Indonesië knoopt beperkte banden aan met Portugal

Indonesië en Portugal hebben vandaag hun diplomatieke betrekkingen op een laag pitje hersteld. Na de invasie door Indonesië van de Portugese kolonie Oost-Timor in 1975 had Portugal deze betrekkingen verbroken. Het afgelopen weekeinde arriveerden twee Portugese diplomaten in Jakarta, terwijl twee Indonesische vertegenwoordigers aankwamen in Lissabon, waar zij op het laagste niveau contacten tussen beide landen zullen onderhouden. In Portugal opereren de Indonesische diplomaten vanuit de Thaise ambassade, terwijl de Portugezen onderdak hebben gevonden bij de Nederlandse ambassade, die tot nu toe de consulaire belangen van Portugal in Indonesië behartigde.

Tot het openen van deze zogeheten `interest sections' werd vorig jaar besloten tijdens het tripartite overleg tussen de VN, Portugal en Indonesië, waar gesproken wordt over een oplossing van de kwestie Oost-Timor. De VN hebben de annexatie van dit gebiedsdeel door Indonesië 1976 nooit erkend.

Vorige week maakte de Indonesische regering aan de vooravond van een nieuwe overlegronde in New York plotseling bekend dat wanneer Oost-Timor het Indonesische aanbod van `speciale autonomie' afwijst, het Indonesisch Volkscongres zal worden gevraagd het gebiedsdeel onafhankelijkheid te verlenen. Het congres zal naar verwachting dit najaar bijeenkomen, na de parlementsverkiezingen van 7 juni, om een nieuwe president te kiezen.

De aankondiging van de regering, die een abrupte wijziging betekent van het Indonesische Oost-Timorbeleid, kreeg openlijke bijval van de chef-staf en minister van Defensie, generaal Wiranto. Volgens welingelichte bronnen is het nieuwe beleid tot stand gekomen buiten medeweten van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Twee oppositieleiders, Megawati Soekarnoputri van de christelijk-nationalistische PDI en Abdurrahman Wahid van de islamitische massaorganisatie NU, hebben het denkbeeld van een onmiddellijke onafhankelijkheid het afgelopen weekeinde afgewezen als `ongrondwettig'.