De gids van Babylon moet naar sleutels zoeken

BAGDAD, 24 DEC. Saddam Hussein beschouwt zichzelf als de jongste in een lange rij heersers over Tweestromenland en laat zich graag afbeelden als Nebukadnezar. Maar sinds de Golfoorlog liggen de ruines van Babylon er verlaten bij.

`Danger Ahead' en `Slow'. Verbleekte verkeersborden waarschuwen het verkeer op een snelweg ten zuiden van Bagdad voor kuilen in de weg en een controlepost van de politie. Het is een overbodige service van de Iraakse overheid, die Engelse teksten. Buitenlandse reizigers zien de mensen hier nog maar nauwelijks. En toeristen ook niet meer. Die kwamen hier vroeger wel om dit deel van Mesopotamie te bekijken. Het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris, het `Tweestromenland', de bakermat van alle beschavingen.

In tegenstelling tot vele andere ontwikkelingslanden heeft Irak grote economische mogelijkheden. Het is al vaak hoofdschuddend en met spijt geconstateerd. De olie, de vruchtbare landbouwgebieden en de goed opgeleide middenklasse zijn de pijlers onder een potentieel welvarend Irak. Maar de door Saddam Hussein ontketende oorlogen en de daaruit voortvloeiende sancties hebben Irak tot de bedelstaf gebracht en hebben ook een andere belangrijke potentiele bron van inkomsten doen opdrogen: het toerisme. Want zo'n 100 kilometer ten zuiden van Bagdad ligt een trekpleister die door menig ander land zou worden uitgemolken: de ruines van Babylon.

De bijbelvasten onder ons weten het: de naam van de stad geldt als exponent van machtspolitiek, economische uitbuiting sociaal onrecht en onzedelijkheid. Babylon als negatief symbool. Maar Saddam Hussein heeft al vaker lak gehad aan westerse interpretaties. Voor hem is Babylon heilig. Miljoenen zijn er geinvesteerd in omvangrijke restauratiewerken en opgravingen. Saddam gebruikt Babylon als legitimatie van zijn absolute macht en als beginpunt van een logische ontwikkeling. Van Nebukadnezar tot Saddam, het is maar een kleine stap, houdt de Iraakse leider zijn volk voor.

Een van de vele gedaanten die Saddam aanneemt op zijn portretten, overal in het land, is dan ook die van Nebukadnezar. “Waarom zouden wij bang zijn voor Amerikaanse en Britse bombardementen. Babylon was er al in 2000 voor Christus, toen waren er nog geen Verenigde Staten'. Beschavingen komen en beschavingen gaan maar het Irak van Saddam Hussein blijft bestaan, dat is de boodschap.

De gids in Babylon een werkloze archeoloog, heeft met een heel andere werkelijkheid te maken. Sinds de Golfoorlog in 1991 heeft hij nog maar vijf grote toeristengroepen rondgeleid. “Er zijn dagen, weken zelfs, dat ik hier niets te doen heb. Er komt helemaal niemand, niemand. Ook vandaag is er geen bezoeker u heeft het zelf bij de ingang al gezien, alle parkeerplaatsen zijn leeg. Dat was vroeger wel anders, dat moet u maar van me aannemen. Met busladingen tegelijk kwamen ze, Britten, Japanners, Fransen, noem maar op. Nu komen er alleen zo af en toe nog wat Iraakse schoolkinderen.'

De gids vertelt dat ook de opgravingen totaal stilliggen. De Iraakse Oudheidkundige Dienst heeft geen geld meer. En buitenlandse donaties bereiken Babylon niet vanwege de economische boycot. De gids geeft met liefde een rondleiding, al is het soms even zoeken naar de juiste sleutel om de hekken te openen die de verschillende complexen van elkaar scheiden.

Hier lag ooit een stad die het centrum van de wereld was, vermaard om zijn schoonheid. Volgens beschrijvingen uit de oudheid had Babylon indrukwekkende, kilometerslange muren, 50 tempels, 1.000 kapellen en altaren. De zogenoemde hangende tuinen gelden als een van de zeven wereldwonderen. Het religieuze centrum was het tempelcomplex van de hoofdgod Marduk, zeven verdiepingen hoog.

Wat er gerestaureerd is, is ronduit indrukwekkend. In de steen van het paleis van Nebukadnezar II uit 605 voor Christus is spijkerschrift te lezen. De Ishtarpoort met zijn bakstenen reliefs van mythische dieren: een drakenkop, leeuwenpoten en een slang als staart. De Babylonische god van de liefde en schoonheid. Iets verderop de 1.430 meter lange Processiestraat, eeuwen terug toneel van religieuze optochten en feesten. 180 meter zijn gerestaureerd. De leeuwenmotieven in de tegels zijn fraai. De reusachtige stenen leeuw van Babylon, hij lijkt zich af te wenden van een van de paleizen van Saddam Hussein, op een heuvel in de verte achter hem.

De beheerder van de souvenirwinkel glundert. Hij heeft zijn beste dag in tijden, een paar postzegels en een gidsje. Het bezoekersboek vermeldt: een bezoeker in december, twee in november, twee in oktober. Aan de muur hangt een kleurrijke poster: `Bezoek het Babylonische Internationale Festival 22 september tot 22 oktober 1987.'

Voor de gids in Babylon de beheerder van het souvenirwinkeltje en het hele Iraakse volk is er troost: Saddam heeft niet het eeuwige leven. Beschavingen komen en gaan, en dat geldt ook voor dictators, zo leert de geschiedenis van Babylon. Alexander de Grote stierf in Babylon toen hij haar tot hoofdstad wilde maken van zijn imperium. Babylon is oud, maar de echte bloeiperiode begon pas heel laat, jaren na de verwoesting door de Assyriers.