Jood Barenboim speelt piano voor de Palestijnse elite

Het was de sociale happening van het jaar. Een hele zaal vol Palestijnse notabelen in hun beste kleren, en een Steinway-vleugel op het podium. Zij wachtten, groetend en kussend, op de pianist. En die pianist was een Israeli. ,,Een jood'', zoals hij werd aangekondigd.

Vrijdagavond kwam de beroemde Israelische pianist Daniel Barenboim, muzikaal directeur van het Chicago Symphony Orchestra en artistiek directeur aan de Staatsoper in Berlijn, voor het eerst voor Palestijns publiek optreden. Normaal, als Israeli's en Palestijnen samenkomen voor een openbare culturele gelegenheid, is de sfeer politiek geladen. Dichters, schilders en muzikanten van beide kanten doen altijd hun uiterste best om de tijd zo eerlijk mogelijk te verdelen en de andere kant te bewijzen dat ze allen heus `gelijk'' zijn. Maar aan dit recital was niets geforceerds. Barenboim kwam, zei hij, gewoon om de Palestijnen een plezier te doen. Hij had Zubin Mehta meegenomen, de joods-Indiase muzikaal directeur van het Israeli Symphony Orchestra. Barenboim liep de bomvolle zaal op de Bir Zeit-universiteit binnen, boog voor daverend applaus en begon direct te spelen makkelijk in het gehoor liggende klassiekers van Beethoven en Chopin, die vrijwel iedereen kent. Hoewel sommige luisteraars toegaven dat ze niet weg zijn van Barenboims bombastische manier van spelen, en anderen vermoedden dat hij dit concert enkel gaf om de publiciteit te halen, genoten de meesten met volle teugen.

Behalve benefietoptredens van enkele rondtrekkende orkesten die met moeite door Europese donorlanden langs de Israelische militaire checkpoints worden geloodst, zijn klassieke concerten een zeldzaamheid in het Palestijnse autonome gebied. In een revolutionaire maatschappij als deze is cultuur de sluitpost op de begroting. Maar zeker door de Palestijnse upper class wordt dat als een gemis ervaren. Daarom kwam de elite, van wie de meesten weinig fiducie meer hebben in het vredesproces met Israel, in even groten getale opdagen als enige maanden geleden voor een Frans-Palestijnse uitvoering van Bizets Carmen. Een vrouw die vlak achter de pianist zat, opende de handpalmen en sloot de ogen, als in trance. Na afloop was er een staande ovatie. Een Palestijnse conservatoriumstudente gaf Barenboim een bos bloemen. Hij kuste haar op de wangen, iets dat in een islamitische maatschappij niet gangbaar is. Met hoogrode blos liep zij de coulissen weer in.

Toen werd het muisstil voor de Palestijnse intellectueel Edward Said, die Barenboim naar Ramallah had gehaald. Said woont in Amerika en is bekend om controversiele boeken als Orientalism en zijn bijtende krantencommentaren over Yasser Arafats Palestijnse Zelfbestuur. Said komt nooit naar Ramallah zonder een politiek statement te maken, maar nu greep Barenboim de microfoon en zei dat hij aan politieke problemen als onderdrukking weinig kon doen. ,,Als ik dat had gekund, had ik hier niet gezeten.'' Omdat ,,muziek mijn taal is'', speelde hij daarna Evocación van Isaac Albéniz, wat velen kenden in de oorspronkelijke versie voor gitaar een herinnering aan de tijd dat moslims, joden en christenen in Spanje gebroederlijk samenleefden en elkaars cultuur verrijkten.

Daarna prees Barenboim de enige Palestijnse pianist met lokale faam, de 22-jarige Selim Abboud. Hij was overgekomen uit Londen, waar hij aan de Royal Academy of Music studeert, om een quatre-mains met Barenboim te spelen. Barenboim zei met een ironische lach: ,,Wij gaan, vergeef het ons, een militaire mars spelen. Gelukkig van Schubert.''

Tot slot zei Barenboim, nadat hij uit handen van de rector een aandenken in ontvangst had genomen, dat iedereen de boeken van Edward Said moest lezen. ,,Ze zijn echt geweldig!'' Zelfs de Palestijnse minister van Cultuur, Yasser Abd Rabbo, wiens ministerie die boeken uit de autonomie heeft verbannen zijn omdat ze Yasser Arafat als een corrupte dictator afschilderen die zijn ziel aan de vijand heeft verkocht, moest daar hartelijk om lachen.