Academici over de laatste boeken

Armada is vermoedelijk een van de raarste literaire tijdschriften van Nederland. Het blad, dat wordt uitgegeven door uitgeverij Wereldbibliotheek, noemt zichzelf een `tijdschrift voor wereldliteratuur', een driedubbele woordspeling die gelukkig in het colofon wordt verantwoord. Daar blijkt namelijk dat iedere Armada-redacteur (er zijn er zeven) zich een taalgebied heeft toegeëigend: een gaat er over `Engels/Amerikaans', een ander over Slavisch. Dat zou op zich geen probleem zijn als al deze redacteuren ook niet docent aan een universiteit waren ± sterker nog: zo goed als iedere medewerker aan deze Armada vervult een dergelijke functie. Nu is dat niet bepaald een doodzonde, maar voor een literair blad is het raar: alsof de redactie heeft besloten dat schrijvers best interessante wezens zijn, zolang je ze zelf maar niet aan het woord laat.

Enigszins te rechtvaardigen is dat standpunt nog wel voor het laatste nummer van Armada, dat gaat over `Het laatste boek'. Daarmee worden de laatste boeken bedoeld, meestal in tijd, soms in de ontwikkeling, van klassieke auteurs als Hemingway, Virginia Woolf, Du Fu of Simon Vestdijk. Als idee is dat aardig, maar wie begint te lezen struikelt al snel over die overdaad aan academisme.

Het beste voorbeeld daarvan is het artikel dat Harry Bekkering (`doceert moderne Nederlandse letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen') wijdt aan De persconferentie, een onvoltooide roman van Vestdijk die in 1973 postuum werd uitgegeven. Hoewel het boek dus maar een kleine verspreiding kent vindt Bekkering het niet nodig het gepubliceerde even samen te vatten. Daardoor wordt zijn stuk volkomen onbegrijpelijk. We komen te weten dat Vestdijk `nog een keer heeft geprobeerd in romanvorm terug te keren naar zijn jeugd', en dat de schrijver inzicht probeerde te geven in de depressies waaronder hij leed. Nog tergender wordt het als Bekkering (`voor de nieuwsgierigen onder u') een samenvatting geeft van Vestdijks hoofdstukindeling voor De persconferentie. Waar wat er precies gebeurt ± nog steeds geen idee.

Zo staan er wel meer vreemde stukken in deze Armada. Kees Mercks bijvoorbeeld (`doceert Tsjechische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam') schrijft over Bohumil Hrabal, de Tsjechische schrijver die twee jaar geleden op 83-jarige leeftijd stierf doordat hij uit het raam van het Praagse ziekenhuis viel waar hij verbleef, naar verluidt toen hij de vogeltjes aan het voeren was. Ongeluk of zelfmoord? Een begrijpelijke vraag, die voor Mercks aanleiding is om, op overigens niet onaardige wijze, Hrabals oeuvre na te speuren op dood- en zelfmoordverwijzingen. Maar op de vraag of Hrabal in zijn werk naar zijn einde verwees krijgt de lezer zelfs geen glimp van een antwoord.

Het allervreemdste in deze Armada is echter het stuk van Jan de Roder (`bereidt een proefschrift voor over Vestdijk en de moderniteit') over J.C. Bloem in de polemische rubriek `De Dolksteek'. In diezelfde rubriek had neerlandicus Jos Joosten bijna een jaar geleden beweerd dat Bloem een pruldichter was, een stelling die hij onder meer had geprobeerd te staven met Bloems dubieuze politieke verleden. Dat artikel was nauwelijks serieus te nemen, al was het maar omdat deze Joosten al jaren wanhopig probeert op te vallen door Jan-en-alleman in de Nederlandse literatuur voor rotte vis uit te schelden. Maar wat doet Armada: het laat De Roder elf pagina's lang uitwijden over deze losse flodder, om inderdaad tot de conclusie te komen dat Joosten weinig te melden heeft. Is het wanhoop? Heeft Armada kopijnood? Mocht dat laatste het geval zijn, dan zou het blad eens buiten de universitaire muren moeten kijken.

Armada. Uitg. Wereldbibliotheek 128 blz. Prijs ƒ19,50.