MINISTERS VRAGEN OM UW MENING

Excuus, maar het moet even. Hier volgen enkele zinnen met lelijk Nederlands.

Minister Pronk, die sinds een half jaar de Nederlandse ruimte ordent, heeft onlangs een Startnota uitgebracht over de toekomstige inrichting van het land. De minister is bewust vaag gebleven, want hij kiest voor `vernieuwing van de sturingsbenadering'. En dus voor: `een open aanpak', `subsidiariteit', `afspraken met toetsbare resultaatverplichtingen', `flexibiliteit in conceptvorming', `een adequaat en slagvaardig instrumentarium', `effectieve monitoring' ± en nog veel meer.

Wat staat hier? Ongeveer het volgende. De minister vraagt aandacht voor een nieuwe nota over ruimtelijke ordening (de Vijfde), die over een jaar klaar moet zijn. Ter voorbereiding mag iedereen meepraten: overheden, organisaties, bedrijven ± wie maar wil. Maar pas op. De minister zal een strenge voorzitter zijn. Het mag geen janboel worden bij deze planologische teach-in.

En nog meer meningen gevraagd. Minister De Grave van Defensie heeft ook een nieuwe notitie: een `houtskoolschets' voor de toekomst van de krijgsmacht. De minister weet al vrij concreet wat hij wil: honderdvijftig tanks minder hier, twee fregatten minder daar, drie extra compagnieën voor de pantserinfanteristen ter compensatie, et cetera. Maar de minister heeft ook een aantal open vragen, waarop hij nog niet zelf het antwoord klaar heeft. Hoe intensief moet de Nederlandse krijgsmacht deelnemen aan vredestaken? Zou het leger een rol kunnen spelen bij het van de straat houden en in het gareel drillen van delinquente pubers?

Het komende half jaar mogen de burgers en militairen van het land antwoord geven op vragen als deze, waartoe het ministerie een Strategische Toekomstdiscussie organiseert. Alle onderdelen van de krijgsmacht worden voor dit debat gemobiliseerd. `Denktanks' als Clingendael en de Atlantische Commissie zullen het ministeriële krijgsbeleidsplan onder vuur nemen. Op Internet (www.mindef.nl) verschijnen de komende maanden allerhande militaire stellingen waarop de landgenoten mogen reageren. Minister De Grave neemt het allemaal mee, om het uiteindelijk te verwerken in een definitieve Defensienota 2000 die over een jaar moet verschijnen.