Waar geld is, is water

Mensen reizen duizenden mijlen voor een verandering van klimaat en landschap, maar dan willen ze van droogte niets weten. Tachtig procent van het particuliere watergebruik in Palm Springs is voor bomen, planten en gazons bestemd. En voor de zwembaden natuurlijk.

Dichter bij het licht lijken mijn benen langer. Aan de kant van het licht is het water ook warmer. Als ik zo dobber steken mijn schouders er boven uit, en dat voel ik: hier in de woestijn koelt het direct af zodra de zon achter de bergen zakt. In de roze schemering komt iemand van het hotel de tuin ingelopen en knipt de lichtjes aan in de citroen- en de palmboom.

Vanuit de lucht had ik ze al zien liggen, als aquamarijnen tussen de glinsterende stadslichtjes gestrooid: duizenden verwarmde, verlichte, zachtgloeiende zwembaden. Tussen de lichtjes vallen er ook grote zwarte gaten: de golfbanen. Dat is, zou je kunnen zeggen, de essentie van deze desert resort: zwembaden en golfbanen. Een gebied van genadeloze hitte, van nature begroeid met cactussen, stekelige joshua trees en dorre struiken, waar een stad is ontstaan met per hoofd van de bevolking het grootste aantal blauwe zwembaden (ruim zevenduizend) en groene golfbanen (ruim negentig) ter wereld. Een pretstad in de woestijn van Californië, twee uur rijden van Los Angeles vandaan, met een bevolking van ruim veertigduizend mensen 's zomers en het drievoudige daarvan 's winters.

Palm Springs, dat wilde zeggen: witte lakleren schoenen, glas in lood-broeken, Rolls Royce-golfkarretjes en de hoogste concentratie plastisch chirurgen van Amerika. Tegenwoordig komt ook een jongere generatie Big Names: Brad Pitt koos deze desert city als decor voor een interview met Rolling Stone, Vogue-fotografe Annie Leibowitz vindt hier onderwerpen, filmer Robert Altman is er gesignaleerd. Maar of het nu rijke oudjes in Cadillacs zijn of snelle jongens in terreinwagens en Mercedes-cabriolets, Palm Springs betekent nog steeds veel Hollywood en veel geld. ,,Er is geen middenklasse', schrijft de jonge schrijver Douglas Coupland in zijn hippe roman Generation X, die hij in Palm Springs situeerde. ,,In die zin is dit oord middeleeuws. De rijke mensen betalen de arme mensen om de doorns van hun cactussen af te snijden.'

Eeuwenlang, tot de komst van de eerste blanke in 1885, leefden indianen van de Cahuilla-stam in deze vallei, waarvan de naam — Coachella Valley — nog altijd naar hen verwijst. De indianen kwamen er voor de warmwaterbron. Hier vlakbij loopt de San Andreas Fault, de breuklijn waarlangs over de lengte van heel Californië, twee continentale platen tegen elkaar aan schuren. Op verscheidene plaatsen langs die breuk borrelt heet, mineraalrijk water naar de oppervlakte. Voor drinkwater waren de indianen aangewezen op smeltende sneeuw van de omringende bergen. Pas begin deze eeuw, toen een ondernemende hotelhoudster bij wijze van experiment een put sloeg, zou blijken dat Palm Springs over nog een derde soort water beschikt: onder de onverbiddelijke korst van de vallei ligt een reusachtige hoeveelheid schoon grondwater.

Een merkwaardige woestijn, dit — droog van buiten, nat van binnen.

Octopus-agave

De tachtig mijl lange Coachella Valley valt in twee delen uiteen. In het noordwesten een kluit van zes desert cities, waarvan Palm Springs de oudste is, in het zuidoosten de landbouw — dadels, meloenen, citrusvruchten — die alleen dankzij irrigatie met water uit de Colorado River kan bestaan. Het Coachella Valley Water District, een van de drie grootste waterschappen in Californië, heeft dan ook te maken met zowel vermogende, om niet te zeggen verwende klanten als de grote country clubs, als met het significante economische belang van de boeren. ,,Twee van onze belangrijkste taken', zegt Dennis Mahr, directeur communicatie en wetgeving, ,,zijn om ervoor te zorgen dat het grondwater niet op raakt, en dat het particuliere watergebruik wordt teruggedrongen. Want daarvan gaat tachtig procent naar de tuin.' Tachtig procent? ,,Jawel. Veel mensen uit de koude delen van Amerika en Canada, de zogenaamde snowbirds, komen hier vakantie houden of overwinteren omdat ze het droge, warme klimaat zo prettig vinden. Maar ze willen wèl hun omgeving stofferen met vertrouwde planten en bomen die ze van thuis kennen.'

Mahrs collega Dave Harbison is trots op zijn recente overwinning: nieuwe projecten als woonwijken en golfbanen krijgen pas hun — wettelijk verplichte — watermeter als Harbison de plannen voldoende waterbesparend vindt. Opmerkelijk genoeg zijn de golfbanen, die ieder per dag gemiddeld vier miljoen liter gebruiken, niet het grootste probleem: zij krijgen het 'grijze' water uit de zuiveringsinstallaties. ,,Water is voor een golfbaan de grootste kostenpost, dus gaan ze er heus efficiënt mee om', zegt Mahr. ,,Steeds meer golfbanen leggen alleen dáár gras aan waar echt gespeeld wordt, en gebruiken verder woestijnplanten. Andere accepteren gewoon, dat de links er 's zomers minder weelderig uitzien — veel klanten hebben ze bij vijftig graden toch al niet.'

Natuurlijk is water in een droog gebied een luxe en dus een statussymbool. Wie zich een fontein, of een groen gazon, of een zwembad kan veroorloven, heeft immers het geld en de macht om het water te laten vloeien. Dat is de wet van de hedendaagse woestijn: waar geld is, is water. Het Marriott Hotel in Palm Desert zwelgt in deze weelde. De tientallen meters hoge lobby is gevuld met kabbelende watervalletjes die beneden uitmonden in een binnenmeer; gasten worden naar de restaurants en winkels op het immense terrein vervoerd met bootjes.

Het blijft raar. Mensen reizen duizenden mijlen voor een verandering van klimaat en landschap, maar als ze er zijn willen ze van droogte niets weten en moet het uitzicht uit het keukenraam net zo zijn als thuis. Je ziet het al aan de voortuinen: waar de één zich door de omgeving heeft laten inspireren tot een bijna Zen-achtige compositie van cacti en kiezels, geeft de buurman nog altijd de voorkeur aan lekker groen gras en een sierolijfboom, waarvan de bladeren tot bolle toefjes zijn geschoren (schamper 'het poedel-model' genoemd).

Het Water District verkoopt daarom een eigen promotie-cd-rom over woestijnplanten en heeft voor het kantoor een demonstratietuin aangelegd. Dave Harbison kent de planten als zijn broekzak: hier de tanige mesquite, daar de octopus-agave met zijn bladen als krullende tentakels, de rood-, geel- en blauwbloeiende struiken, de smoke tree en de purple mist, een hoge grassoort met ragfijne paarse sprieten. Het middelpunt is uiteraard een dadelpalm, ooit uit het Midden-Oosten geïmporteerd maar nu volledig ingeburgerd. Er is trouwens een levendige handel in palmbomen. Als de dadelproductie na een jaar of dertig terugloopt wordt de boom, algauw zes meter hoog of hoger, verkocht voor landscaping. Inclusief opgraven, vervoeren en herplanten kan een volwassen boom tussen de twee- en de drieduizend dollar kosten. (De mare gaat dat het Marriott Hotel de palmen in de lobby eeuwige jeugd hebben gegeven door ze te vriesdrogen. Misschien een tip voor plastisch chirurgen).

Sommige bedrijven hebben begrepen, dat ze met desert landscaping een milieuvriendelijk imago kunnen verwerven. De Bighorn Country Club in Palm Desert, bijvoorbeeld, die zoals alle moderne country clubs een combinatie is van golfbaan, clubhuis en luxe koopwoningen — een gated community met een sportief tintje. Toen het terrein werd aangelegd zijn alle planten opgegraven, van labels voorzien en na de bouw weer zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats teruggezet. In het maandblad Palm Springs Life adverteert Bighorn met de leus 'in partnership with nature'.

De ontwerpers hebben er echter ook iets aan toegevoegd wat kennelijk in hun beeld van een woestijnlandschap niet mocht ontbreken: saguaro-cactussen, de uit westerns bekende prikkelpilaren met armen. Omdat deze cactussoort hier niet van nature voorkomt, zijn ze uit Arizona geïmporteerd, inclusief de noodzakelijke vergunning en vlaggetjes aan hun noordzijde. Zo konden de hoveniers van Bighorn ze in dezelfde verhouding tot de zon plaatsen als ze thuis gewend waren. Er is wel meer bij deze country club wat niet helemáál natuurgetrouw is: de enorme keien die bij de toegangspoort zo'n imposante rotspartij vormen, zijn van kippengaas, glasvezel, beton en kleurstof ter plekke gefabriceerd. Tinseltown meets the desert.

Een enkel keertje neemt de natuur op passende wijze wraak. Het chique Ritz-Carlton Hotel staat bovenop een berg waar met enige regelmaat de beschermde bighorn-bergschapen de petunia's uit de bloembedden komen vreten. Het hotel heeft noodgedwongen een extra begrotingspost van vijfhonderd gulden per maand opgenomen voor het vervangen van de petunia's. Je maakt zelfs meer kans een van deze schuwe dieren tegen te komen op het terrein van het hotel dan in de bergen.

Dambordpatroon

Op een hoge barkruk aan een klein rond tafeltje zit Lee Lonebear gebogen over een papieren bord. Met plastic bestek werkt hij gestaag een flink stuk kip weg en een bergketen van aardappelpuree met bleke jus. ,,De snackbar van dit casino heeft het beste en het goedkoopste eten van de stad', verzekert hij me. Het gepingel, gezoem, geratel en gerinkel van de honderden, misschien wel duizenden apparaten hier in de gokhal van het Spa Hotel deert hem niet, zo te zien. Diep ergens onder ons borrelen, onzichtbaar en onhoorbaar maar midden in downtown, de hot springs waar de stad naar genoemd is. Het Spa Hotel is de bakermat van de stad, en het is nog steeds van de Cahuilla.

Lonebear, bestuurder van de Cheyenne-stam, is uit Lame Deer, Montana gekomen voor een conferentie over gezondheidszorg voor indianen. ,,Thuis hebben wij ook een casino', vertelt hij, ,,maar kleiner.' Of ik ooit naar een pow-wow ben geweest, wil hij weten, een traditionele danswedstrijd. Nee? Dat zou ik echt een keer moeten meemaken. Hij ging zelf vorig jaar voor een pow-wow naar Zürich, ja in Zwitserland, en het jaar daarvoor had hij er een in Amerika gejureerd waar een groep Duitsers had gewonnen. ,,Ze hadden blond haar en blonde baarden, maar ze kenden de liederen en de uitspraak heel goed. Van bandjes geleerd, zeiden ze.'

Het zijn voornamelijk middelbare blanken die met lege blik hun dollarbiljetten voeren aan apparaten met namen als 'Native American Gold' en 'Mighty Buffalo', maar de indianen zijn ook ruim vertegenwoordigd. Het gokken is een utilitair gebeuren, zonder de vrolijke opsmuk en klaterende munten van Las Vegas — als je een keer iets wint, áls, krijg je geen geld, maar een papiertje dat je bij de kaskooien mag verzilveren. In het opgepoetste Palm Springs, waar het gras zo te zien elke ochtend wordt gestofzuigd en de rode 'no parking'-strepen langs de stoeprand 's nachts met nagellak worden bijgewerkt, is dit banale vertrek velen een doorn in het oog. Maar de stad heeft er niks over te zeggen: het casino is van de indianen, in hun hotel, op hun land.

Het Spa Hotel ligt op de hoek van wat nog steeds officieel Section 14 heet. Nadat midden vorige eeuw de postkoetsen een aantal maal waren overvallen besloot de overheid dat een trein een veiliger vervoersmiddel zou zijn. De vallei werd volgens een dambordpatroon verdeeld, waarbij de oneven vakken aan de spoorwegmaatschappij Southern Pacific werden verkocht en de even blokken bezit van de indianen bleven. Nog altijd doorsnijdt de trein de woestijn, tegenwoordig meestal vrachttreinen: kilometerslange kettingen van op en aan elkaar gestapelde en geregen containers, begeleid door een melancholiek misthoorngeluid.

Pas sinds eind jaren vijftig mogen de indianen zelf beslissen wat ze met hun land doen: verkopen, verpachten, ontwikkelen of juist braak laten liggen. Midden in de stad liggen nog altijd lappen grond waar alleen maar stakerige struiken staan: dan heeft de indiaanse eigenaar niet willen verkopen. Er zijn mensen die zich herinneren dat ze als kind niet mochten spelen in Section 14, het was er door de drank en de werkloosheid volgens hun ouders niet veilig. Inmiddels zijn de Cahuilla, door een pokkenepidemie in de vorige eeuw van bijna zesduizend leden tot nu nog geen duizend gereduceerd, een van de rijkste stammen in Amerika. Dankzij hun onroerend goed en het gokwezen hebben zij een geschat gezamenlijk vermogen van rond de twee miljard dollar. Over een paar maanden beginnen ze in de bergen ten zuiden van Palm Springs met de bouw van een groot nieuw museum over hun cultuur en geschiedenis.

Biggentombola

Toen de blanken hier in de tweede helft van de vorige eeuw neerstreken was water een van hun eerste zorgen. Judge John McCallum vestige zich er in 1884 als eerste in de hoop dat zijn zonen in de schone, droge lucht van tbc zouden genezen. Hij stak veel geld en moeite in het graven van een kanaal dat het smeltwater naar zijn lemen huisje en velden moest aanvoeren. Tien jaar lang was dat de enige voorziening, totdat na een droge winter zijn onversaagde buurvrouw, hotelhoudster Nellie — 'Moeder' — Coffman, bij wijze van experiment een put op haar land sloeg. Toen pas bleek dat er zoet water uit de grond kon worden gehaald. Het waterschap dreigde haar een proces aan te doen, maar daar trok ze zich niets van aan. Met de oprichting in 1909 van The Desert Inn — de eerste vier jaar in tenten — had Moeder Coffman de kiem gelegd voor de toeristenindustrie in Palm Springs. De eerste bezoekers waren 'longlijders' die in kamerjas door het dorp liepen, maar al in de jaren tien en zeker in de jaren twintig werd het een steeds populairder speeltuin van the rich and beautiful uit Los Angeles.

Veel van hen zijn te zien op een selectie oude foto's die de Historical Society tentoonstelt. Sinds 1955 is de Society gevestigd in het lemen huisje van Judge McMallum, dat toen werd opgepakt, op een dieplader werd gezet en naar de hoofdstraat gereden. (Niet alle cultureel erfgoed krijgt die zorg: in de jaren zestig is een aantal historische gebouwen, waaronder Nellie's Desert Inn, gesloopt om plaats te maken voor een winkelcentrum). Wat moet het in de vooroorlogse hoogtijdagen een sexy en spannend oord zijn geweest, met al die mooie, rijke, jaloerse beroemdheden bij elkaar. We zien Clark Gable ernstig kijken bij het schaken, Lucille Ball staart dromerig uit een raam, Gloria Swanson blikt zwoel op naar de camera... en herken ik daar een jonge Spencer Tracy? Palm Springs vierde toen ook elk jaar de 'Village Insanity', met verplichte western-kleding, een Desert Queen en een tombola. Een mollige Shirley Temple staat met een dikke big in de armen te wachten totdat ze die aan de nieuwe eigenaar mag overhandigen.

Showbusiness is hier nog steeds big business. Met de ene hand laveert gids Greg de witte bestelbus van Celebrity Tours behendig door het verkeer, met de andere houdt hij de microfoon vast voor non-stop info. Eén ding is duidelijk, everybody who was anybody in de film- en entertainmentwereld heeft hier gewoond. John Wayne, Ginger Rogers, Walt Disney, Steve McQueen, Frank Sinatra met achtereenvolgende vrouwen en een aquamarijnen zwembad in de vorm van een piano, Bob Hope die zijn zesduizend vierkante meter grote party house vlak voor de voltooiing tot de grond toe zag afbranden. We loeren de oprijlaan in waar tv-evangelisten Jim en Tammy Faye Bakker voor de camera hun zonden opbiechtten, we nemen met verbazing en/of afschuw nota van de brievenbus van wijlen glitternicht Liberace, ook al in de vorm van een piano. Links Sammy Davis Junior, rechts Helena Rubinstein, hier Kirk Douglas, daar Henry Kissinger en recht voor u het huis waar Elvis zijn wittebroodsweken doorbracht. Na afloop turf ik, buiten adem, de namen in mijn blocnote: dat zijn er al 76, en dan heb ik nog een hoop gemist.

Gerimpelde decolletés

Nog altijd zet showbizz de toon. Tot in het stadhuis toe: totdat hij een paar maanden geleden bij een ski-ongeluk om het leven kwam was Sonny Bono, bekend van Sonny & Cher, burgemeester. En sinds 1989 is een van Palm Springs' beroemdste attracties in het seizoen de Fabulous Follies, een revue dat het bonbondoosachtige Plaza Theater uit 1936 bespeelt. Showmaster Riff Markowitz is vanavond goed op dreef, al zegt-ie het zelf, met veel grappen over prostaten, overgewicht, vergeetachtigheid en middagdutjes. En over rijke bejaarde joden, waar Palm Springs er veel van heeft. En over de andere lokale bevolkingsgroep, de indianen. Hij verwelkomt het merendeels 65+ publiek met een verklaring: ,,We gaan dit theater tot een soevereine natie uitroepen. Als de indianen dat kunnen, dan kunnen wij het toch zeker ook? Staat het hier volgend jaar kamerbreed vol met fruitautomaten!'

De Follies zijn anders dan alle andere revuegezelschappen: de jongste deelnemer op de bühne is 54, de oudste 86. Phyllis (63) is in een vorig leven Rockette geweest bij de Radio City Music Hall in New York, Mildred (75) danst al vanaf haar vijfde en speelde in een film met Rita Hayworth, Maryetta (86) is Olympisch zwemster en diepzeeduiker geweest en figureert nu in het Guinness Book of Records als the world's oldest showgirl. Tussen de boa's, pailletten, de hoge hoeden en hoog opgesneden pakjes, zit één nummer dat alle zelfspot van deze avond samenvat: een spetterende chorus line met als requisieten krukken en looprekken.

Als de show na ruim drie uur voorbij is staan de dansmariekes buiten op straat handen te schudden. ,,Did you enjoy the show? Goooood, I'm glaaaad! Oh, you're still so young and pretty!' 't Is dat ik die gerimpelde decolletés van dichtbij heb gezien, anders had ik die leeftijden nóg niet geloofd.

M'n nieuwe witte lakleren schoenen heb ik alvast klaargezet naast het bed.

Casa Cody is een van de kleine, gezellige oudere hotels uit de jaren twintig die tussen de bergen en het centrum liggen. Casa Cody, mede-eigendom van de in Amsterdam geboren Frank Tysen, heeft twee zwembaden in mooie tuinen en stijlvolle kamers met veranda en keuken. Het allermooiste is het gerestaureerde lemen huis. Tel (760) 3209346, fax (760) 3208610

De Palm Springs Historical Society, gevestigd aan de hoofdstraat in het lemen huis van de eerste blanke inwoner, geeft een mooi beeld van het ontstaan van het stadje. Tel (760) 3238297.

Celebrity Tours biedt korte en lange ritten door Palm Springs en omgeving met amusant commentaar op de rich and famous. Tel (760) 7702700

De natuur in kan met de rode jeeps van Desert Adventures Jeep Eco-Tours. Tel. (760) 324-JEEP (zie de letters op de telefoontoetsen van de Amerikaanse toestellen) en de natuurwandelingen van het Palm Springs Desert Museum (760) 3257186 of op eigen gelegenheid in de Indian Canyons drie mijl ten zuidoosten van het centrum. Op een uur rijden van Palm Springs ligt ook Joshua Tree National Park.

De kabelbaan, de Aerial Tramway, doorkruist vijf klimaatzones onderweg naar de koele, zelfs kille top van de San Jacinto. Tel (760) 3251391. De heetwaterbronnen waar Palm Springs naar genoemd is, zijn nog bezit van de Indianen en zijn — net als het casino — voor het publiek opengesteld in het Spa Hotel. Bronnen zijn er ook in het nabijgelegen plaatsje Desert Hot Springs en, veel chiquer nog, in Spa La Quinta in de gelijknamige plaats. Tel (760) 5644111

Hip en lekker eten in het centrum: St. James at the Vineyard. Tel (760) 3208041. Voor chic winkelen ga je naar het openlucht-winkelcentrum El Paseo in Palm Desert; de keus is nog groter en vaak een derde goedkoper in het reusachtige Desert Outlet, een kwartier naar het westen langs Highway 10. En als alles op z'n eind loopt laten de Fabulous Follies de leuke kanten van ouder worden zien. Tel (760) 3270225.