'Mooie democratie is niet verinnerlijkt'; Minister Van Boxtel over grote-stedenbeleid

DEN HAAG, 29 DEC. Geestelijke verloedering - “niet alleen bij allochtonen' - dreigende gettovorming in de steden: D66-minister Van Boxtel voor grotesteden- en integratiebeleid kan geen gulden missen op zijn begroting.

Hij wil de “verslonzing' in de samenleving aanpakken. Sommige mensen noemen dat herstel van burgerschapszin - dat kan hem niet schelen. Het gaat hem om vragen, essentiele vragen. Hoe gedraag je je? Wat mag wel wat niet? “Daar hebben we het veel te weinig over in Nederland.' Maar met fatsoensrakkerij hebben deze ideeen, zo onderstreept hij “helemaal niets te maken'.

Minister Roger van Boxtel (D66) noemt de zaken graag bij hun naam. “Nederland is een immigratieland', schreef hij in de nota 'Kansen krijgen, kansen pakken' over integratie van minderheden. Toegegeven, de opmerking werd misschien wat laat gemaakt, maar het moest eindelijk een keer gezegd worden. “Om een knop om te zetten', zoals hij het noemt.

De minister voor grotesteden- en integratiebeleid wil veel en moet ook veel. Hij was lid van de Tweede Kamer en vormde samen met de huidige fractievoorzitter Thom de Graaf de 'krullenjongens' die de fakkel van partij-oprichter vader Van Mierlo zouden overnemen. Toen kwam hij na een gevecht van D66 om een extra ministerspost in Paars II als vijftiende minister in het kabinet. Niet van een departement, maar voor een probleem, zegt hij zelf. En dat vindt hij al een “hele winst'.

Waarom is Nederland een immigratieland?

“We hebben de afgelopen twintig jaar anderhalf miljoen mensen van buiten in onze samenleving van harte welkom geheten. Dat maakt ons een immigratieland. Maar mijn uitspraak is echt bedoeld voor het binnenlandse besef. De Nederlandse samenleving moet zich indringend realiseren dat deze mensen hier zijn en blijven.

“Kijken we achterom, dan kunnen we zeggen dat het eigenlijk veel te laat is. Ik weet nog - ik was beleidsmedewerker minderheden bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten - dat enkele mensen begonnen over verplicht Nederlands leren voor allochtonen.

Het huis was te klein. Maar ja, hadden we toen de doorbraak kunnen realiseren, dan hadden we de zaken rationeler benaderd.'

Inmiddels klinkt de roep om harde aanpak van de problemen; snelrecht voor Marokkaanse jongeren, zero tolerance. Wat vindt u?

“Ik vind verharding geen goed woord, we zijn zakelijker geworden. Ik constateer in de samenleving, en dan niet alleen bij allochtonen, een proces van geestelijke verloedering. We zien steeds meer voorbeelden van onbehagen, onmacht en gevoelens van onveiligheid, met name in de grote steden. Het normbesef is voor een deel verdwenen, de omgang met het publieke domein. Alleen, snelrecht en zero tolerance zitten aan de repressieve kant. Natuurlijk, handhaving moet ook, maar voorkomen is beter dan genezen. Ik heb daar nog niet alle antwoorden op.

“Met het wegvallen van de oude instituties is er een enorm verwachtingspatroon naar de overheid opgebouwd. De overheid moet alles oplossen. Maar er gaat een andere vraag aan vooraf: wat zijn de mensen kwijtgeraakt en wat zouden we willen dat er voor in de plaats komt?

“De overheid moet stimuleren dat de mensen zelf weerbaar worden, zelfredzaam zijn. Daarom heb ik het ook het begrip burgerschap geintroduceerd. Dat woord heeft een associatie met burgerlijk, maar wat ik bedoel is meer het verinnerlijken van onze omgangsvormen. We hebben in dit land wel een mooie, open democratie, maar hebben de mensen hem ook verinnerlijkt? Wat mag wel, wat mag niet? Dan is het goed ook kleine misdrijven aan te pakken, opdat we onze normen weer zichtbaar maken. Dat heeft helemaal niets met fatsoensrakkerij te maken. Ik wil een proces op gang brengen om de verslonzing in de samenleving tegen te gaan.'

Hoe brengt u die boodschap in de probleemwijken van de grote steden?

“Ik ben al heel veel in stadswijken geweest. Daar zijn deze zaken goed bespreekbaar. Let wel, het zijn hun zorgen.

“Laatst werd ik gebeld door een directeur van een stichting die kindermishandeling in Amsterdam registreert. Zij zei: ik krijg hier Achmed, die thuis wordt mishandeld en wegschiet in de drugsrunnerij. Dan bel ik een onderwijzer: wat vindt u van Achmed? Zegt die leraar: als ik Achmed bij u aanbreng, kan ik de hele klas wel aanbrengen. Merkwaardig, in Leeuwarden wordt zo iemand nog geholpen, maar in de grootste steden niet meer.

“We hebben in Nederland nog geen echte getto's, maar op sommige plekken dreigt wel een vorm van afsluiting. Vroeger zeiden we dat het private domein achter de voordeur lag. Nu ligt het dus achter de toegangswegen naar deze wijken en daarachter gebeuren zaken die niemand wil. Stadswijken mogen niet voor de loosers zijn terwijl de happy few ergens anders woont.'

Wat kunt u wel en wat kunt u niet?

“Ik ben geen wijkwethouder van Nederland, de gemeenten moeten het in hoofdzaak zelf doen. Ik kan stimuleren, partijen bij elkaar brengen, stadsbestuurders ideeen aanleveren. In Almelo sprak ik een ondernemer. Die wilde met een aantal Turken iets van de oude textielvaardigheid in de stad terugbrengen en had een behoorlijk bedrijfsplan opgezet. Die man liep dus aan tegen de randen van de kredietverlening. Toen heb ik tegen de burgemeester gezegd: ga ook eens met de banken praten.

“Je ziet momenteel een boom in het allochtone ondernemerschap, maar onze instituties kunnen daar nog nauwelijks mee omgaan. De arbeidsvoorziening en de kamers van koophandel beginnen inmiddels langzaam de slag te maken.'

Heeft u wel genoeg bevoegdheden? U mag alarmeren, maar de vakministers voeren het beleid uit.

“Nu verengt u het tot een competentie-discussie in het Haagse terwijl mijn grote probleem is hoe in hemelsnaam de mensen te bereiken om wie het gaat. Dat is verbijsterend ingewikkeld. Maar ik heb werkelijk en dat is een eerlijke verzuchting, nog geen uur minder geslapen vanwege vermeende competentieproblemen. Ik heb tot nu toe iedere keer gemerkt dat we elkaar opzoeken.'

En als er moet worden bezuinigd?

“Dan zeg ik: absoluut geen bezuinigingen op het grote stedenbeleid. Dat is voor mij ondenkbaar, want de urgentie is echt heel groot. We moeten met z'n allen knokken om de steden waar veel problemen zijn, te herstellen. Vanuit de gevoelde noodzaak dat we die Nederlandse samenleving een beetje in balans moeten houden.'