De moeder de vrouw

Gerrit Komrij wil ons in zijn bespreking van het gedicht 'De moeder de vrouw' van Martinus Nijhoff (NRC Handelsblad, 17 december) doen geloven dat de dichter speciaal een reisje naar de brug bij Zaltbommel heeft ondernomen, waarna hij de inspiratie opdeed ons op dit mooie gedicht te vergasten. Niets is echter minder waar.

Nijhoff is niet ter plekke geweest. De vriendin van Nijhoff Victorine Hefting, geeft ons de oplossing van het raadsel in het door Nienke Begeman geschreven boek 'Victorine'. Hefting ging in gezelschap van Hans Philips naar Zaltbommel. Zij zaten rond theetijd in het gras aan de rivier en zagen daar een schip onder de brug doorkomen met een vrouw aan het dek die helemaal in het zwart was gekleed. Volgens Hefting suggereerde Philips dat Nijhoff van dit beeld zeker een gedicht zou kunnen maken. Na terugkeer in Utrecht heeft Philips deze ervaring meerdere malen aan Nijhoff verteld. Deze heeft er op zijn beurt met de nodige dichterlijke vrijheid een prachtig gedicht van gesmeed. “Met de laatste regel zijn we maanden bezig geweest, er moest vooral in dat ze zong, en dat ging ontzettend moeilijk. Toen Pom op het laatst deze formulering had gevonden, kwam hij die triomfantelijk voorlezen op de Oude Gracht 341 bij Hans (Philips) en Pyke (Koch)', aldus Victorine Hefting in haar memoires medegedeeld aan Nienke Begeman.

De interpretaties van Komrij in zijn rubriek beginnen steeds meer op een particuliere vorm van inlegkunde te lijken. Deze was er weer een mooi voorbeeld van. Maar de feiten dienen wel te worden gerespecteerd.

    • H. van Tol