Melancholie

Het is de tijd voor lijstjes. De beste dit of dat van het jaar. Laat mij een prijs toekennen en uitreiken, zonder zoenen liefst, aan het meest melancholieke tv-programma van het jaar. Het betreft Dode Dichters Almanak van Hans Keller, elke zondagavond laat bij de VPRO. We zien daarin beelden, doorgaans zwart-wit, van een dichter die een gedicht van eigen hand voorleest.

Het is een programmaatje over vergankelijkheid. De voorlezende dichter is vaak een broze verschijning, want in zijn nadagen, en hij declameert een gedicht waarvan we weten dat het ook langzaam door het stof van de tijd zal worden overdekt, als dat al niet het geval is.

Maar ook bij jonggestorven dichters, juist bij hen, kan dat besef van vergankelijkheid hevig toeslaan. Ik had het heel sterk bij Paul Snoek een in 1981 overleden Vlaamse dichter.

We zien Snoek in 1971 het gedicht Negende gedicht voor Maria Magdalena voorlezen. De opname is bij hem thuis gemaakt. Links van Snoek zit de Vlaamse literator Paul de Wispelaere, nog met tochtlatten uit de jaren zestig. Rechts, dicht tegen hem aangedrukt, luistert een jongetje stilletjes toe. Hij zal er geen woord van begrijpen, maar hij beseft dat dit voor zijn vader een belangrijk moment is. Af en toe zwenkt de camera naar een jonge donkerblonde vrouw in een leunstoel, ook een en al aandacht. Buiten is een verlaten weg te zien met de ronde, gemoedelijke voorkap van een kleine personenauto.

Het is een idyllisch tafereel, zo idyllisch dat je met je moderne cynisme vreest dat het niet lang heeft standgehouden. Ik heb het nagekeken - ik kon het niet laten. Het jongetje moet Jan of Paul zijn geweest, een van de in 1963 geboren tweelingzonen van Snoek. De luisterende vrouw was F. Vereecke, met wie Snoek in 1961 was getrouwd en voor wie hij de cyclus `Gedichten voor Maria Magdalena' schreef. Het huis was een verbouwde boerderij in Slijpe.

Mijn gegevens vermelden dat Snoek in 1975, dus vier jaar na deze opname, vrouw en drie kinderen verliet voor een vriendin, met wie hij later zou trouwen. Hij leidde maatschappelijk een moeizaam bestaan.

Was zelfs (mislukt) verkoopdirecteur van een paalverwerkingsbedrijf.

Hoe stierf hij? Komen we bij die auto. Snoek hield van auto's. In een interview, ruim twintig jaar voor zijn dood, had hij gezegd: “Sterven achter het stuur van een lichtblauwe racewagen, dat is de mooiste dood.' Op maandag 19 oktober 1981 reed Snoek - hij was 47 jaar - zich te pletter in zijn zwarte, splinternieuwe Alfa-Romeo. De vrouw die hem vond, vertelde: “Hij lag met wijdopen ogen naar het dak te staren, ik heb ze gesloten.'