De vrije val van een circusacrobaat

ROTTERDAM, 23 DEC.

Op 10 februari kwam Erben Wennemars bij de Olympische Spelen in Nagano op de 500 meter ten val. Zijn arm raakte uit de kom. Arts Hans Smid van de sprintploeg: “Ik wist meteen dat de Spelen voor Erben voorbij waren.'

Een schok ging door het M-Wave-stadion in Nagano toen Erben Wennemars op het ijs bleef liggen nadat hij op volle snelheid onderuit was gegaan bij het uitkomen van de laatste bocht. Vlak daarvoor probeerde de Nederlander overeind te blijven, in een wanhopige poging zijn reeds gevallen Noorse tegenstander Njos te ontwijken. Terwijl Wennemars op het ijs balanceerde als een circusacrobaat op het slappe koord, spookte er bij Smid maar een gedachte door het hoofd. “Dit gaat gigantisch fout.'

De dokter wachtte het moment waarop Wennemars viel niet eens af. Op het fatale moment dat de sprinter met een schaats op een blokje stapte was Smid al op weg naar het ijs. Hoewel hij slechts een paar meter verwijderd was van de plek des onheils, beletten de stootkussens en de meeglijdende camera daarachter hem de kortste weg te nemen.

Smid spoedde zich via het tunneltje onder de baan naar het slachtoffer. “Toen ik hem zag liggen, vernauwde m'n bewustzijn zich tot datgene wat Erben zou kunnen mankeren. Ik dacht, met z'n nek zal het wel meevallen, maar zijn arm ligt er zeker uit.' Vijf jaar ziekenhuiservaring, met name op eerste-hulpafdelingen, maakte deze diagnose op korte afstand mogelijk.

De schaatser was op dat moment al omringd door hulpverleners. Bondsarts Valentijn Rutgers, fysiotherapeut Willem Kruithof en een aantal Japanners, gevolgd door bondscoach Peter Mueller en Wennemars' vriend en collega Jan Bos. Smid: “Na een vluchtig onderzoek bleek dat het alleen zijn arm was.' Wennemars schreeuwde het uit van de pijn. “Ik wist meteen dat de Spelen voor Erben voorbij waren, maar dat was niet mijn grootste zorg. Die arm moest er zo snel mogelijk in. Hij had zoveel pijn.

Als je een arm breekt is dat ook pijnlijk, maar als je die rustig laat liggen valt het wel mee. Als een arm uit de kom is, blijft er spanning op kapsel en zenuwen. Bovendien verergeren emoties de pijn. Erben stond stijf van de wedstrijdspanning, gejoel op de tribunes, tientallen Japanners die roepen please, please, please, make track free!', want de wedstrijden moesten doorgaan. Ik kan je verzekeren: een arm terugzetten in een behandelkamer is wat anders dan met duizenden mensen erbij. Eigenlijk moet je je afsluiten van je omgeving en niet te veel mensen om je heen hebben.'

De eerste pogingen om de arm van Wennemars in de kom terug te zetten mislukten. Smid: “Je manipuleert de arm voorzichtig, op zoek naar de stand waarin de arm uit de kom is geschoten. Vergelijk het met het zoeken naar een knoopsgat. Extra pijnlijk was dat de arm omhoog moest in de houding waarin hij uit de kom was gegaan.'

Per brancard werd Wennemars naar de behandelkamer in het stadion vervoerd. Pijn teleurstelling en woede streden om voorrang. De pijn was ondanks een verdoving enorm. De manier waarop Wennemars ten val kwam, was al pijnlijk om naar te kijken. De sprinter knalde met z'n linkerarm tegen de boarding. Daarbij schoot de arm uit de kom. Met een smak kwam hij vervolgens op het ijs terecht. Wennemars landde uitgerekend op zijn linkerschouder.

Pas twintig minuten na de val lukte het om de arm terug te krijgen in de kom. Daarvoor schreeuwde Wennemars van de pijn. Smid: “Dit was toch wel een moeilijke, door alle extra adrenaline bij Erben en die pijn. Maar wat belangrijk was: Erben vertrouwt mij. Pas toen de arm op z'n plaats zat heb ik gezegd dat de Spelen voor hem voorbij waren.

Toen moest ie enorm janken. Op het ijs had hij het al gevraagd, maar toen negeerde ik het. Hij zei: `Het is toch niet voorbij he, zet 'm erin, dan ga ik over twee dagen weer verder.' Hij had natuurlijk meteen door hoe het zat, maar hij fixeerde zich op een sprankje hoop.'

Per ambulance ging Wennemars naar het ziekenhuis, begeleid door Mueller, Smid en een tolk. Chef de mission Ard Schenk reed met de ouders van Wennemars er in een andere auto achteraan. De chauffeur van de ambulance raakte op weg naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis de weg kwijt. “Als er levensgevaar was geweest, had het sneller gemoeten', zegt Smid droogjes. In het ziekenhuis werden foto's van arm en schouder gemaakt. Door een bloeduitstorting in zijn schouder kreeg hij steeds meer pijn. Hij kreeg een tweede injectie tegen de pijn, deze keer in de bloedbaan, een morfineachtig preparaat. Smid: “Daar ging-ie behoorlijk van flippen, hij raakte in een soort delirium. De emoties werden alleen maar heviger.'

Wennemars werd teruggebracht naar het olympisch dorp, waar hij meteen onder de dekens moest. “Iedereen binnen de ploeg vond dat Erben erbij moest blijven. `Die blijft bij de club', was het eerste dat Peter stellig zei.' Jan Bos, de kamergenoot van Erben, verhuisde naar de kamer van Smid, de dokter sliep op de kamer van Wennemars. “Daar heeft ie relatief goed geslapen. De volgende morgen zag hij alles direct onder ogen. Heel volwassen zoals hij daar mee omging.'

Bijna een jaar later ondervindt Wennemars geen hinder meer van zijn blessure. Een zenuw is licht beschadigd. De linkerarm is op 70 tot 80 procent van de oude sterkte, maar de arm functioneert voor 95 procent.

Sinds zijn val en zijn doorbraak als sprinter en bekende Nederlander is Wennemars geen spat veranderd, oordeelt Smid.

“Hij is geklommen in de pikorde, dat wel. Z'n mening telt. En hij is toevallig ook iemand die een mening heeft. Als mens heb ik Erben hoog zitten. Hij vraagt veel aandacht, maar dat geeft hij in het kwadraat aan zijn omgeving terug.'