Criminelen wisselen vaak van bende

Misdaadbendes zijn niet langer hiërarchisch gevormde groeperingen, maar bestaan uit samenwerkingsverbanden die regelmatig van samenstelling wisselen. De criminele groeperingen zijn bovendien minder etnisch georganiseerd dan werd aangenomen. Criminelen van verschillende nationaliteit werken met elkaar samen.

Dit blijkt uit een rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Justitie, dat vandaag door prof.dr. C. Fijnaut aan minister Korthals is aangeboden. Het onderzoek `Georganiseerde criminaliteit in Nederland' vloeit voort uit uit de parlementaire enquête opsporingsmethoden. Naar aanleiding van deze IRT-affaire zegde de vorige minister van Justitie, Sorgdrager, de Kamer toe iedere twee jaar te rapporteren over de criminaliteit in Nederland.

Misdaadbendes zijn flexibele netwerken, zo blijkt uit de WODC-rapportage. Verschillende criminelen maken gebruik van dezelfde `illegale dienstverleners' als paspoortvervalsers, transporteurs, ondergrondse bankiers en geldwisselaars. Het ontbreken van een duidelijke, hiërarchische structuur met een godfather, luitenanten en divisies noopt politie en justitie op een andere manier in te grijpen, schrijven de onderzoekers. Ze zouden hun mensen ,,gerichter'' moeten inzetten en ,,korte klappen'' moeten uitdelen, waarbij dienstverleners worden opgepakt en criminele groepen worden gedestabiliseerd. Een betere internationale samenwerking is onontbeerlijk, aldus de onderzoekers. ,,Want in een opzicht troeven criminele samenwerkingsverbanden de nationale overheden duidelijk af, namelijk in hun vermogen om internationaal te opereren.''

De verschillende afkomst van de bendeleden maakt de mogelijkheden voor politiële infiltratie ruimer, menen de onderzoekers. Zo is het niet noodzakelijk om een Turkse infiltrant in te zetten in een Turkse bende. De verschillende afkomst kan ook gevolgen hebben voor de politiële kernteams in Nederland, die wel zijn opgezet naar etniciteit. Zo heeft het IRT-team Noord Oost Nederland als aandachtsgebieden Oost-Europa en Turkije en houdt een Rotterdams kernteam zich bezig met criminaliteit van Zuid-Oost Aziaten.

Overigens schrijven de onderzoekers dat ,,van een sterke vergroeiing van de georganiseerde criminaliteit en de legale sectoren van de samenleving (economie, politiek) geen aanwijzingen zijn gevonden''.