Deksel

In 1918 sloeg een deksel van de ketel, toen Berlijn losknalde van levenslust, gekte en creativiteit. Dat deksel heette Wilhelm II. Tot dan bestierde de keizer met ijzeren smaak het culturele leven van zijn hoofdstad. Alleen de meest conventionele kunstenaars kregen opdrachten, iedere moderniteit was taboe, en zelfs Strauss' opera `Salome' werd direct van de planken gehaald toen de keizerin de voorstelling `zedeloos en vulgair' vond. Iedereen die wat wilde vluchtte naar München of Wenen, waar het spannend was, en vrij.

Ik bezocht het Tränenpalast, het voormalige DDR-grenskantoor bij station Friedrichstrasse, om naar de jongens van de Oost-Duitse topgroep `Passion' te luisteren. Voor het eerst sinds 1983 treden ze weer op, in het kader van een kleine `Last Walz' van de Genossen, een reünie van popgroepen uit de DDR-tijd. Ze spelen een knappe mengeling van klassiek en rock, maar het heeft iets braafs tegelijk, iets van leraren op een schoolfeest. Over de zaal hangt een grote schuchterheid. Drugs zijn nergens te bekennen. Veel mensen zitten stil te luisteren, het kalende hoofd in de handen, het leren jack halfopen. Het zijn geen jongens en meisjes meer, ze hebben vermoeide gezichten, glimlachen wat naar elkaar, en dat is dat. En vooral: niemand beweegt, zelfs geen dissident. De rocker `Jonathan', de Jimi-Hendrix van de DDR, speelt de sterren van de hemel, maar iedereen blijft staan alsof het gaat om een kerkdienst. Het lijkt alsof al deze mensen in hun vroegste jeugd het dansen grondig hebben afgeleerd. Er zal heel wat drank in moeten, voordat hier een deksel losknalt.