Krachtpatser Meciar is opeens een bang vogeltje

Jarenlang, van voor de breuk met Tsjechie tot dit jaar, anno vijf van de Slowaakse onafhankelijkheid (zijn Slowaakse onafhankelijkheid eigenlijk) heeft Vladimir Meciar als een olifant door de porseleinkast van de tere Slowaakse democratie gebanjerd, voorzien van een arsenaal van listen en een jargon van bluf en bravoure, ongevoelig voor kritiek, onverschillig ook voor de grenzen van het fatsoen, van de wet en van de ratio.

Een krachtpatsertje, deze Meciar, de ex-bokser met het fysiek van de ex-bokser. Geen echte dictator, hij sloot geen opposanten op en riep geen noodtoestanden of staten van beleg of andere onaangenaamheden uit. Wel een autoritaire nationalist die permanent een loopje nam met regels en wetten en altijd wel een truc achter de hand had om zijn zin te krijgen. Een manipulator. Als oud-bokser kon het hem niet schelen of zijn klappen onder dan wel boven de gordel landden - als ze maar raak waren.

Raak waren ze meestal. En onder de gordel vaak. President Kovac herinnerde de premier al te vaak aan de fatsoensregels - dus werd zijn zoon, die door de Duitse justitie werd gezocht, door Meciars geheime dienst ontvoerd, met whisky volgegoten en in Oostenrijk gedumpt om de president een hak te zetten. Een kritische parlementarier werd uit het parlement gewerkt met een vervalste ontslagbrief. De Hongaarse minderheid werd met listige administratieve herindelingen van elementaire taalrechten beroofd. Kovac werd na zijn aftreden niet opgevolgd: het kwam Meciar beter uit als negen presidentsverkiezingen op rij mislukten, opdat hijzelf als premier waarnemend president kon blijven. Privatiseringen werden misbruikt om vrienden te bevoordelen en opposanten werden verketterd en geintimideerd. Ruzie kreeg Meaarschijnlijkciar uiteindelijk met iedereen de president, de oppositie, de buurlanden, de Hongaarse, Roma- en joodse minderheden, de kerk, de media. De culturele elite werd na protesten tegen Meciars beleid uitgemaakt voor 'een forum van drugsgebruikers'. Zijn pesterijen jegens de media leverden Meciar een plaats op op de wereldranglijst van de tien grootste vijanden van de vrije pers, en een congres van Slowaakse psychiaters adviseerde de premier deze lente zelfs serieus zich onder behandeling te stellen.

Maar kritiek deed hem niets. Kritiek uit het buitenland was altijd de schuld van de oppositie, die Slowakije in een slecht daglicht plaatste met haar eeuwige gelamenteer. Hij kegelde met zijn methoden zijn land uit de kopgroep van EU- en NAVO-kandidaten, maar ook dat deed hem niets, want om bemoeizucht van anderen zat hij sowieso niet verlegen. Hij genoot van zijn populariteit bij de plattelanders die hem aanbaden als de slimme krachtpatser die hij was, genoot van de macht, genoot ook van zijn kleine zeges, als hij weer eens kon snoeven hoe hahaha! zijn Hongaarse collega “verbleekte' toen Meciar hem voorstelde de Hongaarse minderheid gewoon naar Hongarije te laten emigreren.

En toen was het uit. Opeens. Bij de verkiezingen van september verloor zijn partij een kwart van haar aanhang. Meciar had in de campagne zijn laatste trucs uitgespeeld, door schoon- annex beroemdheden als Claudia Schiffer, Claudia Cardinale, Gerard Depardieu en Ornella Muti in te huren om aan zijn ministeriele zijde in Slowakije wat lintjes door te knippen.

Helaas, het hielp niet. De oppositie won. Dagenlang bleef de verslagen krachtpatser zoek. Dagenlang hield hij zich schuil. De premier? De premier was zoek. Incommunicado. Commentaar? Geen commentaar. De bokser was geraakt. Boven de gordel nog wel. De bokser was verslagen.

Nog een keer kwam hij terug. Na vijf dagen, op de tv. Geen krachtpatser meer. Geen wandelende trukendoos. Geen snoever. Eerder een bang vogeltje, weggedoken in zijn stoel, het hoofd tussen opgetrokken schouders, met een wat schaapachtige glimlach. De nederlaag was niet zijn nederlaag, zei hij, maar de nederlaag van de kiezers zelf, die hadden een foutje gemaakt.

“U hebt onlogisch gekozen. U maalt niet om uw eigen zaken.' En hij besloot: “Wat kan ik nog zeggen? Ik moet het zingen.' En hij zong het, een oud volksliedje: “Met Gods zegen verlaat ik jullie. Ik heb niemand kwaad gedaan. Niemand van jullie.' En hij wuifde even, Vladimir Meciar, en hij lachte nog wat vaag en verlegen, en verdween.