Liberaal akoesticus

De akoesticus Pieter Albert de Lange, die op 22 januari in Eindhoven op 77-jarige leeftijd overleed, had in de kleine wereld van de akoestici een bijzondere plaats. Zijn ideeën waren omstreden in vakkringen en onder musici, maar leidden op zijn minst tot architectonisch aantrekkelijke resultaten, meestal ook gepaard gaande met een goede akoestiek. Als akoesticus had hij dan ook in binnen- en buitenland veel gezag.

Onder akoestici zijn er twee richtingen. De ene, waarvan ir. Peutz een exponent is, stelt zich een ideale akoestiek ten doel en wil die bereiken door in de eerste plaats eisen te stellen aan de vorm van de zaal. Pas als de architect de best mogelijke basisvorm tekent, werken deze akoestici mee met het verfijnen en testen van het definitieve resultaat. Dat leidt tot de zaal met de vorm van de schoenendoos, ongeveer zoals die van het Amsterdamse Concertgebouw. Voorbeelden daarvan zijn de nieuwe concertzalen in Den Haag (de Dr. Anton Philipszaal aan het Spui) en in Enschede (Muziekcentrum). Beide zalen ogen vrijwel hetzelfde, ze verschillen in nauwelijks meer dan in het ontwerp van de stoelen en de kleur van het schilderwerk.

Voor De Lange was zo'n houding de weg van de minste weerstand. Hij vatte zijn vak vooral op als het dienstbaar zijn aan de architectuur van een zaal. Een concertzaal moest voor hem een eigen architectonisch karakter hebben en kon niet inwisselbaar zijn met een andere zaal. Zijn instelling was liberaal, binnen ruime grenzen was hij bereid tot het leveren van akoestische adviezen. Daarvoor deed hij dan veel research met schaalmodellen. Dat leidde vaak tot oplossingen waarbij boven het podium hangende elementen het geluid in een aantal richtingen weerkaatsen.

Goed gelukte voorbeelden daarvan zijn de zeshoekige Grote Zaal van De Doelen in Rotterdam, waar de geluidsweerkaatsers uiteindelijk weer verdwenen zijn, en de achthoekige Grote Zaal van muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, waar ze nog steeds hangen. Beide zalen hebben een goede akoestiek, maar ook een unieke architectonische vormgeving en hun interieur is met geen enkele andere zaal in de wereld te verwarren.

Uiteindelijk goeddeels mislukt is de akoestiek van het Amsterdamse Muziektheater. De zaal was vele jaren eerder ontworpen en toen die eindelijk werd gebouwd, kon aan de verkeerde grondvorm daarvan niet meer worden getornd. Het stak De Lange buitengewoon dat hij bij verdere correcties niet meer werd geconsulteerd, alsof de fouten aan hem te wijten waren. Daartegenover staat echter de akoestisch voortreffelijk gelukte theaterzaal van het Nederlands Danstheater aan het Spui in Den Haag. Hoewel volgens hem de samenwerking met architect Rem Koolhaas onbevredigend verliep, is deze zaal met zijn ideale zichtlijnen ook in akoestisch opzicht zó voortreffelijk dat het de beste theaterzaal van ons land is.

Zoals er voor De Lange niet een ideale zaalvorm bestond, was er voor hem ook niet één enkele ideale akoestiek. Concertzalen met verschillende muzikale functies konden voor hem elk een eigen akoestisch profiel hebben. Piet de Lange was achteraf vooral trots op de door hem geadviseerde akoestiek in de tijdloos fraaie Grote Zaal van het nieuwe Muziekcentrum Frits Philips, in zijn woonplaats Eindhoven. Daar was de op 19 oktober 1921 in Dordrecht geboren De Lange, na een carrière als bouwfysisch en akoestisch onderzoeker bij TNO in Delft, van 1969 tot 1987 hoogleraar bouwfysica en akoestiek.