Koek en tsukimi

Als je alleen al ziet dat in een propvolle mega-disco in het hartje van Tokyo de bloedmooie en kortgerokte meisjes achteloos en onbewaakt hun geld en sieraden op de bar achterlaten als ze gaan dansen, en dat daar niemand ook maar een vinger naar uitsteekt, weet je meteen dat je in een wel heel andere cultuur terecht bent gekomen.

Op het eerste gehoor lijkt zo'n extreem cultuurverschil niet van toepassing op de Japanse radio, want het toch al lastig verstaanbare eindresultaat dat overal via kolossale super-woofers op je af komt lijkt verdacht veel op ons nationale omroepbestel. Brallende dj's, korte nieuwsberichten, veel USA-muziek, geleuter over hitlijsten en een veelvoud aan commercials die op dubbele snelheid lijken te worden afgedraaid.

Toch is er wel degelijk verschil. Er is veel meer keuze. Het barst in Japan van honderden veelzijdige radiostations die vrijwel alle groepen luisteraars bedienen. En dat doen ze dan niet vanuit streng beportierde riant gesitueerde luxe-bunkers zoals bij ons, maar gewoon uit een achterafkeldertje of de zoveelste verdieping van een kolossaal kantoorgebouw midden in de stad.

Niks rust en saaiheid in die studio's. Iedereen vliegt gehaast heen en weer of zit gespannen achter een beeldscherm met liefst twee telefoons tegelijk aan het hoofd. De dienstdoende dj of omroeper zit in een klein afgescheiden hokje en doet met kamikaze-achtige inzet zijn verhaal. Ondanks de hectische toestanden in de burelen luistert iedereen aandachtig en betrokken naar de uitzending, lacht hartelijk mee met de gelanceerde grappen en staat als een man op om uitzinnig 'Saxo...Saxo!' te gaan roepen als er toevallig een saxofonist uit Nederland langskomt voor een interviewtje.

En juist dan komen de cultuurverschillen snel boven water, want elk interview is daar minutieus en degelijk voorbereid door een team van medewerkers. Interessante vragen, kennis van zaken, human interest en oprecht respect zijn je deel als je daar aangeschoven zit, en dat is heus wel even wennen!

Niemand die op zijn klokje kijkt terwijl je aan het praten bent.

Niemand die een telefoontje pleegt of pontificaal naar het toilet gaat als je cd nog opstaat, en helemaal niemand die je verplicht om aan een of ander stom telefoonspelletje mee te doen.

Denk alleen niet dat alles koek en tsukimi (ei) is in dat Japanse radiowereldje. Je mag dan wel je portemonnee of handtasje onbeschermd op de bar kunnen achterlaten, maar dat wil niet zeggen dat Japanners niet van een beetje ritselen houden. Wat heet! Toen m'n eerste cd daar uitkwam werd ik onmiddellijk gebeld door een Japanse muziekuitgever. Die had slim opgemerkt dat ik niet bij zo'n uitgever aangesloten was. Ik vertelde hem dat ik muziekuitgevers zag als profiteurs die gouden bergen beloven, de helft van je auteursrechten afpakken en met dat geld vervolgens niets anders blijken te doen dan in geleasde Mercedessen alle party's en feesten van Omroepland af te rijden.

Aan het eind van m'n tirade wilde hij me echter toch nog wel een voorstel doen. “Kijk mistel Dulfel... wij zijn niet alleen muziekuitgevers. We hebben ook nog wat andere activiteiten. Zo bezitten wij bijvoorbeeld ook een eigen FM radiostation in Tokyo. Dat is 24 uur in de lucht en er luisteren gemiddeld 10 miljoen jonge muziekliefhebbers per dag naar. Uw doelgroep Mr. Dulfel! Als u nu met ons een uitgeversdeal sluit geef ik u zwart op wit dat ik tien keer per dag uw nieuwe cd zal spelen op ons radiostation. Als u geen deal met ons sluit geef ik u zwart op wit dat ik een keer per jaar uw cd draai... U zegt het maar!' Het contract had ik binnen twee dagen in m'n brievenbus. Hoef je bij onze PTT-snelpost niet mee aan te komen.

Dit is de eerste aflevering van een tweewekelijkse radiocolumn van muzikant Hans Dulfer.