Arab Daily tart Jordaanse perswet

Vanaf vandaag verschijnt in Jordanië een nieuwe, Engelstalige krant: de Arab Daily. Hoofdredacteur Khoury wil bewijzen dat ook goede Arabische journalistiek bestaat.

`Niemand weet wat mag en wat niet mag'

Het nulnummer van The Arab Daily, dat op 21 januari verscheen ter gelegenheid van de terugkeer van de Jordaanse koning Hussein uit de Amerikaanse kankerkliniek, was gratis. Maar er was zoveel vraag naar, dat sommige krantenverkopers er 50 piaster voor vroegen. Een dame kreeg te horen: ,,Als u niet betaalt, doet de volgende klant het wel.'' Er restte haar niets anders dan het kleingeld op de toonbank te leggen.

De run op The Arab Daily, die vanaf vandaag elke dag verschijnt, is simpel te verklaren: dit is de eerste onafhankelijke krant in Jordanië. In andere kranten heeft de overheid een meerderheidsaandeel. Hoofdredacteur Ramzi Khoury, bekend door zijn openhartige politieke columns in Abd Rabbo en de Jordan Times — die hij onder druk van hogerhand moest stoppen — kreeg naar eigen zeggen `gemakkelijk' het startkapitaal van 550.000 Jordaanse dinar (1,5 miljoen gulden) van Jordaanse zakenlieden in Amman.

In 1997 werd de pers- en publicatiewet aangescherpt. Kranten durven zelden iets te schrijven wat overheid of koningshuis tegen de haren instrijkt, uit angst voor vervolging. Jordaniërs die op de hoogte willen blijven kopen minder kranten en stemmen, net als Arabieren in andere landen, hun tv af op het tv-kanaal Gezira uit Qatar.

,,Zelfcensuur is een groter probleem dan officiële censuur'', vindt Khoury, een Jordaniër van Palestijnse afkomst die het laatste jaar als adjunct-hoofdredacteur bij de Jordan Times alleen nog andermans stukken mocht redigeren. ,,De perswet is multi-interpretabel. Niemand weet wat mag en wat niet mag. Journalisten spelen op zeker. Ministers bellen op, vragen wat er vandaag verschijnt en zeggen: `Plaats dat maar niet'.''

Sinds juli, toen de koning naar Amerika ging voor chemotherapie, bracht de toenmalige kroonprins Hassan, broer van de koning, de media onder controle door mannen te benoemen die Hassans portret ophingen en al zijn goede daden berichtten. Zijn schoonzoon werd minister van Informatie. Zo direct had het koningshuis zich nooit met de pers bemoeid. Als men ergens begrijpt dat de koning vorige week prins Hassan verving op beschuldiging van pogingen tot machtsovername, is het wel in de media. Als de Jordan Times Palestijnse nieuwsberichten wilde plaatsen, verhinderde de prins het. Hassan noemde Khoury ,,de Gaza Times redacteur''.

In één opzicht waren de twee het eens: dat het verkeerd is dat Jordaanse kranten over Israel schrijven zonder er ooit heen te gaan. Khoury is de enige die vaak naar Israel reist, ook al vinden collega's dat ongepast. Omdat hij niemand kan vinden die dat voor The Arab Daily wil doen, zoekt hij nu een Israelische correspondent. ,,OK, als Israel nog onze vijand is voor wat het de Palestijnen aandoet, lees erover, van binnenuit! Het belangrijkste nieuws is dat van de vijand.''

Als enige durfde de Arab Daily vorige week te schrijven wat iedereen wist: dat de koning prins Hassan als kroonprins wilde vervangen door zijn zoons Abdallah of Hamza. Anderen beperkten zich tot gejubel over 's konings terugkeer. Ook sprak de krant met een Amerikaanse arts die het ,,volledige herstel'' van de koning in twijfel trok: het kan jaren duren, zei hij, voor een lymfklierkankerpatiënt genezen kan worden verklaard. De koning liet 50 nummers naar het paleis brengen; mannen in uniform zaten er tot hilariteit van de jonge, meest buitenlands geschoolde verslaggevers uren tussen de nieuwe computers op te wachten. Koningin Noor stuurde haar complimenten. Een prins liet weten dat hij de krant wilde openen. Khoury sloeg het aanbod af.

Gezaghebbende Arabische kranten, zoals Al-Hayat of Al-Quds al-Arabi, worden in het Westen gemaakt om aan censuur te ontsnappen, en dan over het Midden-Oosten verspreid. Khoury wil vanuit Amman op den duur hetzelfde doen met de Arab Daily. Het is vooral de Arabische elite die kranten leest. Zij spreken vaak goed Engels. Een Engelstalige krant voor en door Arabieren bestaat niet. Daarbij wil hij de vele buitenlandse ontwikkelingswerkers en diplomaten in de regio bedienen, die nu lokale Engelstalige kranten lezen in handen van de overheid. ,,Als je het intelligent doet, kun je in Jordanië meer schrijven dan in de buurlanden. Als ik dat niet geloofde, zat ik nu ook in Londen. Ik ben zelf aandeelhouder. Ik wil, behalve een goede krant maken, geld verdienen.''

Na de opheffing van de noodtoestand in Jordanië in 1989 mocht de pers schrijven wat ze wilde zolang het koningshuis buiten schot bleef. Gevolg: journalisten schreven de regering de grond in. Corruptie, roddels, alles haalde de krant. Elke journalist met een paar tientjes op zak kon een krant beginnen om een politicus te promoten, zoals Saddam. ,,Onverantwoordelijk,'' zegt Khoury. ,,Maar de traditie van hoor en wederhoor heeft hier nooit kunnen rijpen.'' In 1997 sloot de koning acht weekbladen en kondigde hij een nieuwe perswet af. Niet-Jordaniërs mogen geen krant openen. Minimum-investering is een half miljoen dinar. Journalisten kunnen worden opgepakt voor iets wat ze jaren geleden hebben geschreven. De Arabische cultuur en islam mogen niet gekritiseerd worden, bevriende landen evenmin.

Binnen die beperkingen, en temidden van onzekerheid over wat de nieuwe kroonprins Abdallah met de pers aan wil, wil Khoury bewijzen dat goede Arabische journalistiek wel degelijk bestaat. Dat wil zeggen: reportages, in plaats van de hier zo gangbare subjectieve commentaren. Zo plaatst hij deze week een artikel over een oleander die de plantsoenendienst in Amman overal heeft geplant: goedkoop, het hele jaar groen, maar met bladeren zo giftig dat ze een mens kunnen doden — en dat laatste, zo blijkt, wist de gemeente al vóór de eersten in de intensive care belandden. Heel Jordanië praat erover. The Arab Daily is de eerste die het opschrijft. ,,We hebben behalve artsen en gedupeerden alle overheidsinstanties aan het woord gelaten,'' zegt Khoury tevreden. ,,Er is geen speld tussen te krijgen.''

    • Caroline de Gruyter