Bewezen: aidsvirus komt van chimpansees

Het aidsveroorzakende virus HIV-1 is vanuit een van de vier chimpansee-ondersoorten (Pan troglodytes troglodytes) minstens driemaal overgedragen op de mens. De drie verschillende HIV-1-typen O, N en M zijn het resultaat van die besmettingen. Dit concludeert een groep onderzoekers onder leiding van dr. Beatrice Hahn van de universiteit van Alabama op grond van uitgebreide genanalyses van de virussen. SIV (de s staat voor simian, waar de h in HIV voor human staat) werd al lang als voorloper van HIV-1 beschouwd, maar het bewijs was nog niet geleverd.

Aan het onderzoek naar de overeenkomsten tussen SIV en HIV-1 heeft een Belgische groep virologen rond 1990 de grootste bijdrage geleverd. Het onderzoek werd belemmerd doordat slechts vier chimpansees met SIV-besmetting (waar de dieren niet ziek van worden) bekend zijn. Chimps in gevangenschap zijn meestal als jong dier gevangen. Een besmetting met SIV lopen chimpansees pas op als ze seksueel actief zijn. Nogal wat chimpansees zijn in gevangenschap gebruikt voor experimenten waarbij ze menselijk bloed ingespoten kregen. De apenjagers hadden bovendien het gebruik, schreef de Nederlandse viroloog prof. dr. Jaap Goudsmit in zijn in 1997 uitgekomen boek `Vrijend Virus', om net gevangen jonge dieren te injecteren met menselijk bloed om ze zo weerbaar te maken tegen menselijke infecties. De bij gevangen apen gevonden SIV's waren in de ogen van critici van de SIV-HIV-1-hypothese gewoon aan apen aangepaste, uit mensen afkomstige HIV-stammen.

Hahn's genanalyses hebben nu overtuigend aangetoond dat HIV-1 uit één chimpansee-ondersoort komt.