Voor wat hoort wat

HET ONVERWACHTS scherpe vonnis tegen de Belgische oud-politici in de Agusta-affaire lijkt een nieuwe bres te slaan in de 'Republiek der Kameraden'.

Want zo werden de stelselmatige uitingen van favoritisme en nepotisme in het Belgische openbare bestuur wel genoemd. Meestal gelegitimeerd met een beroep op het wankele evenwicht van de taalgroepen en de ongelijke verdeling van de welvaart tussen Noord en Zuid. Het collecteren bij bedrijven in ruil voor grote orders lag in het verlengde van het traditionele verdelen van openbare functies onder partijaanhangers. Wie aan de macht was kon zich 'voltanken' zoals het gezegde luidde. Dat gold ook voor de partijkas, waaraan de Belgische staat tot voor kort dan ook niets bijdroeg. Tot ver in de jaren tachtig keek niemand van deze praktijken op. Ook de Belgische bevolking eiste van de streekparlementarier of -minister boter bij de vis: een vergunning ontheffing of een baan in ruil voor een stem. Voor wat hoort wat, was het luctor et emergo van de Belgische verhoudingen.

IN BELGIE is sinds het begin van de jaren negentig echter een herijking van de politieke cultuur op gang. De moord op Cools in '91 zal een rol hebben gespeeld. Het onderzoek toonde zoveel dubieuze connecties in PS en SP aan dat er een snelle verjonging van het politieke kader op gang kwam. Dat Claes een uitgang naar de NAVO wist te vinden als secretaris-generaal is achteraf bezien een mirakel. En zeker geen compliment voor de politieke intuitie van de bondgenoten.

Ook de Europese integratie die in Belgie als voorwaarde voor staatkundige overleving wordt gezien, heeft invloed gehad. Dehaene moest bezuinigen en bracht een zekere sanering op gang - het belang van het staatsbedrijf als politiek bolwerk nam erdoor af. Buitenlandse overnames zorgden voor een verdere verwatering van de handjeklapcultuur. Ten slotte werkte de affaire-Dutroux in het publieke bewustzijn als katalysator. Opeens werd de man in de straat duidelijk waar de Belgische afkeer van een centrale staat en de voorliefde voor het onderlinge arrangement toe kan leiden. Een onderbemand, slecht toegerust justitieapparaat, een ondoelmatig politiebestel, beide onder politieke invloed en een verouderde wetgeving. De Witte Mars op Brussel was een paradoxale uiting van onvrede. De Belgen kwamen op de trappen van justitie letterlijk zichzelf tegen. 'Weg met de politiekers!' werd er geroepen tegen de vertegenwoordigers die decennia lang de vrede en harmonie onderling hebben afgekocht. Dat gebeurde in opdracht van datzelfde verdeelde volk dat bij de stembus placht af te rekenen op de letterlijke verdienste van de gekozene voor de eigen regio en partijkas.

DE NATIONALE rechtsstaat, de democratie en de Belgische staat hebben sindsdien aan kracht gewonnen.

Zal Belgie dan toch voortbestaan? De zittende politieke klasse zet de zeilen naar de wind: vooral aan Vlaamse zijde treden ministers nu af als onder hun verantwoordelijkheid wantoestanden optreden. Vande Lanotte op Binnenlandse Zaken, De Clerck op Justitie en onlangs Tobback op Binnenlandse Zaken. Zij hielden de eer aan zichzelf na respectievelijk de tijdelijke ontsnapping van Dutroux en de doodslag door rijkswachters op een asielzoeker.

In dat licht heeft het vonnis van het Hof van Cassatie de kracht van een knock-out voor wie er nog anders over mocht denken. De verplichting tot terugbetaling van de ontvangen steekpenningen de bijdrage aan de proceskosten, het verlies van burgerrechten en voor sommige veroordeelden daarmee van inkomen: de verdachten hoeven niet de cel in, maar ze zijn wel geruineerd. Hun praktijk van zwarte boekhoudingen, buitenlandse rekeningen en brievenbusmaatschappijen bestempelt het Hof als voorbeeld van 'georganiseerde misdaad'. Hoe rauw dat deze vertegenwoordigers van de vorige politieke generatie op de maag zal liggen, kan moeilijk onderschat worden. Maar als aanmoediging tot verdere sanering en emancipatie is een dergelijk vonnis voor Belgie meer dan welkom.