunderend aan toe, zijn moeder ook.

Voordat het zover kwam had hij wel eerst enige medewerking van Svidler nodig. Om te beginnen moest deze zijn vaste Grünfeld-verdediging spelen. Kasparov wist dat die kans erg groot was, maar helemaal zeker zijn kon je nooit: ,,Ik zat bijna biddend aan het bord: kom op, speel Grünfeld, speel Grünfeld. En toen hij daar inderdaad voor koos wist ik dat alles goed zou komen.''

Svidler reageerde schouderophalend op de suggestie dat het misschien niet zo verstandig was geweest om tegen Kasparov een voorspelbare opening te spelen: ,,Je kunt je niet blijven verstoppen. Bovendien heb ik niet het gevoel dat mijn opening weerlegd werd, maar eerder dat ik blunderde omdat ik bezweek onder de druk.'' Dat dacht Kasparov in eerste instantie ook, maar nadat hij er nog eens goed naar had gekeken concludeerde hij dat zwart ook zonder die vergissing voor een trieste tot hopeloze opgave zou hebben gestaan.

Kasparovs nieuwe meesterstuk, dat hij terugblikkend nog hoger waardeerde dan zijn geniale combinatie tegen Topalov in de eerste week, gaf hem met één ronde te gaan een vol punt voorsprong op Viswanathan Anand. Die kon zaterdag met zwart geen ijzer met handen breken tegen het afbraakschaak van Yermolinsky. De laatste ronde had nog spannend kunnen worden, maar werd het niet. Opnieuw liet Kasparov een mooi staaltje van voorbereiding en inzicht zien in zijn partij tegen Vladimir Kramnik. Met verrassend gemak verzekerde hij zich met zwart van de gewenste remise dankzij zijn twee torens, die, zoals hij het zelf uitdrukte, met mathematische precisie twee witte vrijpionnen op de damevleugel in bedwang hielden. ,,Vijf jaar geleden had ik dit nooit durven spelen'', legde hij tevreden uit. ,,Maar nu had ik alles nagetrokken met de computer en wist ik dat het een waterdicht plan was.''

Die computer zou nog regelmatig opduiken in zijn nabeschouwing. Om te beginnen op het moment dat Anand in zijn witpartij tegen Veselin Topalov in grote problemen dreigde te raken. ,,Als Topalov nu een computer bij de hand had'', stelde Kasparov gefascineerd toekijkend, ,,zou hij ongetwijfeld winnen.'' Dat geluk was de Bulgaar niet gegund. In opkomende tijdnood speelde Anand het zo handig dat hij zelfs nog won.

Ook die lichte domper kon Kasparovs uitmuntende humeur niet stuk krijgen. Dit Hoogovenstoernooi was het beste toernooi dat hij ooit had gespeeld en over zijn spel kon hij alleen in superlatieven spreken. Acht van zijn dertien partijen had hij gewonnen en alle acht liepen ze over van de ideeën en creativiteit. ,,Ik denk niet dat er iemand nog twijfelt wie de nummer één van de wereld is'', stelde hij vol zelfvertrouwen. ,,Bovendien is er een zeer duidelijke nummer twee. En er is geen duidelijk kwalificatiesysteem. Daarom bevestig ik hier nogmaals dat als Vishy Anand mij uitdaagt voor een match om de wereldtitel, ik daar klaar voor ben.''

Anand reageerde terughoudend op de verhalen van Kasparov. Zolang hij geen concrete voorstellen onder ogen kreeg, wilde hij er niet eens aan denken. Ook de aanwezigheid van Bessel Kok, die graag zo'n match buiten de wereldschaakbond FIDE om tot stand zou brengen, verleidde hem niet tot bespiegelingen.