Wellustig geschilderd bleek vlees; Twee tentoonstellingen met werk van Tiepolo in Parijs

Tentoonstellingen: Giambattista Tiepolo (1696-1770), Musee du Petit Palais, Avenue Winston-Churchill, Parijs. T/m 24/1. Geopend di t/m zo 10-17.40u, do 10-20u. Catalogus (Uitg. Paris-musees): 320 pag., FF 340. Les fresques de Tiepolo, Parijs, Musee Jacquemart-Andre, Boulevard Haussmann 158, Parijs. T/m 20/1. Open: dag. 10-18u. Catalogus (Uitg. Noesis): 150 pag., FF 230.

In 1761 bracht Jean-Claude Richard, abbe de Saint-Non, een bezoek aan Venetie. In zijn reisverslag maakt hij melding van de statige villa's van rijke Venetiaanse families aan de rivier de Brenta, even buiten de stad. De geschilderde versiering van het interieur van een van die buitenhuizen sprong er voor Saint-Non uit: de frescodecoratie die de Venetiaanse schilder Giambattista Tiepolo (1696-1770) kort tevoren had voltooid in de Villa Pisani, en die volgens Saint-Non 'wordt beschouwd als het opzienbarendste werk van deze schilder'. Deze schilderingen zouden in de negentiende eeuw terechtkomen in het huidige Musee Jacquemart-Andre in Parijs, waar ze nu het middelpunt vormen van een tentoonstelling die de voltooiing van hun restauratie markeert.

Saint-Non zegt het niet met zoveel woorden, maar als Fransman zal hij zeker geinteresseerd zijn geweest in de Franse thematiek van de schilderingen. Tiepolo's decoratie stelt een episode voor van het bezoek dat koning Hendrik III in de zomer van 1574 bracht aan Venetie. Hendrik was enkele maanden eerder tot koning van Polen gekroond, maar zag na de dood van zijn broer, koning Karel IX van Frankrijk, zijn kans schoon diens felbegeerde troon te bezetten. Op reis van Polen terug naar Frankrijk deed hij Venetie aan.

De kleine expositie laat, aan de hand van enkele zestiende-eeuwse prenten en schilderijen, zien met hoeveel egards Hendrik in Venetie werd ontvangen. Ter ere van de hoge gast richtte het stadsbestuur een triomfboog op en werden processies en boottochten georganiseerd. Daarnaast bezocht de koning onder meer de villa van de patriciersfamilie Contarini. Deze gebeurtenis vond nog ruim anderhalve eeuw later zijn weerklank in de opdracht die de latere bewoners, de familie Pisani, omstreeks 1745 gaven aan Tiepolo om de wanden en het plafond van de ontvangstzaal van het huis te beschilderen.

De grote centrale voorstelling, een levendig, drukbevolkt tafereel in lichte pasteltinten, toont de feestelijke aankomst van Hendrik in de villa. In de grote groep figuren wordt de aandacht, meer dan door de koning of zijn gastheer, getrokken door de monumentale figuur van een jonge dame, die de beschouwer met een wat verwende blik aankijkt. Mogelijk is het een portret van de vrouw met wie een telg uit het Pisani-geslacht in 1745 trouwde. In 1893 werden Tiepolo's fresco's, waarvan het thema in het anti-Franse Venetie van die dagen waarschijnlijk niet meer werd gewaardeerd, van de wand losgehaald en verkocht aan het verzamelaarsechtpaar Nelie Jacquemart en Edouard Andre.

Zij lieten er het trappenhuis van hun Parijse stadspaleis mee opluisteren.

De fresco's vormen een mooie aanvulling op de Tiepolo-tentoonstelling in het Petit Palais in Parijs. Aan de hand van ruim tachtig schilderijen, een kleine twintig tekeningen en twee prentenreeksen, is daar gepoogd een overzicht te geven van Tiepolo's artistieke loopbaan. Maar afgezien van enkele olieverfschetsen voor grotere decoraties, is er weinig te zien dat een idee geeft van de vele frescodecoraties die Tiepolo ook heeft gemaakt, eerst in Venetie en verschillende andere plaatsen in Noord-Italie, later ook in Wurzburg en Madrid. Dat neemt niet weg dat er in Parijs een mooie staal van Tiepolo's kunnen te zien is: van vroege werken met een sterke licht-donkerwerking tot latere doeken, geschilderd met lichte, heldere kleuren, in een vaak adembenemend losse stijl. Mythologische voorstellingen als Jupiter en Danae (1734-36), met veel wellustig geschilderd bleek vlees van naakte billen, hangen naast ingetogener, maar even virtuoos geschilderde religieuze werken, zoals een altaarstuk met de Laatste communie van de heilige Lucia (1748-50) en de ruim drie meter hoge Heilige Jacobus te paard (1749).

Hoeveel er ook te genieten valt, de noodzaak voor deze expositie is onduidelijk. Nog maar kort geleden zijn, ter gelegenheid van Tiepolo's driehonderdste geboortedag in 1996, immers al belangrijke overzichtstentoonstellingen van zijn schilder- en tekenkunst georganiseerd. Bijna de helft van de schilderijen die nu in Parijs worden getoond, waren ook al te zien in exposities in Venetie en New York. De belangrijkste meerwaarde van de Parijse tentoonstelling vormt het streven zo veel mogelijk werk uit Franse collecties te tonen.

Maar die verdienste is relatief, want zo heel veel werk van Tiepolo bevindt zich niet meer in Frankrijk en de kwaliteit van wat er nog is, is niet steeds om over naar huis te schrijven. Bij de schilderijen worden de zwakkere broeders nog ruimschoots gecompenseerd door veel betere werken van elders, maar de tekeningen-afdeling stelt, tenminste in een tentoonstelling die als overzicht wordt aangekondigd, teleur: daar is uitsluitend werk uit Franse collecties te zien dat in veel gevallen pover afsteekt tegen Tiepolo's beste tekeningen. Deze expositie is grotendeels overbodig, maar - eerlijk is eerlijk - voor wie de laatste jaren niet in Venetie of New York was een buitenkans.