Kabila: partijen mogen, onder voorwaarden

De Congolese regering van president Laurent-Désiré Kabila staat — onder voorwaarden — weer activiteit van politieke partijen toe, aldus een gisteren uitgevaardigd decreet.

Onmiddellijk na de verdrijving van dictator Mobutu uit de hoofdstad Kinshasa, in mei 1997, verbood de nieuwe regering alle politieke activiteit. Menig criticus van Kabila's regime werd opgepakt en de autoriteiten stuurden de oppositieveteraan Étienne Tshisekedi enkele maanden in ballingschap naar zijn geboortestreek Kasaï.

De rebellenleiders in het oosten, die in augustus met Oegandese en Rwandese steun de wapens opnamen tegen Kabila, rechtvaardigen hun opstand met een verwijzing naar het `ondemocratische karakter van het Kabila-bewind'. Kabila beloofde na zijn machtsovername binnen twee jaar verkiezingen te organiseren en eind vorig jaar, tijdens een bezoek aan Europa, zegde hij toe vóór eind januari politieke partijen toe te staan.

In het jongste decreet houdt de regering nogal wat slagen om de arm. Pas wanneer aan een lange lijst voorwaarden is voldaan, kan een politieke partij gaan opereren.

Eerst dient een oprichtingscongres te worden georganiseerd met ten minste 150 partijleden. Ze moeten over een verklaring beschikken dat ze geestelijk en lichamelijk gezond zijn en zich nooit hebben vergrepen aan staatseigendom. Vervolgens moet de partij 20.000 gulden deponeren bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat binnen drie maanden over de aanvraag zal beslissen. Zowel de oprichter als zijn beide ouders moeten de Congolese nationaliteit bezitten en de partij moet leden hebben in alle elf provincies.

Kabila's voorganger Mobutu introduceerde in 1990 het meerpartijensysteem en liet vervolgens tientallen politieke partijtjes oprichten om zo de oppositie te verdelen. Vrijwel al deze partijen misten een brede basis. Hun aanhang beperkte zich tot stedelijke gebieden en was in sommige gevallen niet groter dan de familie van de oprichter. Het nieuwe decreet wil kennelijk voorkomen dat opnieuw een opportunistisch, op financieel gewin jagend politiek establishment ontstaat. Tegelijkertijd geeft de lange lijst voorwaarden de autoriteiten alle mogelijkheden om partijen van opposanten te verbieden. Medewerkers van het vorige regime kunnen worden beschuldigd van economische sabotage, critici van psychische stoornissen. En Tutsi's die al eeuwen in Congo wonen, wordt nog steeds de Congolese nationaliteit ontzegd.

Kabila's `democratische opening' lijkt een poging zijn slechte internationale imago te verbeteren en kan bedoeld zijn om de rebellen de wind uit de zeilen te nemen. De rebellenbeweging verkeert al enkele weken in een politieke crisis. De opstand ontbeert volkssteun en het leiderschap ruziet over de vraag hoe de beweging kan worden verbreed en gedemocratiseerd. Eén van de oprichters van de beweging, Arthur Z'Ahidi Ngoma, verliet vorige week de verzetsgroep en kon alleen na zware druk van de Oegandese president Museveni worden overreed op zijn besluit terug te komen. Museveni hielp een rivaliserende rebellenbeweging oprichten onder leiding van de mobutist Pierre Bemba, die sinds enkele maanden actief is in Mobutu's noordwestelijke geboorteprovincie Equateur. Twee gewezen generaals van Mobutu, ex-legerleider Baramoto en de voormalige commandant van de presidentiële garde Nzimbi, waren vorige week in Oeganda, kennelijk om hun mogelijke deelname aan de rebellie te bespreken.

Militair hebben de rebellen in de afgelopen maanden weinig spectaculaire overwinningen behaald.