MILES DAVIS

Miles Davis: The Complete Bitches Brew Sessions (Columbia C4k 65570-S2) (4 cd boekbox). Distr. Sony.

Kort na de bundeling van de studio-opnamen van zijn 'Second Quartet' (1965-'68) vervolgt Columbia de integrale Miles Davis met The Complete Bitches Brew Sessions. Door de datering van het materiaal, januari '69 - februari '70, lijkt deze box naadloos op de vorige aan te sluiten. Maar de discografie leert anders: tussen de twee zit een gat van een half jaar dat destijds o.a. In a Silent Way opleverde.

Door die lp weg te denken kan men zich nog beter verplaatsen in de schok die de dubbel lp Bithches Brew destijds teweegbracht. In plaats van de vertrouwde vijf spelen er twaalf musici samen, van wie sommigen in de jazzscene onbekend. Er klinken twee keyboards en bassen en maar liefst drie slagwerksets, daarnaast is het geluid electronisch hevig opgeblazen inclusief de trompet van Davis die met eem wah-wah pedaal is uitgerust. Problematisch was zeker ook het repertoire: lange en onbekende stukken gespeeld op een jam session-achtige manier.

Nu, dertig jaar jaar later, is het meeste beter te plaatsen. Het idee van de meervoudige bezetting had Davis waarschijnlijk geleend van Ornette Colemans Free Jazz van tien jaar eerder. Een deel van de stukken had hij live al geoefend met zijn nieuwe kwintet dat de kern vormde van de studio-groep. Het bezig zijn met electronica was essentieel als je wilde behoren tot de hippie few en dat wilde Davis dolgraag. Het overloos doorgaan was geen bezwaar want producer Teo Macero was, dat was bekend, ontzettend handig met schaar en plakband.

Naast de zes stukken van de dubbel lp bevat deze box er vijftien van latere sessions die ofwel op restanten-lp's (Live/Evil uit '71, Big Fun uit '74 en Circle in the Round uit '79) of helemaal niet werden uitgebracht. Nogal gedateerd klinkt het materiaal waarin Davis naast zijn vaste jazzrock-ploeg met o.a. Herbie Hancock en John McLaughlin, een stel exoten heeft uitgenodigd. Miles Davis omgeven door sitar, tamboura en berimbau, het lijkt op een poging tot wat men tegenwoordig wereldmuziek zou noemen. Minder tijdgebonden klinkt de vierde cd, met composities van toetsenspeler Joe Zawinul. Het zal wel aan de rafelige uitvoering te wijten zijn - de trompet van Davis klinkt soms aardig ontstemd - dat ze in de kast bleven liggen.

Opmerkelijk is de forse dosis ruis die men hoort als er niet fortissiomo wordt gespeeld. Gebruikte de firma Columbia destijds zulke slechte banden of zijn het de eeuwig zingende versterkers? Het geeft deze box wel iets extra authentieks, net als de hese stem van Davis die regelmatig opduikt om gaande het proces nog op iets te wijzen.

Dat de schijfjes plus tekst en uitleg ook dit keer gevat zijn in een zo weerbarstige metalen rug dat je het boek met twee handen open moet houden zal wel een waarschuwing voor de koper zijn: voor de integrale Miles Davis moet je sterk zijn.