De Aarde glooit in Boermans muziek

Afgelopen weekeinde was er in Den Bosch een aan Jan Boerman gewijd festival, waarvan het afsluitend concert door het Koor Nieuwe Muziek vrijdag al werd gegeven in de Amsterdamse Posthoornkerk. Bij Boerman denkt men aan de pionier van elektronische muziek, maar in Den Bosch en Amsterdam ging het om de componist van instrumentale muziek: Boerman schreef veel voor twee piano's.

Boermans De Aarde, die nu zijn première beleefde, plaatst tegenover een gemengd koor twee piano's en slagwerk. Een elektronische klank werd in herinnering geroepen op de plaatsen waar slagwerker Herman Halewijn de klank van de twee piano's verrijkte in spatgelijke accenten met triangel, cymbalen, bekkens, koebellen, een buisklok, gongs en tamtams.

Aan De Aarde ging de hemel vooraf, want Sieben Magnificat-Antiphonen van de Estlandse cultcomponist Arvo Pärt getuigt van een zeldzaam onaardse rust, al wordt die in het centrum en in het slot doorbroken door woeste fortissimo-uitbarstingen. Een criticus wilde dan ook ,,liever een gedicht schrijven dan een recensie.'' Pärt op zijn best klinkt alsof hij niet zelf componeert, maar eenvoudig ontsluit wat er al was, alsof de klank bevrijd wordt uit een mystieke onhoorbaarheid. De antifonen beginnen sterk, maar zeker in de luide passages komt het wel degelijk bedacht over.

Boerman's De Aarde had te lijden van de gulle kerkgalm zonder welke Pärts muziek het niet kan stellen. De piano's ratelden als een trein, als een karikatuur van een hamerende Prokovjef-finale, veel profiel viel er niet in te ontdekken. Rijdend in die trein ontwaar je buiten een vriendelijk en afwisselend landschap, het koor zingt vaak een `glooiend' pianissimo. Zo is er de tegenstelling tussen gedeclameerde zang en een woelige vocalise op `adem': weinig noten tegenover veel in een kort tijdsbestek. Omdat de piano's en het slagwerk te veel doorgaan in één op parallelle kwarten gebaseerde beweging ontstaat toch een indruk van uniformiteit. In ieder geval gaat er veel kracht van uit en zullen de exact 300 maten ongetwijfeld weer een andere werking hebben wanneer Boerman, zoals zijn plan is, ze opneemt in een groter stuk.

Het concert werd besloten met Topos voor 10 ruimtelijke opgestelde stemmen van Daan Manneke. De tekst van Arthur Rimbaud rept van een wagentje in het kreupelhout, van hellingen bedekt met brem, van een roerloze lucht. Als de vorige werken verwezen naar de hemel en de aarde, dan heerste hier dankzij de etherische grondhouding de lucht. Deze muziek heeft veel resonans nodig, maar al dat geklikklak en hoorbaar sjouwen met lessenaars, als de uitvoerenden aan het eind van een deel van plaats wisselen, vermorzelt de subtiliteit van lang aangehouden noten.

Er zijn oorstrelende momenten te over. Maar de concieze kracht van Ton de Leeuw, hier duidelijk het voorbeeld, ontbreekt, en van te veel schoonheid raakt het zenuwstelsel maar van streek, om met Rimbaud te spreken. Het begin is ijzersterk en dan is het ook moeilijk om daarover heen te komen. Het Koor Nieuwe Muziek leverde een bewonderenswaardige prestatie en dat wil wat zeggen. In Pärt's muziek hoor je elke afwijking en in de vier lange delen van Topos ontbreekt elke instrumentale steun.

Concert: Koor Nieuwe Muziek o.l.v. Huub Kerstens. Werken van Pärt, Boerman en Manneke. Gehoord: 29/1 Posthoornkerk, Amsterdam.

    • Ernst Vermeulen