Marine kampt met leegloop: personeel wil liever thuis zijn

DEN HAAG, 29 DEC. Een op de vijf personeelsleden van de marine overweegt volgend jaar te solliciteren bij het bedrijfsleven. Dat blijkt uit een enquete van het NIPO onder duizend marinemensen.

Uit het NIPO-onderzoek, dat is verricht op verzoek van de marineleiding, blijkt dat het personeel steeds meer opziet tegen de lange reizen. Veel mariniers hebben een partner die ook werkt en zijn thuis nodig voor de zorg voor de kinderen. Bovendien menen de militairen dat de mogelijkheden om carriere te maken beperkt zijn in de krimpende krijgsmacht.

In het bijzonder voor marinemensen tussen de dertig en veertig jaar blijkt een maandenlang verblijf op zee een zwaarder wordende opgave. “We moeten tegenwoordig steeds meer touwtrekken met het thuisfront, zoals wij dat noemen', bevestigt directeur Personeel L. Brand van de Koninklijke Marine. Een oplossing voor het probleem is volgens hem moeilijk te vinden. “Wij zijn de marine, dus varen moet.' Experimenten met het tussentijds van boord gaan bij missies, zijn niet geslaagd. In individuele gevallen zoekt de marine een alternatieve functie.

Een woordvoerder van de marine zegt dat het dreigende vertrek van een aantal personeelsleden ook het gevolg is van de opgelegde bezuinigingen. “Sinds 1991 moet het aantal werknemers bij de marine met een kwart worden teruggebracht', verduidelijkt hij. “Men is nu bezig met de laatste loodjes. Dat alles is niet gepaard gegaan met gedwongen ontslagen. Maar het leidde er wel toe dat de looptijd van rangen langer werd. Vroeger was een korporaal na acht jaar sergeant, nu doet hij daar twaalf jaar over. Dat werkt demotiverend.' Ook een affaire als Srebrenica draagt niet bij aan een goede stemming binnen de marine. Brand: “Die raakt onze mensen natuurlijk ook. En tast de motivatie aan.'

De woordvoerder zegt dat de betaling bij de marine naar rang en leeftijd geschiedt, “niet naar schaarste'. “Daardoor vertrekken veelgevraagde vakmensen als monteurs en informatie-technologen van de marine naar het bedrijfsleven.'

Bij de marine werken 17.000 mensen. Marine-officieren geven in het NIPO-onderzoek aan dat ze maatregelen willen om de dreigende uittocht te beperken.